.

Jaarverslag 2010

Jaarverslag 2010

Contact
Pensioenfonds Metaal en Techniek
Treubstraat 1B
2288 eg Rijswijk
Telefoon (070) 319 84 61
Fax
(070) 319 84 70
E-mail info@bpmt.nl
Internet www.bpmt.nl
Ontwerp
Proforma | visual identity, Rotterdam
(Joop Ridder, Kyra Strieder, Miriam Monster)
Fotografie
Studio Duko Stolwijk, Rotterdam
Realisatie
Bestuursbureau Pensioenfonds Metaal en Techniek
Tekst
Bestuursbureau Pensioenfonds Metaal en Techniek en Backscratch, Amsterdam
Druk
TDS Printmaildata, Schiedam
Oplage
1.200

Inhoud
Voorwoord 6
Kerncijfers 9
Bestuursverslag

1. Algemene ontwikkelingen
2. Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording
3. Financieel overzicht
4. Beleidskader
5. Pensioenbeleid
6. Vermogensbeheer
7. Integraal risicomanagement
8. Uitbesteding
9. Communicatie

16
19
29
33
35
38
52
56
57

Jaarrekening
Balans per 31 december
62
Staat van baten en lasten
63
Kasstroomoverzicht 64
Algemene toelichting
65
Risicoparagraaf 72
Toelichting op de balans per 31 december
85
Toelichting op de staat van baten en lasten
101
Actuariële analyse
109
Niet in de balans opgenomen vorderingen
110
Niet in de balans opgenomen verplichtingen
111
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
112
Actuariële verklaring
114

Profiel

Pensioenregeling in de metaal en techniek
118
Klanten 121
Organisatie van PMT
122
Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
124
Werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur
126
Werknemersvertegenwoordigers in het bestuur
127
Begrippenlijst 128

6 |

Voorwoord

Opnieuw heeft Pensioenfonds Metaal en Techniek, net als de rest van de pensioen­
sector, een bewogen jaar achter de rug. Het nog steeds weifelende economisch herstel
dat zijn weerslag vond in de positieve beleggingsresultaten van het fonds, werd
afgewisseld door moeilijke omstandigheden. De sterk beweeglijke rente die na de
zomer van 2010 een voorlopig dieptepunt bereikte en daarna weer opklom, zorgde
voor grote schommelingen in de dekkingsgraad. In het najaar werd bovendien
duidelijk dat de Nederlandse bevolking steeds langer leeft, en vooral dat die ontwik­
keling een stuk sneller gaat dan eerder werd verwacht. Dat is goed nieuws voor de
meesten van ons, het stelt pensioenfondsen wel voor hogere toekomstige pensioen­
lasten dan waar in het verleden rekening mee werd gehouden.
Het jaar 2010 was ook het jaar van intensieve gesprekken over de toekomst van ons
stelsel van collectieve pensioenen. Dat stelsel is wereldwijd vermaard vanwege zijn
relatief lage kosten, de omvang van het bijeen gespaarde pensioenkapitaal en het
grote bereik. Het grote aantal werknemers dat in Nederland via de werkgever een
substantieel aanvullend pensioen opbouwt, is uniek. Het stelsel beschermt daarmee
velen tegen een armoedige oude dag en is alleen al daarom van grote waarde. Toch is
het stelsel toe aan modernisering. In het verleden hebben werknemers en werkgevers
laten zien samen het pensioenstelsel aan te kunnen passen aan veranderende
omstandigheden. Die veranderingen gingen niet zonder slag of stoot, net als nu. De
belangen zijn dan ook groot, zowel voor werknemers, gepensioneerden en het
bedrijfsleven als voor de overheid. De grote belangen komen tot uiting in de soms
moeizaam lopende onderhandelingen. In het voorjaar van 2011 was nog niet duidelijk
wanneer de gesprekken tussen sociale partners de ontknoping naderen.
Pensioenfonds Metaal en Techniek kan pas aan de slag met het aanpassen van de
eigen pensioenregeling als sociale partners en overheid op centraal niveau tot een
akkoord komen. Welke richting het opgaat, is nu nog niet precies te zeggen. Wel is de
afgelopen jaren iedereen duidelijk geworden dat ons pensioenstelsel niet vrij is van
risico’s. Die risico’s waren er altijd al maar kregen niet de communicatieve aandacht
die ze tegenwoordig hebben. De verdeling van de risico’s moet rechtvaardig zijn en
moet in een nieuwe pensioenregeling een duidelijke plek krijgen en duidelijk gecom­
municeerd worden, om toekomstige teleurstellingen en een vertrouwensbreuk tussen
fonds en deel­ emers te voorkomen.
n
Absolute zekerheid is onbetaalbaar en leidt tot een duur en laag pensioen. Een
beheerst beleggingsrisico is dan ook nodig voor een goed pensioen. Een collectief
pensioen in de metaal en techniek beschermt ons in belangrijke mate tegen de
noodzakelijke risico’s die we individueel niet kunnen dragen. Dat kan extra in­
spanningen en offers vragen, afhankelijk van de omstandigheden waarmee we
geconfronteerd worden.

