Gepubliceerd op 26 april 2017

SER moet even pauze nemen met plan voor pensioenen

Metaalfonds PMT wil eerst aan de slag met doorrekeningen

De Sociaal-Economische Raad (SER) moet een pas op de plaats maken met het plan voor een nieuw pensioenstelsel. Voordat er een definitieve knoop kan worden doorgehakt, moet eerst op fondsniveau bekeken worden hoe het plan uitwerkt. Dat stelt Benne van Popta, werkgeversvoorzitter van metaalfonds PMT, het derde pensioenfonds van Nederland. 'Je kunt nu eindeloos vijlen aan teksten, maar je hebt er meer aan om eerst te bekijken hoe iets concreet uitpakt bij de pensioenfondsen. Pas dan kun je een goed overwogen besluit nemen', aldus Van Popta.

Volgens Van Popta staan de grootste vijf pensioenfondsen klaar om aan de slag te gaan met doorrekeningen. 'Je kunt dan ook zien hoe de uitkomst per pensioenfonds kan verschillen.' Het pleidooi van Van Popta is opvallend. De vakbonden en werkgeversorganisaties in de SER zijn vergevorderd met hun pensioenplan en mikken er juist op nog deze formatieperiode een akkoord te bereiken. Dan kan een nieuw kabinet het namelijk nog gebruiken voor het regeerakkoord. Of het de SER ook gaat lukken in dat tijdsbestek is overigens nog afwachten.

De SER werkt inmiddels al bijna drie jaar aan dit plan voor een pensioenherziening. Hoewel er al verschillende rapporten zijn verschenen, wordt de knoop steeds maar niet doorgehakt. Volgens Van Popta boekt de SER echter wel voortgang. 'Er ligt nu nog slechts een variant op tafel.' Van Popta wil die echter wel eerst getoetst zien, voordat die gepresenteerd wordt. 'Anders vraagt iedereen zich toch meteen af hoe dat uitpakt in de praktijk', aldus de fondsvoorzitter.

Of de andere grote pensioenfondsen zijn standpunt ook delen, is nog de vraag. Zo riep Corien Wortmann-Kool, voorzitter van ambtenarenfonds ABP, de sector in februari juist op een besluit te nemen en niet te verzanden in getouwtrek over details. De SER werkt naar verluidt nog steeds aan een plan waarbij werknemers in eigen pensioenpotjes pensioen gaan opbouwen. Richting de pensioenleeftijd worden deze potjes dan geleidelijk aan omgezet in een levenslange uitkering. Bovenop de potjes komt een collectieve buffer voor tegenvallers.

Het is geen geheim dat metaalfonds PMT kritisch is over dit plan met de eigen potjes. Jan Berghuis, werknemersvoorzitter van het fonds van garagehouders en lassers, zei onlangs al tegen het FD dat hij ervoor vreesde dat de pensioenen in zo'n stelsel volatieler worden. 'Daar zitten de metaalwerkers, die vaak al niet zo'n hoog pensioen hebben, helemaal niet op te wachten', aldus Berghuis.

Van Popta maakt zich ook zorgen over hoe de SER de huidige doorsneepremie wil afschaffen in het nieuwe stelsel, een operatie die naar schatting (EURO) 100 mrd kost. 'Naar wat ik hoor wordt er nu op ingezet dat deelnemers nog jarenlang extra premie betalen. Maar dan gaan we de reeele economie zwaarder belasten, terwijl de compensatie heel lang gaat duren en niet goed uitpakt. Volgens mij kun je de schuld die ontstaat beter inlossen vanuit het fondsvermogen. Dan betalen alle werknemers en gepensioneerden mee.'

Bij de doorsneepremie is het premiepercentage gelijk voor alle leeftijden. Jongeren betalen daardoor relatief veel, omdat hun premie nog lang kan renderen. Zij betalen zo mee aan het pensioen van hun oudere collega's. Op het moment dat iemand met pensioen gaat, is al het teveel betaalde geld in principe weer terugverdiend. Is het dan fair om gepensioneerden mee te laten betalen aan het afschaffen van dit systeem? Van Popta vindt van wel. 'Anders zijn de jongeren de klos, of de middengroep. Om van herverdeling af te komen, moet je ironisch genoeg nog een laatste keer herverdelen.'