Het is een bezuiniging van de overheid. In het regeerakkoord is dit afgesproken om een bijdrage te leveren aan de doelstelling van het kabinet om de overheidsfinanciën weer gezond te maken. Als pensioenfonds kan en mag PMT hier geen compensatie voor bieden. Kijk voor meer informatie op de site van SVB
Nee, uw ouderdomspensioen van PMT gaat nog steeds in op de eerste dag van de maand waarin u 65 wordt. Hierin is niets veranderd.
Ja, dat mag. Volgens de cao mag u doorwerken tot de ingangsdatum van de AOW. Als u doorwerkt tot de dag waarop u 65 wordt, ontvangt u salaris tot de dag waarop u 65 wordt. Vanaf de dag dat u 65 wordt ontvangt u AOW. Daarnaast ontvangt u al ouderdomspensioen vanaf de eerste dag van de maand waarin u 65 wordt.
Heeft u al aan uw werkgever doorgegeven dat u op de eerste dag van de maand met pensioen wilt gaan? Overleg dan met uw werkgever of u door kunt werken tot uw verjaardag.
Nee, een vervroegd ouderdomspensioen wordt omgezet in een ouderdomspensioen op de eerste dag van de maand waarin u 65 wordt. Omdat er bij het ouderdomspensioen rekening wordt gehouden met een AOW-uitkering, is het ouderdomspensioen dat u van PMT ontvangt, over het algemeen lager dan het vervroegd ouderdomspensioen. Dit betekent dat u in de maand waarin u 65 wordt een lager inkomen ontvangt.
ANW pensioen is een aanvulling op uw partnerpensioen bij PMT. ANW Pensioen stopt op de eerste dag van de maand waarin u 65 wordt. Omdat uw AOW pas op uw verjaardag ingaat, heeft u die maand dus minder inkomen.
Deze uitkeringen lopen door tot de dag dat iemand 65 wordt. Er zijn dus geen gevolgen voor uw inkomen: het latere ingaan van uw AOW wordt goedgemaakt door het langer doorlopen van uw uitkering.
De dekkingsgraad van PMT wordt negatief beïnvloed door twee oorzaken; door de lage rente als gevolg van de economische situatie en door de gestegen levensverwachting. PMT is een relatief jong fonds met voornamelijk mannelijke deelnemers die fulltime werken. Hierdoor is PMT extra gevoelig voor de gevolgen van het langer leven. Het fonds heeft hier de afgelopen jaren 13% extra vermogen voor moeten reserveren waar geen premie tegenover staat. Door de lage leeftijd van haar deelnemers heeft PMT daarbij langer verplichtingen die worden berekend met de lage rente. Dat maakt PMT extra gevoelig voor de effecten van de lage rente, dat tikt bij ons zo’n 13% harder door dan bij andere fondsen.
Met een dekkingsgraad van 88,5% zit PMT onder het herstelpad. Dat betekent dat met ingang van 2012 volgens het herstelplan de premie al met 1% is verhoogd en dat er geen indexatie is verleend. De dekkingsraad van 88,5% ligt onder ons herstelpad van ca 95,5%. Dat betekent dat we maatregelen moeten aankondigen, waaronder ook een kortingsmaatregel van 7% en een versobering van de overgangsregelingen.
31 december 2012 wordt gekeken of het fonds toch op het herstelpad zit (ca 100%). Is dat niet het geval, dan zullen de nu aan te kondigen maatregelen per april 2013 worden uitgevoerd. Is dat wel het geval dan zal een eventuele verlaging niet worden uitgevoerd of lager zijn. Dit raakt iedereen, maar gepensioneerden zullen een verlaging helaas direct in hun portemonnee voelen
Als het pensioenfonds moet korten op de pensioenen wordt een % gekort van het aanvullende pensioenbedrag (bruto). Er wordt niet gekort op de AOW.
Een rekenvoorbeeld:
U heeft een bruto pensioen van 5000 euro per jaar, u bent getrouwd en bent beide ouder dan 65 jaar. Stel dat PMT per 1 april 2013 de pensioenen daadwerkelijk met 7% zou moeten verlagen. Afhankelijk van de situatie komt dat neer op netto ca 20 euro minder aanvullend pensioen per maand. U ontvangt echter ook AOW. In 2012 stijgt deze met 10 euro netto in de maand. Per saldo ontvangt u dan 10 euro netto minder per maand (in dit voorbeeld is gerekend met de AOW cijfers van 2012).
