Veel gestelde vragen
  • Vragen en antwoorden voorgenomen maatregelen PMT
    • Waarom is de dekkingsgraad bij PMT lager dan bij de andere grote fondsen?

      De dekkingsgraad van PMT wordt negatief beïnvloed door twee oorzaken; door de lage rente als gevolg van de economische situatie  en door de gestegen levensverwachting. PMT is een relatief jong fonds met voornamelijk mannelijke deelnemers die fulltime werken. Hierdoor is PMT extra gevoelig voor de gevolgen van het langer leven. Het fonds heeft hier de afgelopen jaren 13% extra vermogen voor moeten reserveren waar geen premie tegenover staat. Door de lage leeftijd van haar deelnemers heeft PMT daarbij langer verplichtingen die worden berekend met de lage rente. Dat maakt PMT extra gevoelig voor de effecten van de lage rente, dat tikt bij ons zo’n 13% harder door dan bij andere fondsen.

    • Wat zijn de gevolgen voor de deelnemers?

      Met een dekkingsgraad van 88,5% zit PMT onder het  herstelpad. Dat betekent dat met ingang van 2012 volgens het herstelplan de premie al met 1% is verhoogd en dat er geen indexatie is verleend. De dekkingsraad van 88,5% ligt onder ons herstelpad van ca 95,5%. Dat betekent dat we maatregelen moeten aankondigen, waaronder ook een kortingsmaatregel van 7% en een versobering van de overgangsregelingen.
      31 december 2012 wordt gekeken of  het fonds toch op het herstelpad zit (ca 100%). Is dat niet het geval, dan zullen de nu aan te kondigen maatregelen per april 2013 worden uitgevoerd. Is dat wel het geval dan zal een eventuele verlaging niet worden uitgevoerd of lager zijn. Dit raakt iedereen, maar gepensioneerden zullen een verlaging helaas direct in hun portemonnee voelen

    • Hoe werkt verlagen van pensioen in de praktijk?

      Als het pensioenfonds moet korten op de pensioenen wordt een % gekort van het aanvullende pensioenbedrag (bruto). Er wordt niet gekort op de AOW.

      Een rekenvoorbeeld:
      U heeft een bruto pensioen van 5000 euro per jaar, u bent getrouwd en bent beide ouder dan 65 jaar. Stel dat PMT per 1 april 2013 de pensioenen daadwerkelijk met 7% zou moeten verlagen. Afhankelijk van de situatie komt dat neer op netto ca 20 euro minder aanvullend pensioen per maand. U ontvangt echter ook AOW. In 2012 stijgt deze met 10 euro netto in de maand. Per saldo ontvangt u dan 10 euro netto minder per maand (in dit voorbeeld is gerekend met de AOW cijfers van 2012).

      De hoogte van een eventuele definitieve verlaging van de pensioenen hangt af van de dekkingsgraad eind 2012 (100%). Korten van pensioen geldt voor alle deelnemers van het fonds en is voor iedereen een  pijnlijke maatregel. Gepensioneerden voelen een korting echter direct in hun portemonnee wat het extra pijnlijk maakt.

    • Hoe pakt korten van pensioen uit bij VOP?

      Wat dit precies zou kunnen betekenen voor mensen die een VOP uitkering hebben of binnenkort gaan ontvangen is nog niet exact duidelijk.

      De pensioenregeling van PMT wordt versoberd. De overgangsregelingen die vervroegd met pensioen gaan mogelijk maken, worden ook met 7% verminderd. Dat betekent dat als u met dezelfde leeftijd met pensioen wil gaan, de uitkering lager is. Wilt u dezelfde uitkering behouden, dat betekent dit dat u enkele maanden langer zult moeten doorwerken.

      Eind 2012 wordt bepaald of PMT alsnog haar herstelpad heeft gehaald (100%). Als dat niet het geval is, zal de voorgenomen korting op de overgangsregelingen per 1 april 2013 worden uitgevoerd. Als herstel dan voor een deel wel is behaald, dan kan de verlaging worden aangepast

    • Zijn er nog andere oplossingen mogelijk?

      Naast de voorgenomen kortingsmaatregel wordt ook de regeling versoberd met betrekking tot de voergangsregelingen. Dit betekent dat mensen die vervroegd met ouderdomspensioen willen voor het zelfde pensioenbedrag enkele maanden langer moeten doorwerken. Hoe dit precies uitpakt is op dit ogenblik nog niet bekend. Zodra we daar meer over weten, wordt dat direct bekend gemaakt.

      Het verlagen van pensioenen geldt voor alle deelnemers en gepensioneerden bij PMT. Als eind 2012 bekend wordt dat een verlanging van de pensioenen definitief doorgaat, zullen ook de werkgevers maximaal 0,65% van het salaris extra gaan meebetalen. Dit is zo door CAO-partijen afgesproken.

       

    • Wanneer kan PMT iets zeggen over maatregelen als korten?

      Formeel pas als DNB de evaluatie heeft goedgekeurd, dat zal rond 1 mei 2012 zijn. In februari 2012 heeft het bestuur een besluit genomen over voorgenomen maatregelen. Deelnemers, gepensioneerden en werkgevers ontvangen vanaf 16 februari een brief over de voorgenomen maatregelen.

       

    • Is er bij PMT slecht beleid gevoerd?

      Nee, PMT heeft een degelijk beleggingsbeleid gevoerd. Sinds 2010 zijn beleggingen (Griekse staatsleningen e.d.) die toen te risicovol bleken voor het fonds verkocht. Daarnaast is het rendement van PMT in de afgelopen jaren goed geweest. Het vermogen van PMT (‘het bezit’)  is dan ook gegroeid naar 40,9 miljard euro.Het rendement over 2011 is 6,9%

      Die groei was echter niet toereikend om het effect van de lage rente teniet te doen. Door die lage rente zijn de verplichtingen van PMT in enkele jaren gegroeid van ongeveer 25 miljard naar 46 miljard euro.

      Ter illustratie; in de periode 1985 tot en met 2010 is het gemiddelde rendement van PMT 6,8% per jaar geweest. In dit gemiddelde zitten dus ook de slechte jaren zoals 2008, waarin een negatief rendement werd gehaald.

    • Wat gaat er nu gebeuren?

      PMT heeft begin 2012 de premie met 1% verhoogd en de pensioenen zijn niet geïndexeerd. Daarnaast heeft PMT nu voorgenomen maatregelen als een verlaging van de pensioenen met 7% aangekondigd.

      Daarnaast probeert PMT, samen met andere pensioenfondsen, de politiek te overtuigen dat de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten werken op dit moment geen goede methode is, omdat deze kunstmatig laag wordt gehouden door de crisismaatregelen die in Europees verband genomen worden.

    • Waar komt de flinke neergang van de dekkingsgraad vandaan?

      Door de instabiele financiële markten is de rente zeer sterk gedaald. Pensioenfondsen berekenen hun verplichtingen op basis van de lange, lage rente. Daarbij komt dat we allemaal langer blijven leven dan gedacht. Daarvoor heeft PMT  13% extra gereserveerd. Vorig jaar ging dat om 2 miljard euro extra waar geen premie-inkomsten tegenover staan

    • Hoe werkt het langer leven door op de dekkingsgraad?

      De dekkingsraad wordt bepaald door het vermogen van PMT te delen door de verplichtingen. De verplichtingen zijn de pensioenen die PMT nu en in de (verre) toekomst moet uitbetalen. Als mensen langer leven, moet PMT nú al meer geld reserveren om later niet voor verrassingen te staan. PMT heeft in totaal 13% extra geld gereserveerd om de gevolgen van langer leven op te vangen. Daar staan geen extra premieinkomsten tegenover

    • De stijgende levensverwachting voor PMT is toch geen verrassing, dat weten jullie toch al jaren?

      De stijgende levensverwachting komt op zich niet als een verrassing. Pensioenfondsen houden al jaren rekening met ouder wordende mensen. Dankzij nieuwe rekenmethodieken weten we sinds enkele jaren eerder en nauwkeuriger hoeveel ouder mensen gaan worden. Onze eerdere berekeningen hebben we daarom bijgesteld. Dat leidde tot een extra reservering van ongeveer 5% voor extra toekomstige uitkeringen. In totaal is al ruim 13% extra gereserveerd waar geen extrea premieinkomsten tegenover stonden

    • Krijg ik later nog wel pensioen? Ik ben nu 30 jaar

      Ook jongeren kunnen er zeker van zijn dat zij later pensioen ontvangen van PMT. In alle situaties zal het bestuur van PMT de belangen van de verschillende generaties in het oog houden; ook die van jongeren. Elk pensioenfonds is daartoe verplicht. PMT houdt in haar dekkingsgraad nu al rekening met uitkeringen die pas over vele tientallen jaren betaald moeten worden.

