Gepubliceerd op 30 oktober 2017

Van enkelvoud naar meervoud

In mijn jeugd zag het leven er enkelvoudig uit. Je werd geboren, ging naar school, vervolgens aan het werk en tot slot, nog een paar jaren uitrusten na gedane arbeid. Drie afgescheiden fases. 

In de loop van de tijd kwam wat variatie. Van sociale scheidslijnen, naar meer ruimte voor alle lagen van de bevolking om hoger onderwijs te volgen. Van een zesdaagse werkweek, naar een vijfdaagse werkweek, met minder uren per week, minder dagen per jaar, minder jaren per werkzaam leven, minder voltijd en meer deeltijd. En vanwege langer leven en betere pensioenen, een steeds mooiere derde fase van het leven. Soms lijkt het er op: we gaan naar school en naar het werk om later zo lang mogelijk te genieten van het pensioen. Leren en werken, staat in dienst van pensioen, waar je niet te vroeg mee kunt beginnen.

Thans wordt gepleit voor een nieuw enkelvoud. We leven langer, dus werken we langer. En eigenlijk moet de derde fase veel productiever worden. Goed voor de economie: meer groei, meer innovatie. Goed voor het individu: mentaal en fysiek fitter. Althans, zo wordt betoogd. Dus niet: grijp de eerste mogelijkheid om met pensioen te gaan met beide handen aan. Maar: wees productief tot de laatse dag. Ga nooit met pensioen...

Ik pleit evenwel voor meervoud. 

In plaats van leren, werken en uitrusten na elkaar, pleit ik voor leren, werken en uitrusten tegelijkertijd, het hele leven lang. We moeten het leren verdelen over het hele leven EN we moeten het uitrusten verdelen over heel het leven. Dat is in zichzelf nodig. Maar ook, omdat anders langer werken niet gaat lukken. Je ziet hier al enkele voorbeelden van. Meer in deeltijd werken, als de kinderen klein zijn en daarna weer terug richting voltijd. Terugschroeven op de leeftijd van midden vijftig, omdat je niet altijd in de overdrive kunt presteren. Wat in de eerste plaats nodig is, is een meer creatieve invulling van de enkelvoudige levenslijn: niet fases achter elkaar, maar in elkaar.

In de tweede plaats moeten we rekening houden met ongelijkheid. Ongelijkheid met betrekking tot leren, tot werken, tot langer leven. Laaggeschoolden leven significant korter dan hoogopgeleiden en subsidieren daarmee, het pensioen van hoger opgeleiden (want de wettelijke pensioenleeftijd is vast voor iedereen). Lager opgeleiden betalen premie voor een arbeidspensioen, afgestemd op de gemiddelde eindleeftijd van de hele bedrijfstak en als die groep niet homogeen is, is er sprake van onderlinge subsidie. Daarbij hebben lager opgeleiden veelal een lager inkomen en minder ruimte voor een sabbatical of tussentijdse bij- en/of omscholing. Meervoud betekent ook, dat we met publieke en private arrangementen, deze ongelijkheid zo veel mogelijk moeten mitigeren.

In de derde plaats is heerlijk uitrusten niet alleen een kwestie van een adequaat pensioen. Maar ook een kwestie van een adequaat sociaal netwerk. Veel diensten zijn slechts toegankelijk, via ingewikkelde (bureaucratische en/of digitale) procedures en niet iedereen heeft daarvoor de capaciteiten. Een netwerk van vakmensen geeft ruimte om diensten te ruilen (tijd is misschien meer beschikbaar dan geld). In onze meer individuele wereld zijn evenwel "communities in retreat". En wellicht zijn er in de grote stad meer netwerken dan in regio's die achteruitgaan. The extended family kan echter niet voor alles de achtervang zijn. Wat we derhalve eveneens moeten doen, is de sociale dimensie van een goed pensioen overdenken en borgen.

Zonder filosoferen resteert slechts een nieuw, eveneens onbevredigend, enkelvoudig leven. 

"De levenslijn creatief invullen, ongelijkheid ondervangen en de sociale dimensie borgen". Boeiende sociale filosofie, meervoudig geïmplementeerd.

Benne van Popta

Werkgeversvoorzitter PMT

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit blogitem.

Laat een reactie achter

Naam *
E-mail * (wordt niet getoond)
Bericht *
Anti Spam *
Velden met een * zijn verplicht.
< Terug naar het overzicht
Benne van Popta

Benne van Popta

Werkgeversvoorzitter PMT