De hoogte van een eventuele definitieve verlaging van de pensioenen hangt af van de dekkingsgraad eind 2012 (100%). Korten van pensioen geldt voor alle deelnemers van het fonds en is voor iedereen een pijnlijke maatregel. Gepensioneerden voelen een korting echter direct in hun portemonnee wat het extra pijnlijk maakt.
Wat dit precies zou kunnen betekenen voor mensen die een VOP uitkering hebben of binnenkort gaan ontvangen is nog niet exact duidelijk.
De pensioenregeling van PMT wordt versoberd. De overgangsregelingen die vervroegd met pensioen gaan mogelijk maken, worden ook met 7% verminderd. Dat betekent dat als u met dezelfde leeftijd met pensioen wil gaan, de uitkering lager is. Wilt u dezelfde uitkering behouden, dat betekent dit dat u enkele maanden langer zult moeten doorwerken.
Eind 2012 wordt bepaald of PMT alsnog haar herstelpad heeft gehaald (100%). Als dat niet het geval is, zal de voorgenomen korting op de overgangsregelingen per 1 april 2013 worden uitgevoerd. Als herstel dan voor een deel wel is behaald, dan kan de verlaging worden aangepast
Naast de voorgenomen kortingsmaatregel wordt ook de regeling versoberd met betrekking tot de voergangsregelingen. Dit betekent dat mensen die vervroegd met ouderdomspensioen willen voor het zelfde pensioenbedrag enkele maanden langer moeten doorwerken. Hoe dit precies uitpakt is op dit ogenblik nog niet bekend. Zodra we daar meer over weten, wordt dat direct bekend gemaakt.
Het verlagen van pensioenen geldt voor alle deelnemers en gepensioneerden bij PMT. Als eind 2012 bekend wordt dat een verlanging van de pensioenen definitief doorgaat, zullen ook de werkgevers maximaal 0,65% van het salaris extra gaan meebetalen. Dit is zo door CAO-partijen afgesproken.
Formeel pas als DNB de evaluatie heeft goedgekeurd, dat zal rond 1 mei 2012 zijn. In februari 2012 heeft het bestuur een besluit genomen over voorgenomen maatregelen. Deelnemers, gepensioneerden en werkgevers ontvangen vanaf 16 februari een brief over de voorgenomen maatregelen.
Nee, PMT heeft een degelijk beleggingsbeleid gevoerd. Sinds 2010 zijn beleggingen (Griekse staatsleningen e.d.) die toen te risicovol bleken voor het fonds verkocht. Daarnaast is het rendement van PMT in de afgelopen jaren goed geweest. Het vermogen van PMT (‘het bezit’) is dan ook gegroeid naar 40,9 miljard euro.Het rendement over 2011 is 6,9%
Die groei was echter niet toereikend om het effect van de lage rente teniet te doen. Door die lage rente zijn de verplichtingen van PMT in enkele jaren gegroeid van ongeveer 25 miljard naar 46 miljard euro.
Ter illustratie; in de periode 1985 tot en met 2010 is het gemiddelde rendement van PMT 6,8% per jaar geweest. In dit gemiddelde zitten dus ook de slechte jaren zoals 2008, waarin een negatief rendement werd gehaald.
PMT heeft begin 2012 de premie met 1% verhoogd en de pensioenen zijn niet geïndexeerd. Daarnaast heeft PMT nu voorgenomen maatregelen als een verlaging van de pensioenen met 7% aangekondigd.
Daarnaast probeert PMT, samen met andere pensioenfondsen, de politiek te overtuigen dat de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten werken op dit moment geen goede methode is, omdat deze kunstmatig laag wordt gehouden door de crisismaatregelen die in Europees verband genomen worden.
Door de instabiele financiële markten is de rente zeer sterk gedaald. Pensioenfondsen berekenen hun verplichtingen op basis van de lange, lage rente. Daarbij komt dat we allemaal langer blijven leven dan gedacht. Daarvoor heeft PMT 13% extra gereserveerd. Vorig jaar ging dat om 2 miljard euro extra waar geen premie-inkomsten tegenover staan
De dekkingsraad wordt bepaald door het vermogen van PMT te delen door de verplichtingen. De verplichtingen zijn de pensioenen die PMT nu en in de (verre) toekomst moet uitbetalen. Als mensen langer leven, moet PMT nú al meer geld reserveren om later niet voor verrassingen te staan. PMT heeft in totaal 13% extra geld gereserveerd om de gevolgen van langer leven op te vangen. Daar staan geen extra premieinkomsten tegenover
De stijgende levensverwachting komt op zich niet als een verrassing. Pensioenfondsen houden al jaren rekening met ouder wordende mensen. Dankzij nieuwe rekenmethodieken weten we sinds enkele jaren eerder en nauwkeuriger hoeveel ouder mensen gaan worden. Onze eerdere berekeningen hebben we daarom bijgesteld. Dat leidde tot een extra reservering van ongeveer 5% voor extra toekomstige uitkeringen. In totaal is al ruim 13% extra gereserveerd waar geen extrea premieinkomsten tegenover stonden
Ook jongeren kunnen er zeker van zijn dat zij later pensioen ontvangen van PMT. In alle situaties zal het bestuur van PMT de belangen van de verschillende generaties in het oog houden; ook die van jongeren. Elk pensioenfonds is daartoe verplicht. PMT houdt in haar dekkingsgraad nu al rekening met uitkeringen die pas over vele tientallen jaren betaald moeten worden.