      Elke pensioenfonds wordt gecontroleerd door toezichthouder DNB. Zij bekijkt of in de financiële huishouding voor elke werknemer (jong enoud) voldoende geld is om toekomstige pensioenen uit te kunnen keren. Alleen als een pensioenfonds dat goed heeft geregeld, volgt een goedkeurende verklaring van DNB.

    • Hoe zeker is de toekenning van de overgangsregelingen voor 2012? Kan het bestuur nog terugkomen op de eerder gedane toezegging nu de financiële positie zo slecht is?

      Het bestuur heeft in juni 2011 besloten om de overgangsrechten voor 2012 toe te kennen op basis van de financiële situatie van dat moment. Inmiddels is de financiële situatie bij pensioenfonds Metaal en Techniek verslechterd.Eind december 2011 had het fonds een dekkingsgraad van 88,5%. Daarmee is het herstelpad niet gehaald. Het fonds heeft nu voorgenomen maatregelelen aangekondigd, waaronder een korting van pensioen(aanspraken) van 7% per 1 april 2013. Dit wordt 31 december 2012 bepaald. Er is dus alleen sprake van een voorgenomen korting op de overgangsaanspraken in 2013.

       

    • PMT let niet op en als werkgever mag ik de rekening betalen. Vindt PMT dat terecht?

      PMT voert een beleid waarin met alle belangen optimaal rekening wordt gehouden. Dat betekent helaas niet dat PMT alle problemen zelf kan oplossen. Een voorbeeld hiervan is de grote beweeglijkheid van de rekenrente waarmee pensioenfondsen moeten werken. Die wordt bepaald door korte termijn marktomstandigheden en door (politieke) besluiten. Daarop heeft PMT geen invloed, maar het effect op de financiële positie van PMT is erg groot. PMT probeert dit probleem onder de aandacht van de politiek te brengen, maar kan de regels niet zelf aanpassen

    • Ontvangen bestuursleden en werknemers van PMT bonussen?

      Bij PMT worden geen bonussen uitgekeerd aan medewerkers en bestuur. Het bestuur van PMT ontvangt voor haar werkzaamheden een onkostenvergoeding, die wordt overgemaakt naar de benoemende partijen. Ieder jaar wordt in het jaarverslag openbaar gemaakt wat deze onkostenvergoedingen bedragen. De standaardvergoeding voor een bestuurder bedraagt 25.000,- euro per jaar.

       
    • Wat doet PMT aan kostenbeheersing?

      PMT let erg op de kosten. Zowel bij de uitvoering van de pensioen-adminstratie als bij het beheren van het pensioenvermogen. Bij de pensioenadministratie behoort PMT al jaren tot de meest efficiënte fondsen van Nederland.
      Bij het beheren van het vermogen moeten soms (veel) kosten worden gemaakt om een goed resultaat te bereiken. Een voorbeeld daarvan is de verkoop van Spaanse, Italiaanse, Portugese en Griekse bezittingen in 2010. PMT besloot die bezittingen tijdig van de hand te doen. De verkoop brengt echter transactiekosten met zich mee. Vervolgens moet het vrijgekomen kapitaal elders worden belegd, hetgeen ook kosten met zich meebrengt. Het kostenplaatje stijgt daardoor soms, maar het niet maken van deze kosten zou tot verliezen hebben geleid. Dat zou uiteindelijk veel schadelijker zijn geweest voor PMT en dus ook voor haar deelnemers.

    • Waarom verhaalt PMT de kosten niet door alsnog premie te innen bij degenen die in het verleden te weinig hebben betaald?

      Bedrijfstakpensioenfondsen werken met een kostendekkende premie. Deze premie moet, naar de inzichten van vandaag, voldoende zijn om toekomstige uitkeringen te kunnen betalen. Als later blijkt dat de premie toch te laag is vastgesteld, dan mag PMT niet alsnog een naheffing sturen. Dit is volgens de wetgeving niet mogelijk. Overigens zou die in veel gevallen terecht komen bij werkgevers en werknemers die nu ook bijdragen aan het herstel van PMT. Gepensioneerden dragen bij aan het herstel van PMT omdat hun pensioenuitkering al enkele jaren niet verhoogd is, terwijl de prijzen wel gestegen zijn

    • Is het beleggingsbeleid van PMT wel goed?

      Ja, het beleid is evenwichtig en de risico’s worden goed gespreid. Hierover vindt ook regelmatig overleg plaats met de toezichthouder DNB. Onlangs heeft DNB nog vastgesteld dat PMT goed “in control” is voor wat betreft haar beleggingsbeleid. In 2010 haalde PMT een beleggingsrendement van 11,5%. Echter, de stijging van de verplichtingen groeit harder dan het vermogen. Daardoor daalt de dekkingsgraad op dit moment.

    • Mag ik weg bij PMT?

      In Nederland kennen we het systeem van verplichtstelling voor pensioenfondsen. Daardoor zijn werkgevers en hun werknemers in de Metaal en Techniek verplicht aangesloten bij PMT. Zij kunnen er niet voor kiezen weg te gaan. Door deze wetgeving zijn alle werknemers in een bepaalde bedrijfstak verzekerd van een gelijke pensioenregeling tegen gelijke kosten. Daarmee wordt oneigenlijke concurrentie voorkomen. Werkgevers- en werknemersorganisaties besturen het fonds, zodat zij samen het beleid kunnen bepalen en de wensen van de bedrijfstak kunnen doorvoeren. Bij een bedrijfstakpensioen worden de risico’s gedeeld en zijn de kosten lager. Dat levert ondanks moeilijke tijden toch meer pensioen op.

    • Wordt de lage dekkingsgraad veroorzaakt door de financiële situatie in Griekenland?

      De dekkingsgraad wordt berekend door de bezittingen (het vermogen) van PMT te delen door de verplichtingen (pensioenen nu en in de verre toekomst). De uitkomst noemen we de dekkingsgraad. Het vermogen wordt bepaald door het rendement van PMT. Door de crisis wordt dat soms negatief beïnvloed. Maar omdat PMT haar beleggingen wereldwijd over veel soorten producten spreidt, is het totale beeld hierin positief.
      De verplichtingen groeien de laatste jaren erg hard; veel harder dan het vermogen. Dat komt door de gestegen levensverwachting en door de lage rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen. Die lage rente is het gevolg van marktomstandigheden (Griekenland, Eurocrisis) en de maatregelen die bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank neemt om de crisis te bestrijden. De lage dekkingsgraad is dus voor een aanzienlijk deel te wijten aan de bijzondere omstandigheden die samenhangen met de financiële situatie in Europa.

    • Wat wordt verstaan onder een evenwichtige verdeling van de lasten tussen werkgevers, (ex) werkenden en gepensioneerden?

      PMT kan maatregelen nemen om de inkomsten te vergroten en de uitgaven (naar de toekomst toe) te beperken. Dat kan leiden tot premieverhoging, pensioenen niet mee laten stijgen met prijsstijgingen, versoberen van de pensioenregeling of het korten van pensioenen. De maatregelen die het bestuur moet nemen zullen zodanig moeten zijn, dat alle groepen van belanghebbenden min of meer even hard worden geraakt. De Pensioenwet schrijft voor dat de rekening van het herstel van PMT niet bij één categorie terecht mag komen.

    • Hoe werkt de rentedaling dan door op de dekkingsgraad?

      De dekkingsraad wordt bepaald door het vermogen van PMT te delen door de verplichtingen. De verplichtingen zijn de pensioenen die PMT nu en in de (verre) toekomst moet uitbetalen. Hoeveel PMT in kas moet hebben om toekomstige betalingen te kunnen doen wordt bepaald door de rekenrente en de levensverwachting. Hoe lager die rente en hoe langer we leven, hoe meer geld PMT nu moet reserveren. De huidige (zeer) lage rente leidt dus tot een (zeer) hoge reservering nú ten behoeve van toekomstige uitkeringen. Daardoor daalt de dekkingsgraad.

  • Vragen over pensioenbeleggen
    • Waarom stopt PMT met pensioenbeleggen?

