Gepubliceerd op 1 oktober 2018

PMT wil bekendheid keuzes rond pensioendatum vergroten

PMT overweegt elk jaar drie- tot vierduizend deelnemers die binnen twee jaar AOW krijgen te benaderen over de keuzemogelijkheden van hun pensioen. Aanleiding is een proef waarbij een kwart van de deelnemers direct andere keuzes maakt na contact met het fonds.

Het metaalfonds selecteerde voor de proef ruim vijfhonderd deelnemers die een halfjaar voor hun AOW stonden. Zij kregen van de een van de zestien pensioenconsulenten van PMT per email, telefoon of in een persoonlijk gesprek de vraag of ze op de hoogte zij van keuzes rond hun pensioen. Bijvoorbeeld dat ze kunnen kiezen voor een hoog-laagconstructie; een kwart bleek niet van deze optie op de hoogte.

Na het contact met de pensioenconsulent paste 26,2% van de deelnemers meteen zaken aan. Opmerkelijk, want normaal gesproken ondertekenen de meeste deelnemers die vlak voor hun pensioen staan de brief waarop PMT zelf de standaardopties heeft aangevinkt. Het was voor het eerst dat de pensioenconsultenten zelf deelnemers actief benaderden over een pensioenonderwerp.

Van de groep die wijzigingen doorvoerde, koos 90% voor een hoog-laagconstructie, waarbij ze de eerste jaren een hoger pensioen krijgen. Mensen kozen hiervoor omdat ze ‘nu’ willen genieten, maar ook omdat hun jongere partner nog geen AOW krijgt. Van de overige 10% koos 5% voor het uitruilen van partnerpensioen voor extra ouderdomspensioen en 5% voor een latere pensioendatum.

Gunstige overgangsregeling


Tijdens de gesprekken bleek ook dat enkele deelnemers nog in een gunstige overgangsregeling vielen, zonder dat PMT dit wist. Ze kwamen in het verleden over van PME en hadden PMT zelf moeten informeren over het overgangsrecht, aangezien PMT geen toegang heeft tot de bestanden van PME. De deelnemers blijken nu alsnog 10-20% extra pensioen te krijgen.

PMT wil voor het einde van het jaar nog eens 750 mensen benaderen. Als de ervaringen positief blijven, dan overweegt het pensioenfonds om voortaan met een veel grotere groep (al dan niet persoonlijk) een gesprek te voeren over de keuzemogelijkheden rond pensionering. Dan gaat het jaarlijks om drie- tot vierduizend deelnemers, die jaarlijks minimaal €7.000 bruto aan ouderdomspensioen zullen ontvangen. Bij lagere pensioenen zijn verschuivingen weinig zinvol.

Het bestuur zal bekijken of de kosten van de gesprekken opwegen tegen het positieve effect dat deelnemers beter geïnformeerd met pensioen gaan. Zo’n gesprek zal idealiter twee jaar voor pensioendatum moeten plaatsvinden. Dan kunnen deelnemers ook besluiten eerder met pensioen te gaan. Dat is bij de huidige gesprekken, zes maanden voor pensionering, geen optie meer.