Elke pensioenfonds wordt gecontroleerd door toezichthouder DNB. Zij bekijkt of in de financiële huishouding voor elke werknemer (jong enoud) voldoende geld is om toekomstige pensioenen uit te kunnen keren. Alleen als een pensioenfonds dat goed heeft geregeld, volgt een goedkeurende verklaring van DNB.
Het bestuur heeft in juni 2011 besloten om de overgangsrechten voor 2012 toe te kennen op basis van de financiële situatie van dat moment. Inmiddels is de financiële situatie bij pensioenfonds Metaal en Techniek verslechterd.Eind december 2011 had het fonds een dekkingsgraad van 88,5%. Daarmee is het herstelpad niet gehaald. Het fonds heeft nu voorgenomen maatregelelen aangekondigd, waaronder een korting van pensioen(aanspraken) van 7% per 1 april 2013. Dit wordt 31 december 2012 bepaald. Er is dus alleen sprake van een voorgenomen korting op de overgangsaanspraken in 2013.
PMT voert een beleid waarin met alle belangen optimaal rekening wordt gehouden. Dat betekent helaas niet dat PMT alle problemen zelf kan oplossen. Een voorbeeld hiervan is de grote beweeglijkheid van de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten werken. Die wordt bepaald door korte termijn marktomstandigheden en door (politieke) besluiten. Daarop heeft PMT geen invloed, maar het effect op de financiële positie van PMT is erg groot. PMT probeert dit probleem onder de aandacht van de politiek te brengen, maar kan de regels niet zelf aanpassen
Bij PMT worden geen bonussen uitgekeerd aan medewerkers en bestuur. Het bestuur van PMT ontvangt voor haar werkzaamheden een onkostenvergoeding, die wordt overgemaakt naar de benoemende partijen. Ieder jaar wordt in het jaarverslag openbaar gemaakt wat deze onkostenvergoedingen bedragen. De standaardvergoeding voor een bestuurder bedraagt 25.000,- euro per jaar.
PMT let erg op de kosten. Zowel bij de uitvoering van de pensioen-adminstratie als bij het beheren van het pensioenvermogen. Bij de pensioenadministratie behoort PMT al jaren tot de meest efficiënte fondsen van Nederland.
Bij het beheren van het vermogen moeten soms (veel) kosten worden gemaakt om een goed resultaat te bereiken. Een voorbeeld daarvan is de verkoop van Spaanse, Italiaanse, Portugese en Griekse bezittingen in 2010. PMT besloot die bezittingen tijdig van de hand te doen. De verkoop brengt echter transactiekosten met zich mee. Vervolgens moet het vrijgekomen kapitaal elders worden belegd, hetgeen ook kosten met zich meebrengt. Het kostenplaatje stijgt daardoor soms, maar het niet maken van deze kosten zou tot verliezen hebben geleid. Dat zou uiteindelijk veel schadelijker zijn geweest voor PMT en dus ook voor haar deelnemers.
Bedrijfstakpensioenfondsen werken met een kostendekkende premie. Deze premie moet, naar de inzichten van vandaag, voldoende zijn om toekomstige uitkeringen te kunnen betalen. Als later blijkt dat de premie toch te laag is vastgesteld, dan mag PMT niet alsnog een naheffing sturen. Dit is volgens de wetgeving niet mogelijk. Overigens zou die in veel gevallen terecht komen bij werkgevers en werknemers die nu ook bijdragen aan het herstel van PMT. Gepensioneerden dragen bij aan het herstel van PMT omdat hun pensioenuitkering al enkele jaren niet verhoogd is, terwijl de prijzen wel gestegen zijn
Ja, het beleid is evenwichtig en de risico’s worden goed gespreid. Hierover vindt ook regelmatig overleg plaats met de toezichthouder DNB. Onlangs heeft DNB nog vastgesteld dat PMT goed “in control” is voor wat betreft haar beleggingsbeleid. In 2010 haalde PMT een beleggingsrendement van 11,5%. Echter, de stijging van de verplichtingen groeit harder dan het vermogen. Daardoor daalt de dekkingsgraad op dit moment.