      Eind 2009 heeft PMT besloten per 31 december 2011 te stoppen met Pensioenbeleggen. De redenen hiervoor zijn:
      •    Wettelijke (toezichts)maatregelen zorgen ervoor dat het product voor deelnemers onverantwoord duurder wordt;
      •    PMT kan de deelnemers door verscherpte wet- en regelgeving op verzoek niet meer adviseren;
      •    Het aantal deelnemers kwam onder de grens waarop het product op een aanvaardbaar kostenniveau kan worden gehanteerd.
      Daarmee kan Pensioenbeleggen niet meer voldoen aan de doelstelling van PMT. Eind jaren ’90 wilde PMT graag een aanvullend pensioen aanbieden tegen lage kosten voor de deelnemer. Bovendien is de belangstelling voor Pensioenbeleggen afgenomen. Als de  kosten ten laste van het fonds zouden komen, betekent dit dat alle deelnemers gaan bijdragen aan de hoge kosten van een beperkte groep deelnemers. Dit is niet in overeenstemming met de solidariteitsgedachte van PMT

    • Waarom stopt PMT juist nu in tijden van een slechte economische situatie?

       Het tegenvallende rendement van Pensioenbeleggen is geen aanleiding geweest voor de beslissing van PMT om te stoppen met Pensioenbeleggen. De belangrijkste reden is de verzwaring van de wet- en regelgeving voor beleggingsproducten in de afgelopen jaren. Hierdoor zouden wij de kosten voor het product moeten verhogen, wat een nadelig gevolg heeft voor uw rendement. Als deze kosten ten laste van het fonds zouden komen, betekent dit dat alle deelnemers zouden gaan bijdragen aan de hoge kosten van een beperkte groep deelnemers. Dit is niet in overeenstemming met de solidariteitsgedachte van PMT

    • Kan ik het saldo op mijn privérekening gestort krijgen?

      Het is niet mogelijk om het Pensioenbeleggingssaldo over te maken naar uw privérekening. Stortingen voor Pensioenbeleggen hebben een pensioenbestemming. Terugstorten zou een afkoop van pensioen betekenen en deze wijze van afkoop is op grond van de Pensioenwet niet toegestaan

    • Kan ik het saldo overmaken naar een ander pensioenproduct?

      Nee, dat is wettelijk gezien niet toegestaan

    • Kan ik ook eenmalige afkoop krijgen in plaats van aanspraken?

      Nee, dat is niet mogelijk. Het saldo van uw Pensioenbeleggingsrekening is een aanvulling op uw reguliere pensioenopbouw bij PMT. Het is dus gekoppeld aan uw totale pensioenopbouw bij PMT. Het is wettelijk niet toegestaan om een deel van de totale pensioenopbouw bij een pensioenfonds af te kopen.

    • Waarom moet ik 1,65% administratiekosten betalen? PMT kiest er toch voor om te stoppen?

      De 1,65% administratiekosten zijn reguliere kosten voor elke deelnemer die ook worden betaald bij de normale pensioenopbouw. Als deze kosten niet worden ingehouden, worden de kosten over het hele fonds berekend. Dat vindt PMT niet solidair.

    • Ik krijg nu minder pensioen dan bij de berekening in maart 2011 terwijl mijn saldo nu hoger is. Hoe kan dit?

      Dit komt doordat u ouder bent geworden. Op een leeftijd van (bijvoorbeeld) 60 jaar heeft u meer geld nodig om een bepaald bedrag aan pensioen in te kopen dan als u 58 of 59 jaar bent. De geldsom die gereserveerd staat voor uw pensioen (de contante waarde) rendeert door totdat u met pensioen gaat. Naarmate u ouder bent, kan de geldsom minder lang renderen

    • Kan ik worden gecompenseerd?

      PMT biedt geen compensatie voor een tegenvallend rendement. Het kenmerk van een beleggingsproduct is dat er risico wordt gelopen: dit kan positief uitpakken in de vorm van een hoog rendement, maar ook negatief in de vorm van een laag of zelfs negatief rendement.

    • Hoe is mijn pensioen uit pensioenbeleggen berekend?

      Het saldo wordt berekend met inkoopfactoren die horen bij uw leeftijd. De inkoopfactoren per leeftijd zijn gebaseerd op gemiddelde levensverwachtingen en op een vaste rekenrente van 4%. De vaste rekenrente van 4% betekent dat de omzetting van uw saldo in aanspraken niet beïnvloed wordt door de actuele (lage) stand van de huidige marktrente.

    • Waarom heb ik een tweede eindbrief gekregen?

      De eindbrief is rond 26 januari bij u op de mat gevallen. In de eindbrief ziet u het pensioen uit Pensioenbeleggen, en uw pensioen inclusief uw pensioen uit Pensioenbeleggen. We kwamen er na verzending achter dat er een foute uitleg stond bij het partnerpensioen. Het pensioen dat uw partner krijgt als u overlijdt na uw pensioendatum staat per abuis omschreven als een aanvulling op het partnerpensioen.
      In de week van 30 januari heeft u een nieuwe brief gekregen met de juiste uitleg. De bedragen die in de brief stonden zijn wel correct.

  • Vragen over doorsneepremie
    • Wat is een doorsneepremie?
      Een doorsneepremie is een pensioenpremie waarbij voor iedereen een gelijk percentage van het pensioengevend salaris wordt betaald. Mensen met een lager salaris betalen zo (in geld) minder dan mensen met een hoger salaris
    • Is een doorsneepremie oneerlijk voor mensen met een laag salaris?

      Radar zegt dat een doorsneepremie oneerlijk is voor mensen met een laag salaris tov mensen met een hoog salaris. Radar gaat er dan van uit dat mensen met een hoog salaris dat salaris op late leeftijd hebben. Om hun pensioen dan nog op dat hoge salaris aan te laten sluiten, is er vanwege de leeftijd in hun voorbeeld nog maar weinig tijd om hun laat ingelegde premie te laten 'renderen'. Dat wil zeggen; via beleggen het pensioen op tijd op het gewenste niveau te krijgen.

      Wat Radar zegt, klopt in theorie. In de praktijk ligt de situatie echter genuanceerder: mensen met een hoger salaris maken over het algemeen een geleidelijke stijging van het salaris mee. Door de jaren heen hebben ze al meer voor hun pensioen betaald. Ook de overstap naar de middenloonregeling wordt door Radar buiten beschouwing gelaten. het pensioenbedrag is gebaseerd op het gemiddelde verdiende salaris van een persoon. En niet op het laatst verdiende salaris. Daarbij is het zo dat de inkomens bij PMT redelijk dicht bij elkaar liggen. 81% van de mensen in onze sector verdient een gemiddeld modaal salaris

    • Hanteert PMT ook een doorsneepremie?
      Ja, PMT is wettelijk verplicht om de doorsneepremie te hanteren. Het verschil in inkomens tussen de deelnemers van PMT is echter niet zo groot. 81% van de mensen in onze sector verdient een modaal salaris.
  • Risico en mijn pensioen
    • Is mijn pensioen vrij van risico?
      Nee, de afgelopen jaren is iedereen duidelijk geworden dat ons pensioenstelsel niet vrij is van risico's. Die risico's waren er altijd al, maar daarover zijn fondsen, inclusief PMT, in het verleden te weinig expliciet geweest. Absolute zekerheid is onbetaalbaar en leidt tot een duur en laag pensioen. Een beheerst beleggingsrisico is nodig voor een goed pensioen. Een collectief pensioen zoals bij PMT, beschermt deelnemers tegen de noodzakeliljke risico's die men individueel niet kan dragen.
    • Is mijn pensioen gegarandeerd?

      Nee, uw pensioen is niet gegarandeerd. In moeilijke tijden kan het voorkomen dat PMT tot kortingsmaatregelen op uw pensioen moet besluiten. Dit gebeurt pas als alle andere maatregelen die een fonds kan nemen onvoldoende zijn. PMT heeft tot op heden géén kortingsmaatregelen hoeven te nemen.

    • Is mijn pensioen standaard waardevast?

      Nee, u betaalt premie voor een nominaal pensioen. Een nominaal pensioen is een pensioen zonder prijsindexatie of loonindexatie (toeslagen). Indexatie wordt betaald uit het overrendement dat een fonds behaald. PMT heeft tot en met 2008 indexaties toegekend. Ook zijn eerder gemiste indexaties ingehaald. Vanaf 2009 is de dekkingsgraad van PMT lager dan 105%. Daarom mag PMT de pensioenen niet indexeren.