In Nederland kennen we het systeem van verplichtstelling voor pensioenfondsen. Daardoor zijn werkgevers en hun werknemers in de Metaal en Techniek verplicht aangesloten bij PMT. Zij kunnen er niet voor kiezen weg te gaan. Door deze wetgeving zijn alle werknemers in een bepaalde bedrijfstak verzekerd van een gelijke pensioenregeling tegen gelijke kosten. Daarmee wordt oneigenlijke concurrentie voorkomen. Werkgevers- en werknemersorganisaties besturen het fonds, zodat zij samen het beleid kunnen bepalen en de wensen van de bedrijfstak kunnen doorvoeren. Bij een bedrijfstakpensioen worden de risico’s gedeeld en zijn de kosten lager. Dat levert ondanks moeilijke tijden toch meer pensioen op.
De dekkingsgraad wordt berekend door de bezittingen (het vermogen) van PMT te delen door de verplichtingen (pensioenen nu en in de verre toekomst). De uitkomst noemen we de dekkingsgraad. Het vermogen wordt bepaald door het rendement van PMT. Door de crisis wordt dat soms negatief beïnvloed. Maar omdat PMT haar beleggingen wereldwijd over veel soorten producten spreidt, is het totale beeld hierin positief.
De verplichtingen groeien de laatste jaren erg hard; veel harder dan het vermogen. Dat komt door de gestegen levensverwachting en door de lage rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen. Die lage rente is het gevolg van marktomstandigheden (Griekenland, Eurocrisis) en de maatregelen die bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank neemt om de crisis te bestrijden. De lage dekkingsgraad is dus voor een aanzienlijk deel te wijten aan de bijzondere omstandigheden die samenhangen met de financiële situatie in Europa.
PMT kan maatregelen nemen om de inkomsten te vergroten en de uitgaven (naar de toekomst toe) te beperken. Dat kan leiden tot premieverhoging, pensioenen niet mee laten stijgen met prijsstijgingen, versoberen van de pensioenregeling of het korten van pensioenen. De maatregelen die het bestuur moet nemen zullen zodanig moeten zijn, dat alle groepen van belanghebbenden min of meer even hard worden geraakt. De Pensioenwet schrijft voor dat de rekening van het herstel van PMT niet bij één categorie terecht mag komen.
De dekkingsraad wordt bepaald door het vermogen van PMT te delen door de verplichtingen. De verplichtingen zijn de pensioenen die PMT nu en in de (verre) toekomst moet uitbetalen. Hoeveel PMT in kas moet hebben om toekomstige betalingen te kunnen doen wordt bepaald door de rekenrente en de levensverwachting. Hoe lager die rente en hoe langer we leven, hoe meer geld PMT nu moet reserveren. De huidige (zeer) lage rente leidt dus tot een (zeer) hoge reservering nú ten behoeve van toekomstige uitkeringen. Daardoor daalt de dekkingsgraad.
Eind 2009 heeft PMT besloten per 31 december 2011 te stoppen met Pensioenbeleggen. De redenen hiervoor zijn:
• Wettelijke (toezichts)maatregelen zorgen ervoor dat het product voor deelnemers onverantwoord duurder wordt;
• PMT kan de deelnemers door verscherpte wet- en regelgeving op verzoek niet meer adviseren;
• Het aantal deelnemers kwam onder de grens waarop het product op een aanvaardbaar kostenniveau kan worden gehanteerd.
Daarmee kan Pensioenbeleggen niet meer voldoen aan de doelstelling van PMT. Eind jaren ’90 wilde PMT graag een aanvullend pensioen aanbieden tegen lage kosten voor de deelnemer. Bovendien is de belangstelling voor Pensioenbeleggen afgenomen. Als de kosten ten laste van het fonds zouden komen, betekent dit dat alle deelnemers gaan bijdragen aan de hoge kosten van een beperkte groep deelnemers. Dit is niet in overeenstemming met de solidariteitsgedachte van PMT
Het tegenvallende rendement van Pensioenbeleggen is geen aanleiding geweest voor de beslissing van PMT om te stoppen met Pensioenbeleggen. De belangrijkste reden is de verzwaring van de wet- en regelgeving voor beleggingsproducten in de afgelopen jaren. Hierdoor zouden wij de kosten voor het product moeten verhogen, wat een nadelig gevolg heeft voor uw rendement. Als deze kosten ten laste van het fonds zouden komen, betekent dit dat alle deelnemers zouden gaan bijdragen aan de hoge kosten van een beperkte groep deelnemers. Dit is niet in overeenstemming met de solidariteitsgedachte van PMT
Het is niet mogelijk om het Pensioenbeleggingssaldo over te maken naar uw privérekening. Stortingen voor Pensioenbeleggen hebben een pensioenbestemming. Terugstorten zou een afkoop van pensioen betekenen en deze wijze van afkoop is op grond van de Pensioenwet niet toegestaan
Nee, dat is wettelijk gezien niet toegestaan
Nee, dat is niet mogelijk. Het saldo van uw Pensioenbeleggingsrekening is een aanvulling op uw reguliere pensioenopbouw bij PMT. Het is dus gekoppeld aan uw totale pensioenopbouw bij PMT. Het is wettelijk niet toegestaan om een deel van de totale pensioenopbouw bij een pensioenfonds af te kopen.
De 1,65% administratiekosten zijn reguliere kosten voor elke deelnemer die ook worden betaald bij de normale pensioenopbouw. Als deze kosten niet worden ingehouden, worden de kosten over het hele fonds berekend. Dat vindt PMT niet solidair.
Dit komt doordat u ouder bent geworden. Op een leeftijd van (bijvoorbeeld) 60 jaar heeft u meer geld nodig om een bepaald bedrag aan pensioen in te kopen dan als u 58 of 59 jaar bent. De geldsom die gereserveerd staat voor uw pensioen (de contante waarde) rendeert door totdat u met pensioen gaat. Naarmate u ouder bent, kan de geldsom minder lang renderen
PMT biedt geen compensatie voor een tegenvallend rendement. Het kenmerk van een beleggingsproduct is dat er risico wordt gelopen: dit kan positief uitpakken in de vorm van een hoog rendement, maar ook negatief in de vorm van een laag of zelfs negatief rendement.
Het saldo wordt berekend met inkoopfactoren die horen bij uw leeftijd. De inkoopfactoren per leeftijd zijn gebaseerd op gemiddelde levensverwachtingen en op een vaste rekenrente van 4%. De vaste rekenrente van 4% betekent dat de omzetting van uw saldo in aanspraken niet beïnvloed wordt door de actuele (lage) stand van de huidige marktrente.
De eindbrief is rond 26 januari bij u op de mat gevallen. In de eindbrief ziet u het pensioen uit Pensioenbeleggen, en uw pensioen inclusief uw pensioen uit Pensioenbeleggen. We kwamen er na verzending achter dat er een foute uitleg stond bij het partnerpensioen. Het pensioen dat uw partner krijgt als u overlijdt na uw pensioendatum staat per abuis omschreven als een aanvulling op het partnerpensioen.
In de week van 30 januari heeft u een nieuwe brief gekregen met de juiste uitleg. De bedragen die in de brief stonden zijn wel correct.
Radar zegt dat een doorsneepremie oneerlijk is voor mensen met een laag salaris tov mensen met een hoog salaris. Radar gaat er dan van uit dat mensen met een hoog salaris dat salaris op late leeftijd hebben. Om hun pensioen dan nog op dat hoge salaris aan te laten sluiten, is er vanwege de leeftijd in hun voorbeeld nog maar weinig tijd om hun laat ingelegde premie te laten 'renderen'. Dat wil zeggen; via beleggen het pensioen op tijd op het gewenste niveau te krijgen.
Wat Radar zegt, klopt in theorie. In de praktijk ligt de situatie echter genuanceerder: mensen met een hoger salaris maken over het algemeen een geleidelijke stijging van het salaris mee. Door de jaren heen hebben ze al meer voor hun pensioen betaald. Ook de overstap naar de middenloonregeling wordt door Radar buiten beschouwing gelaten. het pensioenbedrag is gebaseerd op het gemiddelde verdiende salaris van een persoon. En niet op het laatst verdiende salaris. Daarbij is het zo dat de inkomens bij PMT redelijk dicht bij elkaar liggen. 81% van de mensen in onze sector verdient een gemiddeld modaal salaris
Nee, uw pensioen is niet gegarandeerd. In moeilijke tijden kan het voorkomen dat PMT tot kortingsmaatregelen op uw pensioen moet besluiten. Dit gebeurt pas als alle andere maatregelen die een fonds kan nemen onvoldoende zijn. PMT heeft tot op heden géén kortingsmaatregelen hoeven te nemen.