  • Pensioen Overzicht (UPO)
  • De pensioenregeling van PMT - Algemeen
    • Wanneer kan ik met pensioen?
      U kunt zelf kiezen wanneer u met pensioen gaat, als de leeftijd waarop u met pensioen gaat maar tussen de 60 en 65 jaar ligt. U kunt een deel van het door u opgebouwde ouderdomspensioen vervroegen naar een ingangsdatum vóór 65 jaar.
    • Wat is de pensioengrondslag?
      De pensioengrondslag is dat deel van uw salaris  waarover u pensioen  opbouwt en waarover u premie  betaalt. U bouwt over uw  pensioengrondslag een  bepaald percentage aan ouderdomspensioen  op.
    • Wat is de franchise?
      De franchise is dat deel van uw salaris waarover u geen  pensioen  opbouwt en geen premie betaalt. Dit is omdat  u na uw 65e ook AOW  ontvangt.
    • Hoeveel ouderdomspensioen bouw ik op?

      In de pensioenregeling van PMT worden twee opbouwpercentages gebruikt:

      1. een percentage onder een (maximum) grensbedrag en
      2. een percentage boven het grensbedrag.
    • Wanneer heeft mijn (ex-) partner recht op partnerpensioen (was nabestaandenpensioen)?
      In het reglement wordt onderscheid gemaakt tussen een wettelijke partner en een notariële partner. Bij een wettelijke partner is sprake van een huwelijk of eregistreerd partnerschap (geregistreerd in de registers van de Burgerlijke Stand). Het geregistreerd partnerschap wordt gelijkgesteld met het huwelijk. Beëindiging van het geregistreerd partnerschap wordt op dezelfde manier behandeld als een echtscheiding.

      Er is sprake van een notariële partner als men ongehuwd samenwoont. De ongehuwd samenwonenden moeten wél aan twee voorwaarden voldoen:
      een notariële samenlevingsovereenkomst (of -verklaring), waaruit blijkt dat men een gezamenlijke huishouding voert, en inschrijving in het bevolkingsregister, waaruit blijkt dat men op één adres woont.

      Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als aan de voorwaarden van partnerschap wordt voldaan. Als de relatie is verbroken, kan alleen de wettelijke ex-partner aanspraak maken op bijzonder partnerpensioen. De notariële ex-partner kan dit niet.
    • Wordt het pensioengevend jaarsalaris verlaagd door premies voor spaarloon en levensloop?
      Nee, premies voor de spaarloonregeling, premiespaarregeling en levensloopregeling hebben geen invloed op de hoogte van het pensioengevend jaarsalaris. U bouwt over deze betaalde bedragen dus ook pensioen op. Ook de werkgeversbijdrage voor de Zorgverzekeringswet heeft geen invloed op de hoogte van het pensioengevend jaarsalaris.

      Eventuele vakbondscontributies die via het brutoloon in december worden betaald, hebben geen invloed op het pensioengevend jaarsalaris.
    • Kan ik ook na mijn 65e pensioen opbouwen?
      Nee, dat is niet mogelijk.
    • Waar kan ik terecht als ik een vraag niet in deze vragenlijst terug kan vinden?
      Voor vragen over uw pensioen en administratieve zaken kunt u contact opnemen met de afdeling Klanteninformatie. Bereikbaar op werkdagen van 8.00- 17.30 uur via telefoonnummer (070) 316 08 60. U kunt ook contact opnemen met een pensioenconsulent bij u in de regio.
  • De pensioenregeling van PMT - Kosten
    • Heeft PMT nav het AFM rapport redenen om zich aangesproken te voelen?

      Als mede-eigenaar en als klant, let PMT extra op de kosten bij haar uitvoerder. Wij ontvangen een transparante factuur op basis van de vergoedingsafspraken die door ons met de uitvoerder zijn gemaakt.

      Los van eigen rapportages en onderzoeken doet PMT daarnaast ook mee aan het jaarlijkse kostenonderzoek door CEM. Uit dit Canadese, internationaal erkende en onafhankelijke kostenmetingsysteem, blijkt dat PMT al jaren dicht tegen het gemiddelde aan zit van fondsen die met ons vergelijkbaar zijn. CEM is ook een middel dat staat voor transparantie. We meten vrijwiliig de kosten en maken dat publiek.

    • Weet PMT zeker dat zij alles weet?

      PMT onderzoekt continu de kosten. Via eigen rapportages maar ook via externe audits.

    • Hoe zorgt PMT voor een zo groot mogelijke transparantie naar de deelnemers?
      De kosten van de pensioenuitvoering worden gerapporteerd in de jaarverslagen en via de site van PMT.
    • Wat rapporteert PMT en in welke frequentie?

      De kosten die PMT maakt zijn grofweg te verdelen in twee categorieën; de kosten voor de pensioenuitvoering en de kosten voor het vermogensbeheer. PMT bewaakt deze kosten intensief via kwartaalrapportages van de uitvoerder. Jaarlijks publicieert PMT de kosten in haar jaarverslag.

    • Wat zijn de kosten per deelnemer?

      In 2009 waren de adminstratiekosten per deelnemer 45,16 euro. In 2010 was dit 41,53 euro.

      De kosten vermogensbeheer waren in 2009 42,69 euro. De kosten vermogensbeheer zijn over 2010 nog niet bekend. In 2009 waren de kosten vermogensbeheer 0,568% van het gemiddeld belegd vermogen (of 0,498% van het balanstotaal).

    • Hoe verhoudt dit zich tot het gemiddelde?

      Per deelnemer maakte PMT gemiddeld over de laatste vijf jaar 44 euro aan pensioenuitvoeringskosten en rond de 47 euro vermogensbeheer kosten. Voglens de CEM lag het gemiddelde van het totaal aan kosten in Nederland per pensioenfonds tussen 110 en 120 euro. Daar zitten we dus fors onder

    • Welke maatregelen zijn genomen om de kosten terug te dringen?

      De kosten van de pensioenadministratie worden teruggedrongen door de processen optimaal in te richten. Daar wordt hard aan gewerkt. De kosten voor vermogensbeheer worden teruggedrongen door continu het beleggingsproces te monitoren en te zorgen voor een efficiënte inrichting daarvan. Binnen het bestuur van PMT is een aparte commissie (CUB) die de totale kosten van de uitvoering controleert.

    • Wat zijn de CEM scores van PMT?

      Uit het CEM-rapport van PMT over boekjaar 2009 (2010 komt nog), blijkt dat PMT qua pensioenuitvoering behoort tot de top van de Nederlandse bedrijfstakpensioenfondsen met zowel een scherpe 'prijs / kwaliteit' (service) als een goede 'prijs / kwantiteit' (transactievolume) verhouding. Van de deelnemende fondsen heeft PMT het laagste kostenniveau per deelnemer, bij een relatief hoge servicescore en een gemiddeld transactievolume. Als het gaat om alleen de kosten vermogensbeheer, behoort PMT tot het gemiddelde van de vergelijkbare fondsen.

    • Welke van de goede praktijkvoorbeelden t.a.v. administratie- en beleggingskosten die AFM benoemt op pag 8 van haar rapport volgt PMT? Gaat PMT naar aanleiding van dit onderzoek nog maatregelen nemen?

      Samen met andere pensioenfondsen en uitvoerders wordt binnen de Pensioenfederatie onderzocht of er mogelijkheden zijn voor kostenverlagende maatregelen. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld waardeoverdracht-systematiek en uniformering loonbegrip.

    • Zijn er kosten waar PMT geen zicht op heeft?

      PMT weet van iedere beleggingscategorie welke vergoeding er betaald wordt aan fondsbeheer. De wijze waarop deze kosten worden betaald kan verschillen. Soms worden de vergoeding ingehouden op het vermogen en soms wordt het via een aparte nota betaald. Verder zijn er transactiekosten bij aan- en verkoop van financiële instrumenten.