Nee, u betaalt premie voor een nominaal pensioen. Een nominaal pensioen is een pensioen zonder prijsindexatie of loonindexatie (toeslagen). Indexatie wordt betaald uit het overrendement dat een fonds behaald. PMT heeft tot en met 2008 indexaties toegekend. Ook zijn eerder gemiste indexaties ingehaald. Vanaf 2009 is de dekkingsgraad van PMT lager dan 105%. Daarom mag PMT de pensioenen niet indexeren.
Ja, dat kan. Ieder jaar stuurt PMT u een pensioenoverzicht (UPO). Daar vindt u wat u al heeft opgebouwd aan pensioen en wat u kunt bereiken. Op de pensioenplanner kunt u zelf berekenen wanneer u met pensioen zou kunnen. Naast bruto bedragen wordt hier ook een netto-indicatie gegeven
In de pensioenregeling van PMT worden twee opbouwpercentages gebruikt:
Als mede-eigenaar en als klant, let PMT extra op de kosten bij haar uitvoerder. Wij ontvangen een transparante factuur op basis van de vergoedingsafspraken die door ons met de uitvoerder zijn gemaakt.
Los van eigen rapportages en onderzoeken doet PMT daarnaast ook mee aan het jaarlijkse kostenonderzoek door CEM. Uit dit Canadese, internationaal erkende en onafhankelijke kostenmetingsysteem, blijkt dat PMT al jaren dicht tegen het gemiddelde aan zit van fondsen die met ons vergelijkbaar zijn. CEM is ook een middel dat staat voor transparantie. We meten vrijwiliig de kosten en maken dat publiek.
PMT onderzoekt continu de kosten. Via eigen rapportages maar ook via externe audits.
De kosten die PMT maakt zijn grofweg te verdelen in twee categorieën; de kosten voor de pensioenuitvoering en de kosten voor het vermogensbeheer. PMT bewaakt deze kosten intensief via kwartaalrapportages van de uitvoerder. Jaarlijks publicieert PMT de kosten in haar jaarverslag.
In 2009 waren de adminstratiekosten per deelnemer 45,16 euro. In 2010 was dit 41,53 euro.
De kosten vermogensbeheer waren in 2009 42,69 euro. De kosten vermogensbeheer zijn over 2010 nog niet bekend. In 2009 waren de kosten vermogensbeheer 0,568% van het gemiddeld belegd vermogen (of 0,498% van het balanstotaal).
Per deelnemer maakte PMT gemiddeld over de laatste vijf jaar 44 euro aan pensioenuitvoeringskosten en rond de 47 euro vermogensbeheer kosten. Voglens de CEM lag het gemiddelde van het totaal aan kosten in Nederland per pensioenfonds tussen 110 en 120 euro. Daar zitten we dus fors onder
De kosten van de pensioenadministratie worden teruggedrongen door de processen optimaal in te richten. Daar wordt hard aan gewerkt. De kosten voor vermogensbeheer worden teruggedrongen door continu het beleggingsproces te monitoren en te zorgen voor een efficiënte inrichting daarvan. Binnen het bestuur van PMT is een aparte commissie (CUB) die de totale kosten van de uitvoering controleert.
Uit het CEM-rapport van PMT over boekjaar 2009 (2010 komt nog), blijkt dat PMT qua pensioenuitvoering behoort tot de top van de Nederlandse bedrijfstakpensioenfondsen met zowel een scherpe 'prijs / kwaliteit' (service) als een goede 'prijs / kwantiteit' (transactievolume) verhouding. Van de deelnemende fondsen heeft PMT het laagste kostenniveau per deelnemer, bij een relatief hoge servicescore en een gemiddeld transactievolume. Als het gaat om alleen de kosten vermogensbeheer, behoort PMT tot het gemiddelde van de vergelijkbare fondsen.
Samen met andere pensioenfondsen en uitvoerders wordt binnen de Pensioenfederatie onderzocht of er mogelijkheden zijn voor kostenverlagende maatregelen. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld waardeoverdracht-systematiek en uniformering loonbegrip.
PMT weet van iedere beleggingscategorie welke vergoeding er betaald wordt aan fondsbeheer. De wijze waarop deze kosten worden betaald kan verschillen. Soms worden de vergoeding ingehouden op het vermogen en soms wordt het via een aparte nota betaald. Verder zijn er transactiekosten bij aan- en verkoop van financiële instrumenten.
Als u meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, kan sprake zijn van premievrije voortzetting van pensioenopbouw. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden!
Indexatie is voorwaardelijk; dat betekent dat er geen recht is op indexatie. Ook voor de langere termijn is het niet zeker of, en in hoeverre, indexatie zal plaatsvinden. Jaarlijks besluit het bestuur of er voldoende financiële middelen zijn om (geheel of gedeeltelijk) te indexeren.
| Jaar | Geboortedatum | Leeftijd | Maand | |
| 2009 | Voor maart 1949 | 60 | 10 | |
| 2010 | Voor 1 januari 1950 | 61 | 0 | |
| 2011 | Voor 1 november 1950 | 61 | 2 | |
| 2012 | Voor 1 september 1951 | 61 | 4 | |
| 2013 | Voor 1 juli 1952 | 61 | 6 | |
| 2014 | Voor 1 mei 1953 | 61 | 8 | |
| 2015 | Voor 1 maart 1954 | 61 | 10 | |
| 2016 | e.v. Vanaf 1 maart 1954 | 62 | 0 |
Mocht u naast het ontvangen van een (vervroegd) pensioenuitkering van het pensioenfonds Metaal en Techniek nog een andere uitkering of salaris ontvangen en dit niet aan ons doorgeven dan kunt u bij de belastingaangifte voor een onaangename verrassing komen te staan.
Voor het bepalen van de hoogte van de loonheffing wordt er gebruik gemaakt van verschillende belastingschijven. Afhankelijk van de hoogte van het jaarinkomen komt u in één of meerdere schijven terecht waar verschillende belastingpercentages bij horen.
De cijfers voor 2011 zijn als volgt:
|
Belastingschijven en loonheffing 2011 |
|
|
|
|
|
Inkomen box 1 |
t/m 64 jaar |
vanaf 65 jaar |
|
Schijf 1: |
vanaf € 0 t/m € 18.628 |
33% |
15,10% |
|
Schijf 2: |
vanaf € 18.628 t/m € 33.436 |
41,95% |
24,05% |
|
Schijf 3: |
vanaf € 33.436 t/m € 55.694 |
42,00% |
42,00% |
|
Schijf 4: |
vanaf € 55.694 en hoger |
52,00% |
52,00% |
Stel nu: u heeft een pensioenuitkering van € 12.000,- en daarnaast een salaris van € 10.000,-.
Als u niets onderneemt, betekent dit dat voor beide bedragen rekening gehouden wordt met 33% belastingheffing. Wat echter had moeten gebeuren was dat beide bedragen opgeteld werden en dat daardoor €18.628,- tegen 33% belast werd en het resterende bedrag tegen 41,95%.
Om te voorkomen dat u bij uw aangifte erachter komt dat u te weinig belasting heeft afgedragen, en er alsnog een naheffing hiervoor opgelegd wordt, is het zaak hiervoor aan het pensioenfonds te vragen om rekening te houden met uw andere inkomsten bij de inhouding.
U kunt eventueel ook via een Voorlopige Teruggaaf aan de Belastingdienst vragen om hier maandelijks al rekening mee te houden.
In mei 2011 heeft de Belastingdienst besloten dat werken naast vervroegd ouderdomspensioen is toegestaan. Dit onder voorwaarde dat het pensioen niet eerder dan met 60 jaar is ingegaan.
Overweegt u te gaan werken naast vervroegd ouderdomspensioen, dan moet u wel een nieuw dienstverband aangaan met de werkgever. Het oude dienstverband wordt beëindigd om met pensioen te gaan en het nieuwe dienstverband is voor de uren dat u erbij wilt werken. PMT stelt als voorwaarde dat u minimaal één dag per week daadwerkelijk met vervroegd pensioen gaat.
Het klopt dat PMT uw pensioen niet heeft gekort. Dat kunt u zien aan het bruto bedrag. Dat is hetzelfde als vorig jaar. PMT keert dus hetzelfde bedrag uit. Netto zal het bedrag echter wel lager zijn. Dat komt omdat de overheid de premie voor de zorgverzekeringswet heeft verhoogd. En deze premie wordt ingehouden op uw pensioen.
Nee, uw pensioenuitkering wijzigt niet. Het deel van uw partner wordt niet bij uw uitkering opgeteld. U heeft op het moment dat u met pensioen ging voor invulling van uw pensioen gekozen. Het later overlijden van uw partner heeft hier geen invloed op. U blijft evenveel ontvangen als voorheen. Als u zelf overlijdt, dan verandert er wel iets voor uw partner.