  • De pensioenregeling van PMT - Arbeidsongeschiktheid
  • De pensioenregeling van PMT - Gevolgen van verlof
    • Wanneer is sprake van verlof?
      Het reglement kent naast ouderschapsverlof een aantal andere verlofsoorten:
      zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof voor adoptie en pleegzorg, calamiteitenverlof, en ander kort verzuimverlof, kortdurend zorgverlof en langdurend zorgverlof. Dit verlof kan eventueel gefinancierd worden uit de levensloopregeling.
    • Kan ik bij verlof kiezen voor voortzetting van mijn pensioenopbouw?
      Het reglement kent naast ouderschapsverlof een aantal andere verlofsoorten:
      zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof voor adoptie en pleegzorg, calamiteitenverlof, en ander kort verzuimverlof, kortdurend zorgverlof en langdurend zorgverlof. Dit verlof kan eventueel gefinancierd worden uit de levensloopregeling.
  • De pensioenregeling van PMT - Herschikken
    • Wat is herschikken?
      U heeft ouderdoms- en partnerpensioen. Herschikken is het herverdelen van uw pensioen. Een deel van uw ouderdomspensioen kunt u bijvoorbeeld eerder dan 65 jaar laten ingaan. Heeft u geen partner dan kunt u het partnerpensioen herschikken naar uw ouderdomspensioen. Herschikken kunt u éénmalig doen.
    • Wanneer kan ik herschikken?
      U kunt uw pensioen herschikken vanaf de datum dat uw pensioen ingaat. U krijgt zes maanden voor uw standaard pensioenleeftijd automatisch een herschikformulier toegestuurd. Wilt u eerder of later met pensioen, vraag dan zelf het formulier aan bij onze afdeling Klanteninformatie Uw definitieve keuze moet u drie maanden vóór uw pensioeningang schriftelijk bij PMT hebben ingediend.

      Uw definitieve keuze kunt u niet meer veranderen.
    • Wat kan ik herschikken?
      De waarde van ouderdomspensioen
      De waarde van partnerpensioen
      De waarde van het pensioenbeleggingssaldo
    • Wat kan ik niet herschikken?
      Bijzonder partnerpensioen.
      Verevend ouderdomspensioen.
      Wezenpensioen.
  • De pensioenregeling van PMT - Pensioenaanspraken
    • Vroeger was er vroegpensioen. Wat is dat nu?
      In de huidige PMT-regeling is de opbouw van het vroegpensioen vervallen. Ter compensatie wordt meer ouderdoms- en partnerpensioen opgebouwd. Enerzijds doordat het opbouwpercentage wordt verhoogd van 1,75% naar 2,236% per jaar, anderzijds door een lagere franchise. Hierdoor wordt de pensioengrondslag hoger. De opbouwleeftijd is verlaagd van 25 jaar naar 18 jaar. Men bouwt daardoor langer pensioen op. Bedraagt het pensioengevend jaarsalaris meer dan € 70.108,-, dan is het jaarlijks opbouwpercentage over het salaris boven € 70.108,- 1,75%.
    • Is nabestaandenpensioen hetzelfde als partnerpensioen?
      Ja, dat is hetzelfde. Alleen wordt de term nabestaandenpensioen niet meer gebruikt. Daarvoor in de plaats spreekt men nu van ‘partnerpensioen'.
    • Wat is de hoogte van het ouderdomspensioen?
      Het onderdeel vroegpensioen uit de huidige regeling wordt vanaf 2006 vervangen door een hogere opbouw van ouderdoms- en partnerpensioen. De hogere opbouw kan worden ingezet voor een pensioen dat ingaat voor uw 65e. Daardoor is, na 40 jaar opbouw, sprake van een pensioeningang op 62 jaar met een uitkering van 87,5% van het gemiddeld verdiende salaris. Het ouderdomspensioen vanaf 65 jaar heeft vrijwel dezelfde hoogte als in de oude regeling. Als u geen gebruik maakt van de mogelijkheid om eerder dan uw 65e met pensioen te gaan, is het ouderdomspensioen hoger.
    • Kan ik een hoger ouderdomspensioen krijgen door herschikken van partnerpensioen in ouderdomspensioen?
      Ja, dat is mogelijk. Heeft u geen partner of heeft uw partner voldoende eigen inkomsten (ook na uw overlijden!), dan kunt u het partnerpensioen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen.

      Andersom is ook mogelijk. Vindt u de hoogte van het partnerpensioen onvoldoende voor uw partner, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen inruilen voor een hoger partnerpensioen. Het partnerpensioen mag echter nooit hoger zijn dan het ouderdomspensioen.
    • Als ik kom te overlijden wat krijgt mijn vrouw dan voor uitkering? En is er ook iets geregeld voor mijn kinderen?
      Uw partner krijgt na uw overlijden (onder voorwaarden) een partnerpensioen. Uw kinderen krijgen (onder voorwaarden) een wezenpensioen.

      Als u voor uw pensionering overlijdt, bestaat het partnerpensioen uit drie onderdelen:

      het partnerpensioen dat is opgebouwd tot 1 januari 2006,
      het partnerpensioen dat volgens de regeling vanaf 1 januari 2006 is opgebouwd en
      (als u actief deelnemer was op het moment van overlijden) het partnerpensioen dat zou zijn opgebouwd tot uw pensionering.

      Als u overlijdt vóór u met pensioen gaat, dan bedraagt het op te bouwen partnerpensioen 50% van het ouderdomspensioen. Dit is enigszins gelijk aan de hoogte van het nabestaandenpensioen uit de oude regeling. Op de pensioendatum is het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen. Dit extra stuk partnerpensioen, ten opzichte van de oude regeling, is bedoeld om te gebruiken om voor uw 62e met pensioen te kunnen gaan. Hiervoor moet de partner van de werknemer wel toestemming geven.
    • Wanneer heeft mijn partner geen recht op partnerpensioen?
      Er is geen recht op partnerpensioen, als het overlijden plaatsvindt binnen één jaar: na aanvang van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of gezamenlijke huishouding of na aanvang van het deelnemerschap. Het Bestuur kan alsnog besluiten uit te keren, als door een medisch specialist wordt aangegeven dat het overlijden redelijkerwijs niet was te voorzien.
    • Wat is de hoogte van het wezenpensioen?
      Het wezenpensioen van actieve deelnemers bedraagt vanaf 1 januari 2006 10% van het vanaf 2006 opgebouwde ouderdomspensioen en het nog op te bouwen ouderdomspensioen. Het wezenpensioen bedraagt 10% van het opgebouwde ouderdomspensioen bij overlijden van gewezen deelnemers (slapers) en gepensioneerden. Als beide ouders zijn overleden, wordt het wezenpensioen gebaseerd op 20% van het ouderdomspensioen. Als voor 1 januari 2006 wezenpensioen is ‘opgebouwd', dan wordt dit natuurlijk ook uitgekeerd.
  • De pensioenregeling van PMT - Pensioenaanspraken naar keuze
  • De pensioenregeling van PMT - Premie en indexatie (toeslagverlening)
  • De pensioenregeling van PMT - Vervroegd pensioen
    • Voorheen was er vroegpensioen. Kan ik nog met vroegpensioen?
      Op 1 januari 2006 is de opbouw van het vroegpensioen komen te vervallen. Daartoe is besloten, omdat de vroegpensioenpremie door kabinetsmaatregelen fiscaal niet meer aftrekbaar was. Degene die op of na 1 januari 1946 geboren is, kan niet met vroegpensioen, maar gaat met ouderdomsdomspensioen. Dit ouderdomspensioen kan wel eerder dan 65 jaar ingaan, maar niet voor 60 jaar.

      U kunt wel het ouderdomspensioen herschikken, zodat u toch eerder met pensioen kunt.
    • Wat gebeurt er met het geld dat ik voorheen heb gespaard voor mijn vroegpensioen?
      De ‘eigen opgebouwde vroegpensioenaanspraken' worden omgezet in ouderdomspensioen. Op deze manier gaat uw ‘oude vroegpensioen' onderdeel uitmaken van het ouderdomspensioen, dat u eerder dan 65 jaar kunt laten ingaan.
    • In het nieuwe reglement is de pensioenrichtleeftijd 65 jaar. Kan ik dan nog wel eerder stoppen met werken? En wanneer?
      Ja, u kunt eerder stoppen met werken door uw ouderdomspensioen voor 65 jaar te laten ingaan. Op zijn vroegst kan dit op 60-jarige leeftijd. In het nieuwe pensioenreglement zijn twee overgangsregelingen opgenomen. Enerzijds om te zorgen dat u van 62 tot 65 jaar een inkomensvervangende uitkering krijgt Anderzijds om te zorgen dat oudere werknemers al eerder dan 62 jaar met pensioen kunnen gaan. De hoogte van uw uitkering is onder meer afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden en van fiscale grenzen.