Voor wijzigingen in de AOW als gevolg van overlijden kunt u terecht bij www.svb.nl
Woont u in het buitenland? Dan stuurt PMT u ieder jaar het formulier 'Bewijs van in leven zijn'. Dat doen we omdat we van buitenlandse gemeenten geen bericht krijgen als iemand is overleden. Zorg ervoor dat u het formulier laat invullen door de ambassade, het consulaat, de burgerlijke stand of een notaris. Laat het voorzien van een officiële stempel of verklaring van echtheid
Mocht u naast het ontvangen van een (vervroegd) pensioenuitkering van het pensioenfonds Metaal en Techniek nog een andere uitkering of salaris ontvangen en dit niet aan ons doorgeven dan kunt u bij de belastingaangifte voor een onaangename verrassing komen te staan.
Voor het bepalen van de hoogte van de loonheffing wordt er gebruik gemaakt van verschillende belastingschijven. Afhankelijk van de hoogte van het jaarinkomen komt u in één of meerdere schijven terecht waar verschillende belastingpercentages bij horen.
De cijfers voor 2011 zijn als volgt:
| belastingschijven en loonheffing 2011 | |||
| inkomen box 1 | t/m 64 jaar | vanaf 65 jaar | |
| Schijf 1: | vanaf 0 t/m 18.628 euro | 33% | 15,10% |
| Schijf 2: | vanaf 18.628 t/m 33.437 euro | 41,95% | 24,05% |
| Schijf 3: | vanaf 33.436 t/m 55.694 euro | 42% | 42% |
| Schijf 4: | vanaf 55.694 euro en hoger | 52% | 52% |
Stel nu: u heeft een pensioenuitkering van € 12.000,- en daarnaast een salaris van € 10.000,-.
Als u niets onderneemt, betekent dit dat voor beide bedragen rekening gehouden wordt met 33% belastingheffing. Wat echter had moeten gebeuren was dat beide bedragen opgeteld werden en dat daardoor €18.628,- tegen 33% belast werd en het resterende bedrag tegen 41,95%.
Om te voorkomen dat u bij uw aangifte erachter komt dat u te weinig belasting heeft afgedragen, en er alsnog een naheffing hiervoor opgelegd wordt, is het zaak hiervoor aan het pensioenfonds te vragen om rekening te houden met uw andere inkomsten bij de inhouding.
U kunt eventueel ook via een Voorlopige Teruggaaf aan de Belastingdienst vragen om hier maandelijks al rekening mee te houden.
Als uw dienstverband afloopt en u heeft geen werk, dan kunt u een WW-uitkering aanvragen bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Uitvoeringsinstantie Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt uw ‘arbeidsverleden’ en stelt vast of u recht heeft op een WW-uitkering. Kijk voor meer informatie op www.cwi.nl en www.uwv.nl.
U kunt tijdens uw werkloosheid toch pensioen blijven opbouwen via de PMT FVP-vervangende regeling. Meer informatie vindt u hier
De FVP regeling van de overheid zorgde ervoor dat u tijdens uw werkloosheid toch pensioen kon opbouwen. Sinds 1 januari 2011 bestaat de FVP-regeling niet meer.
Het bestuur van PMT heeft besloten om een vervangende regeling in te voeren. Hiermee kunt u toch pensioen blijven opbouwen gedurende de tijd dat u werkloos bent. Er is, net als bij de FVP-regeling van de overheid het geval was, een wachttijd van een half jaar. PMT neemt bij deze FVP-vervangende regeling 75% van de pensioenpremie voor haar rekening, U betaalt zelf de overige 25%. Deze regeling geldt voor iedereen die werkloos wordt, ongeacht de leeftijd.
U vindt hier meer informatie
Zodra u werkloos wordt, ontstaat er een pensioentekort. Ook als u in het verleden een FVP-bijdrage is toegekend, mist u nog 180 dagen pensioenopbouw. Dit pensioentekort hoeft niet definitief te zijn. Als u meer wilt weten over uw pensioensituatie of de mogelijkheden om extra pensioen op te bouwen, neem dan contact op met Klanteninformatie of met een Pensioenconsulent in uw regio.
De werkgever ontvangt de afgedragen pensioenpremie terug over de periode waarop de FVP-bijdrage betrekking heeft. Heeft de werkgever over die periode premie ingehouden bij de werknemer, dan moet de gerestitueerde premie met de werknemer verrekend worden.