      In tien jaar loopt de uittreedleeftijd op naar 62 jaar conform onderstaande tabel:

      Jaar  Geboortedatum  Leeftijd  Maand  
      2009  Voor maart 1949  60 10  
      2010 Voor 1 januari 1950 61 0  
      2011 Voor 1 november 1950 61 2  
      2012 Voor 1 september 1951 61  4  
      2013 Voor 1 juli 1952 61  6  
      2014 Voor 1 mei 1953 61 8  
      2015 Voor 1 maart 1954 61 10  
      2016 e.v. Vanaf 1 maart 1954 62 0  
    • Op mijn laatste pensioenoverzicht (UPO) staat dat ik aanspraak kan maken op overgangsregelingen. Bestaan deze nog en heb ik hier nog steeds recht op?
      Als u op grond van de vorige regeling in aanmerking zou komen voor de overgangsaanspraken, dan komt u in het algemeen ook in de nieuwe regeling in aanmerking voor overgangsregelingen. Dan staat dat ook op uw UPO.U moet natuurlijk wel aan de voorwaarden blijven voldoen tot aan het moment waarop uw pensioen ingaat.

      Wilt u zekerheid over uw situatie, zeker wanneer in het verleden pensioenrechten zijn ingekocht, neem dan contact op met de Klanteninformatie of met de pensioenconsulent in uw regio.
    • Wat zijn de overgangsaanspraken eigenlijk? Bestaat zowel de compensatie als de overbruggingsregeling nog steeds?
      In de oude regeling kon men gebruik maken van overgangsaanspraken om eerder dan 62 jaar met pensioen te gaan. In de huidige regeling van PMT is er ook een compensatie- en overbruggingsregeling. Deze regelingen zijn wel aangepast aan de huidige regeling.
    • Betaal ik nog premie voor vroegpensioen?
      Vanaf 2006 betaalt u geen vroegpensioenpremie meer. U betaalt wel premie voor ouderdoms- en partnerpensioen. Elders op deze website vindt u veelgestelde vragen over premie en indexatie
    • Wanneer kan ik op z'n vroegst met pensioen?
      De eerst mogelijke leeftijd is 60 jaar. U moet dan wel gebruik kunnen maken van de overgangsregelingen. Pensionering voor 60 jaar is volgens het reglement van PMT niet mogelijk. U kunt wel voor uw 60e jaar stoppen met werken als u daar zelf voorzieningen voor heeft getroffen Let op: als u niet meer actief werkzaam bent, verliest u het uitzicht op de overgangsregelingen.
    • Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik langer wil doorwerken?
      Uw uitkering zal dan hoger worden. Kijk op de pensioenplanner om te berekenen wat het voor u betekent als u langer doorwerkt.
    • Kan ik ook na mijn 65e pensioen opbouwen?
      Nee, dat is niet mogelijk.
    • Waar kan ik terecht als ik een vraag niet in deze vragenlijst terug kan vinden?
      Voor vragen over uw pensioen en administratieve zaken kunt u contact opnemen met de afdeling Klanteninformatie. Bereikbaar op werkdagen van 8.00- 17.30 uur via telefoonnummer (070) 316 08 60. U kunt ook contact opnemen met een pensioenconsulent bij u in de regio.
    • Ik ontvang naast mijn pensioen een andere uitkering of salaris

      Mocht u naast het ontvangen van een (vervroegd) pensioenuitkering van het pensioenfonds Metaal en Techniek nog een andere uitkering of salaris ontvangen en dit niet aan ons doorgeven dan kunt u bij de belastingaangifte voor een onaangename verrassing komen te staan.

      Voor het bepalen van de hoogte van de loonheffing wordt er gebruik gemaakt van verschillende belastingschijven. Afhankelijk van de hoogte van het jaarinkomen komt u in één of meerdere schijven terecht waar verschillende belastingpercentages bij horen.

      De cijfers voor 2011 zijn als volgt:

      Belastingschijven en loonheffing 2011

       

       

       

       

      Inkomen box 1

      t/m 64 jaar

      vanaf 65 jaar

      Schijf 1:

      vanaf € 0 t/m € 18.628

      33%

      15,10%

      Schijf 2:

      vanaf € 18.628 t/m € 33.436

      41,95%

      24,05%

      Schijf 3:

      vanaf € 33.436 t/m € 55.694

      42,00%

      42,00%

      Schijf 4:

      vanaf € 55.694 en hoger

      52,00%

      52,00%

      Stel nu: u heeft een pensioenuitkering van € 12.000,- en daarnaast een salaris van € 10.000,-.

      Als u niets onderneemt, betekent dit dat voor beide bedragen rekening gehouden wordt met 33% belastingheffing. Wat echter had moeten gebeuren was dat beide bedragen opgeteld werden en dat daardoor €18.628,- tegen 33% belast werd en het resterende bedrag tegen 41,95%.

      Om te voorkomen dat u bij uw aangifte erachter komt dat u te weinig belasting heeft afgedragen, en er alsnog een naheffing hiervoor opgelegd wordt, is het zaak hiervoor aan het pensioenfonds te vragen om rekening te houden met uw andere inkomsten bij de inhouding.

      U kunt eventueel ook via een Voorlopige Teruggaaf aan de Belastingdienst vragen om hier maandelijks al rekening mee te houden.

  • PMT en Financiële crisis
    • Is PMT in financiële problemen?

      Door de crisis op de financiële markten en de verlaging van de rente is de dekkingsgraad van PMT gedaald. Dat betekent dat het fonds niet kan indexeren en in 2012 voorgenomen maatregelen tot verlagen van pensioen met 7% heeft moeten aankondigen. Ook zijn de premies verhoogd.

      Indexatie kan pas wanneer de dekkingsgraad hoger is dan 105%. De uitbetaling van de huidige pensioenen lopen geen gevaar. De Nederlandsche Bank eist dat reserves worden aangevuld binnen een bepaalde termijn. Daarom heeft PMT in 2009 een herstelplan ingediend bij DNB.

    • Moet ik straks langer doorwerken voordat ik met pensioen kan?

      De discussie die momenteel wordt gevoerd over het verhogen van de pensioenleeftijd en de AOW- leeftijd, staat los van de financiële positie van het pensioenfonds en van het herstelplan dat door DNB is goedgekeurd.

    • Wat staat er in het herstelplan van PMT?

      PMT heeft een herstelplan geschreven dat is goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. In dit plan beschrijft PMT hoe zij in vijf jaar tijd de reserves weer heeft aangevuld tot een dekkingsgraad van 105%. Bij een dekkingsgraad onder 105% vindt geen indexatie (toeslagverlening) plaats. Wanneer de dekkingsgraad boven de 105% komt, zal gedeeltelijke indexatie plaatsvinden.

      Tijdens de herstelperiode zal de premie geleidelijk stijgen tot het toegestane maximum niveau van 18% van het salaris.

      PMT heeft in haar herstelplan geen verdergaande maatregelen hoeven treffen. Dit om de deelnemer en de metaalsector niet onnodig hard te treffen.

    • De premies gaan omhoog en er wordt geen toeslag verleend op mijn pensioen. Hoe zit het eigenlijk met de beloning van de bestuurders van PMT?

      Bij PMT worden geen bonussen uitgekeerd aan medewerkers en bestuur. Het bestuur van PMT ontvangt voor haar werkzaamheden een onkostenvergoeding, die wordt overgemaakt naar de benoemende partijen. Ieder jaar wordt in het jaarverslag openbaar gemaakt wat deze onkostenvergoedingen bedragen. De standaardvergoeding voor een bestuurder bedraagt 25.000,- euro per jaar.

    • Kan PMT mijn pensioenuitkering blijven betalen?

      De inkomsten van PMT zijn voldoende om alle uitkeringen te blijven betalen. Er komt aan pensioenpremies meer binnen dan aan pensioenuitkeringen wordt uitgegeven. Het verschil wordt belegd, waarbij de risico's zorgvuldig worden gespreid. Met beleggen wordt een beheerst risico gelopen. Uit het overrendement dat met de beleggingen wordt gemaakt, wordt de toeslag (indexatie) betaald. Wanneer het fonds niet zou beleggen zouden de uitkeringen fors lager zijn en de premies hoger. Hoewel de pensioenuitkering geen gevaar loopt, is de dekkingsgraad van het fonds lager dan in het herstelplan staat. Daarom heeft PMT in 2012 voorgenomen maatregelen aangekondigd, waaronder een verlaging van het pensioen met 7%. Eind 2012 wordt duidelijk of deze maatregel daadwerkelijk moet worden uitgevoerd.

  • Gepensioneerd bij PMT
    • Kan ik met Vervroegd Ouderdomspensioen blijven werken?

      In mei 2011 heeft de Belastingdienst besloten dat werken naast vervroegd ouderdomspensioen is toegestaan. Dit onder voorwaarde dat het pensioen niet eerder dan met 60 jaar is ingegaan.

      Overweegt u te gaan werken naast vervroegd ouderdomspensioen, dan moet u wel een nieuw dienstverband aangaan met de werkgever. Het oude dienstverband wordt beëindigd om met pensioen te gaan en het nieuwe dienstverband is voor de uren dat u erbij wilt werken. PMT stelt als voorwaarde dat u minimaal één dag per week daadwerkelijk met vervroegd pensioen gaat.

    • Mijn pensioen bij PMT zou toch niet worden gekort? Toch krijg ik nu netto minder pensioen dan in 2010?

      Het klopt dat PMT uw pensioen niet heeft gekort. Dat kunt u zien aan het bruto bedrag. Dat is hetzelfde als vorig jaar. PMT keert dus hetzelfde bedrag uit. Netto zal het bedrag echter wel lager zijn. Dat komt omdat de overheid de premie voor de zorgverzekeringswet heeft verhoogd. En deze premie wordt ingehouden op uw pensioen.

    • Moet ik als nabestaande partner het partnerpensioen aanvragen?
      Een overlijden wordt via het bevolkingsregister automatisch doorgegeven aan het pensioenfonds. U hoeft het overlijden niet te melden bij PMT. U ontvangt automatisch een aanvraagformulier voor het partnerpensioen. Vervolgens wordt het partnerpensioen uitgekeerd vanaf de eerste maand na het overlijden van uw partner.

      Notariële partners moeten zich wél zelf schriftelijk bij het pensioenfonds melden om in aanmerking te komen voor partnerpensioen. Om te bepalen of er sprake is van een gezamenlijke huishouding, moet een kopie van de samenlevingsovereenkomst worden meegestuurd.
    • Hoeveel bedraagt het partnerpensioen?
      Hoeveel partnerpensioen een nabestaande partner krijgt hangt af van de hoogte van het ouderdomspensioen. Dit is vastgelegd toen de overledene met pensioen ging. Het partnerpensioen wordt vanaf de eerste maand na het overlijden levenslang uitgekeerd.

      Als er sprake is van een ex-partner kan het partnerpensioen voor de huidige partner lager uitpakken. Een ex-partner (volgens de definities van het pensioenreglement) heeft recht op het partnerpensioen, dat tot de scheidingsdatum was opgebouwd.
    • Heeft een nieuwe partner na mijn pensionering rechten?
      Nee. Op het moment dat u met pensioen bent gegaan, heeft u uw opgebouwde pensioenrechten eenmalig kunnen herschikken. Alleen de (ex- )partner die u heeft op het moment dat u met pensioen gaat, kan aanspraak maken op (een deel van het) partnerpensioen.
    • Wijzigt mijn pensioenuitkering als mijn partner overlijdt?

      Nee, uw pensioenuitkering wijzigt niet. Het deel van uw partner wordt niet bij uw uitkering opgeteld. U heeft op het moment dat u met pensioen ging voor invulling van uw pensioen gekozen. Het later overlijden van uw partner heeft hier geen invloed op. U blijft evenveel ontvangen als voorheen. Als u zelf overlijdt, dan verandert er wel iets voor uw partner. 

      Voor wijzigingen in de AOW als gevolg van overlijden kunt u terecht bij www.svb.nl

    • Op welke datum kan ik mijn pensioenuitkering verwachten?
      Klik hier voor de datum waarop u de pensioenuitkering kunt verwachten
    • Wat is een 'bewijs van in leven' zijn?

      Woont u in het buitenland? Dan stuurt PMT u ieder jaar het formulier 'Bewijs van in leven zijn'. Dat doen we omdat we van buitenlandse gemeenten geen bericht krijgen als iemand is overleden. Zorg ervoor dat u het formulier laat invullen door de ambassade, het consulaat, de burgerlijke stand of een notaris. Laat het voorzien van een officiële stempel of verklaring van echtheid

    • Ik ontvang naast mijn pensioen nog een ander salaris of uitkering

      Mocht u naast het ontvangen van een (vervroegd) pensioenuitkering van het pensioenfonds Metaal en Techniek nog een andere uitkering of salaris ontvangen en dit niet aan ons doorgeven dan kunt u bij de belastingaangifte voor een onaangename verrassing komen te staan.

      Voor het bepalen van de hoogte van de loonheffing wordt er gebruik gemaakt van verschillende belastingschijven. Afhankelijk van de hoogte van het jaarinkomen komt u in één of meerdere schijven terecht waar verschillende belastingpercentages bij horen.

      De cijfers voor 2011 zijn als volgt:

      belastingschijven en loonheffing 2011      
        inkomen box 1  t/m 64 jaar  vanaf 65 jaar
      Schijf 1: vanaf 0 t/m 18.628 euro 33% 15,10%
      Schijf 2: vanaf 18.628 t/m 33.437 euro 41,95% 24,05%
      Schijf 3: vanaf 33.436 t/m 55.694 euro 42% 42%
      Schijf 4: vanaf 55.694 euro en hoger 52% 52%

       

      Stel nu: u heeft een pensioenuitkering van € 12.000,- en daarnaast een salaris van € 10.000,-.

      Als u niets onderneemt, betekent dit dat voor beide bedragen rekening gehouden wordt met 33% belastingheffing. Wat echter had moeten gebeuren was dat beide bedragen opgeteld werden en dat daardoor €18.628,- tegen 33% belast werd en het resterende bedrag tegen 41,95%.

      Om te voorkomen dat u bij uw aangifte erachter komt dat u te weinig belasting heeft afgedragen, en er alsnog een naheffing hiervoor opgelegd wordt, is het zaak hiervoor aan het pensioenfonds te vragen om rekening te houden met uw andere inkomsten bij de inhouding.

      U kunt eventueel ook via een Voorlopige Teruggaaf aan de Belastingdienst vragen om hier maandelijks al rekening mee te houden.

  • Werkloos, WW en FVP regeling
    • Wat kan ik ondernemen bij werkloosheid?

      Als uw dienstverband afloopt en u heeft geen werk, dan kunt u een WW-uitkering aanvragen bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Uitvoeringsinstantie Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt uw ‘arbeidsverleden’ en stelt vast of u recht heeft op een WW-uitkering. Kijk voor meer informatie op www.cwi.nl en www.uwv.nl.

      U kunt tijdens uw werkloosheid toch pensioen blijven opbouwen via de PMT FVP-vervangende regeling. Meer informatie vindt u hier

    • Wat is FVP?

      De FVP regeling van de overheid zorgde ervoor dat u tijdens uw werkloosheid toch pensioen kon opbouwen. Sinds 1 januari 2011 bestaat de FVP-regeling niet meer.
      Het bestuur van PMT heeft besloten om een vervangende regeling in te voeren. Hiermee kunt u toch pensioen blijven opbouwen gedurende de tijd dat u werkloos bent. Er is, net als bij de FVP-regeling van de overheid het geval was, een wachttijd van een half jaar. PMT neemt bij deze FVP-vervangende regeling 75% van de pensioenpremie voor haar rekening, U betaalt zelf de overige 25%. Deze regeling geldt voor iedereen die werkloos wordt, ongeacht de leeftijd.
      U vindt hier meer informatie

    • Leidt werkloosheid altijd tot een pensioentekort?

      Zodra u werkloos wordt, ontstaat er een pensioentekort. Ook als u in het verleden een FVP-bijdrage is toegekend, mist u nog 180 dagen pensioenopbouw. Dit pensioentekort hoeft niet definitief te zijn. Als u meer wilt weten over uw pensioensituatie of de mogelijkheden om extra pensioen op te bouwen, neem dan contact op met Klanteninformatie of met een Pensioenconsulent in uw regio.

    • Als een werknemer een deeltijd-WW-uitkering ontvangt, blijft die werknemer dan in dienst?
      Ja, de werknemer blijft volledig bij de werkgever in dienst.
    • Wat betekent deeltijd-WW voor de toepassing van de CAO?
      Tijdens de periode van deeltijd-WW blijft de CAO van de Metaal en Techniek onverkort van toepassing.
    • Hoe zit het met de pensioenopbouw bij deeltijd-WW?
      Het uitgangspunt van de regeling deeltijd-WW is dat de negatieve gevolgen van de economische crisis voor de werkgever en werknemers zoveel mogelijk beperkt blijven. Dat geldt ook voor de pensioenopbouw van de werknemers. Sociale partners in de Metaal en Techniek hebben besloten dat de pensioenopbouw tijdens de periode van deeltijd- WW ongewijzigd doorloopt.
    • Hoe wordt de pensioenopbouw voortgezet bij deeltijd-WW?
      De premie bij deeltijd-WW is gebaseerd op het salaris en het aantal uren voorafgaand aan de deeltijd-WW. De premieverdeling blijft hierbij ongewijzigd. Maximaal 50% van de premie mag ten laste komen van de werknemer, ook al ontvangt de betrokken werknemer rechtstreeks de deeltijd-WW-uitkering
    • Wat gebeurt er met de afgedragen pensioenpremie als FVP een bijdrage heeft verstrekt bij deeltijd-WW?

      De werkgever ontvangt de afgedragen pensioenpremie terug over de periode waarop de FVP-bijdrage betrekking heeft. Heeft de werkgever over die periode premie ingehouden bij de werknemer, dan moet de gerestitueerde premie met de werknemer verrekend worden.

    • Moet de werkgever de toekenning van deeltijd-WW melden bij PMT?
      Ja, de werkgever moet dit aan PMT doorgeven. Zodoende weet PMT of de premie aan de werkgever gerestitueerd moet worden als FVP een bijdrage heeft verstrekt.
    • Mag een werknemer ergens anders werk aanvaarden tijdens deeltijd-WW?
      Als een werknemer ergens anders werk aanvaardt, dan is de regeling deeltijd-WW niet meer van toepassing
    • Heeft deeltijd-WW gevolgen voor de overgangsregelingen voor ouderdomspensioen?
      De pensioenopbouw wordt tijdens deeltijd-WW ongewijzigd voortgezet. Daardoor heeft deeltijd-WW geen gevolgen voor de overgangsregelingen ouderdomspensioen. Uiteraard moet de deelnemer wel aan alle reglementaire voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor overgangsregelingen.
    • Hoe lang duurt deeltijd-WW?
      De deeltijd-WW begint met een periode van 13 weken en kan aansluitend viermaal met een periode van 13 aaneengesloten kalenderweken worden verlengd (dus maximaal 65 weken). Het aantal verlengingen is afhankelijk van het aantal werknemers dat de werkgever voor de regeling deeltijd-WW aanmeldt
  • Vragen over Directeur Grootaandeelhouder (DGA)
    • Wanneer ben ik een DGA?
      U bent volgens de Pensioenwet Directeur Grootaandeelhouder (DGA)  als u (direct of indirect) meer dan 10% van de (geplaatste) aandelen  van een onderneming bezit. DGA's mogen wettelijk niet deelnemen  aan de regeling van Pensioenfonds Metaal en Techniek.

      Op deze algemene regel zijn twee uitzonderingen:

      1. U mag als DGA deelnemen aan de pensioenregeling als u  vóór 2007 al vrijwillig deelnam als DGA en in het  overgangsjaar 2007 gekozen heeft voor ononderbroken  voortzetting van uw deelname;
      2. U moet als DGA verplicht deelnemen aan de  pensioenregeling na 31 oktober 2007 als u (direct of indirect)  minder dan 50% aandelen van een bij het fonds aangesloten  onderneming bezit en bij de Kamer van Koophandel niet als  bestuurder bent ingeschreven.
    • Wanneer heb ik meer dan 50% aandelen?
      1. Als u op basis van uw aandelenbezit (samen met partner) 50% of meer van de stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders kunt uitbrengen, of;
      2. Als u een zodanig aandelenbezit (samen met partner) heeft dat u niet tegen uw wil ontslagen kunt worden, of;
      3. Als u gelijkgerechtigd bent ten opzichte van elkaar bij het uitbrengen van stemmen, of;
      4. Als u samen met familie tot en met de derde graad minstens 2/3de van de aandelen in uw bezit heeft en op grond van de verdeling van zeggenschap en/of stemrecht in de onderneming niet in een vergelijkbare positie verkeert als een werknemer die geen bestuurder is.
    • Wanneer heb ik meer dan 10% aandelen?
      1. Als u persoonlijk houder bent van aandelen die ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen, of;
      2. Als u indirect persoonlijk houder bent van aandelen die ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen, of;
      3. Als u houder bent van certificaten van aandelen, uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan u voor ten minste een tiende deel in het bestuur vertegenwoordigd bent, die ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen.
  • IAS 19
    • Pensioenlasten in de jaarrekening van uw onderneming (IAS 19)?
      Sinds 1 januari 2005 is er een wijziging doorgevoerd in het verwerken van de kosten van de pensioenregeling in de jaarrekening. Per die datum is de International Accounting Standard (IAS) 19 voor ondernemingen verplicht. Dit geldt voor beursgenoteerde en eventueel ook niet- beursgenoteerde ondernemingen.
    • Wat is IAS 19?
      IAS 19 is een internationale accounting standaard. In deze richtlijn is vastgelegd op welke wijze ondernemingen in de jaarrekening om dienen te gaan met de verwerking van 'post- employment benefits', zoals pensioen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ziektekostenuitkeringen na actieve diensttijd.
    • Waarom IAS 19?
      IAS 19 zorgt voor internationale transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid bij het opstellen van de jaarrekening van ondernemingen.
    • Wat is de impact van IAS 19 op uw jaarrekening?
      De aangesloten ondernemingen bij ons bedrijfstakpensioenfonds zijn alleen verplicht een vooraf bepaalde premie te betalen. Zij zijn niet verplicht om eventuele tekorten aan te zuiveren. De onderneming kan ook geen aanspraak maken op opgebouwde buffers. Daarom vinden wij dat onze pensioenregeling voor verslaggevingsdoeleinden is te kwalificeren als een DC-regeling / toegezegde- bijdrageregeling. Bij een DC-regeling / toegezegde- bijdrageregeling wordt volgens de relevante regelgeving de verschuldigde pensioenpremie als last in de jaarrekening verwerkt.

      Als u onze regeling kwalificeert als een DB-regeling / toegezegd-pensioenregeling, dan is een belemmering dat wij in de administratie geen prospectieve elementen voor de waardering van de pensioenverplichtingen hebben opgenomen. Er bestaat ook geen objectieve sleutel voor het toerekenen van een proportioneel aandeel in de voorziening pensioenverplichtingen, de fondsbeleggingen en de kosten van onze pensioenregeling voor uw organisatie. Dit is het geval, omdat onze regeling de aangesloten ondernemingen blootstelt aan actuariële risico's die verband houden met de huidige en voormalige werknemers van andere aangesloten ondernemingen. De in dat geval te verstrekken data bevatten geen consistente en betrouwbare basis, waardoor er naar onze mening geen relatie bestaat met enige economische realiteit. Wij kunnen de gevraagde informatie dan ook niet leveren. U bent echter ten principale verantwoordelijk voor het opstellen van uw jaarrekening en de interpretatie van relevante regelgeving.

      Zoals hiervoor aangegeven, zijn wij van mening dat u met een verwerking van onze pensioenregeling als DC-regeling / toegezegde bijdrage-regeling voldoet aan de IAS- regelgeving. U moet wel aanvullende informatie verschaffen over:

      a. de aard van onze pensioenregeling;
      b. de reden waarom geen informatie beschikbaar is;
      c. voorzover ons pensioenfonds een surplus of een tekort heeft, de invloed die dat kan hebben op het bedrag van uw toekomstige bijdragen.

      Aangezien het pensioenreglement niet voorziet in de mogelijkheid van bijstortingen en/of onttrekkingen aan het fonds, is het gestelde onder c. volgens ons niet aan de orde. Mocht u de informatie genoemd onder c. willen opnemen, dan treft u die uitvoerig aan in onze kwartaalberichten en het jaarverslag. Kwartaalberichten en het jaarverslag kunt u ook opvragen bij de afdeling Klanteninformatie, telefoon (070) 316 08 60. Het Nivra heeft ten behoeve van de bij haar aangesloten accountants in december 2006 een kennisgeving verzonden: 'Hoe te handelen indien geen IAS 19-berekening beschikbaar is'. Deze kunt u downloaden via www.nivra.nl. Mocht uw accountant bovenstaande verklaring bevestigd willen hebben via een aan u geadresseerde brief van Pensioenfonds Metaal en Techniek, dan kunt u deze brief opvragen bij de afdeling Klanteninformatie, telefoon (070) 316 08 60.
  • Vragen en antwoorden over IBAN en BIC op rekeningnummers
Bel uw pensioenconsulent
Pensioenplanner