Jaarverslag 2010 | Voorwoord | 7

Maar een ding weten we zeker; de blijvende noodzaak van een goede collectieve
oudedagsvoorziening in de sector metaal en techniek zal er altijd zijn. Net zoals we
weten, dat getijden altijd voor verandering zorgen.
Rijswijk, 30 mei 2011
J. Berghuis, K.B. van Popta,
voorzitter namens de werknemers voorzitter namens de werkgevers

Kerncijfers

10 | 
Werkgevers en deelnemers | Pensioenverplichtingen en pensioenvermogen | Premies | Uitkeringen | Andere resultaten | Beleggingen

Werkgevers en deelnemers
2010

(aantallen)

Aangesloten werkgevers met
personeel

2009

2008

33.938

34.502

34.516

Actieve deelnemers

400.689

410.842

Slapers

655.369

642.259

119.318

2007

2006

33.735

33.302

424.940

417.772

402.450

617.322

606.568

604.207

109.480

99.206

89.770

79.689

1.291

5.053

8.987

12.617

15.531

49.789

48.579

47.467

48.531

45.997

1.978

1.994

2.031

1.996

2.205

172.376

165.106

157.691

152.914

143.422

1.228.434

1.218.207

1.199.953

1.177.254

1.150.079

940

871

824

747

656

10.421

10.759

13.668

10.455

8.607

33.694

32.555

31.213

32.039

NB3)

40,4

39,9

39,6

39,4

40,5

Deelnemers

Pensioengerechtigden
Ouderdomspensioen
Vroegpensioen
Partnerpensioen
Wezenpensioen
Totaal pensioengerechtigden
Totaal deelnemers
Deelnemers met anw-uitkering 1)
Afkopen

2)

Actieve deelnemers
Gemiddeld salaris (* 1 euro)
Gemiddelde leeftijd (in jaren)

Pensioenverplichtingen en pensioenvermogen
(x 1 miljoen euro)

Pensioenverplichtingen
Actieve deelnemers

17.730

14.842

16.036

10.812

11.262

Slapers

6.870

5.537

5.340

3.651

3.713

Pensioengerechtigden

14.224

12.685

11.776

10.177

9.593

Totaal pensioenverplichtingen (a)

38.824

33.064

33.152

24.640

24.568

Marktrente verplichtingen

3,44%

3,86%

3,51%

4,85%

4,26%

Algemene reserve
Pensioenvermogen
Dekkingsgraad

(b)

- 1.242

9

- 5.064

10.057

6.976

(c = a+b)

37.582

33.073

28.088

34.697

31.544

(d=c/a)

96,8%

100,0%

84,7%

140,8%

128,4%

1)  eelnemers met partnerpensioen die tevens een uitkering hebben op grond van hun vrijwillige deelname aan het herverzekerde product
D
‘anw-gat’, zijnde de Algemene Nabestaandenwet.
2)  e afkopen zijn inclusief AVP, ofwel afkoop voor pensioendatum.
D
3)  B: Het gemiddelde salaris is met ingang van het boekjaar 2009 aan de kerncijfers toegevoegd. Voor wat betreft het jaar 2006 is er geen
N
betrouwbare informatie meer beschikbaar.

Jaarverslag 2010 | Kerncijfers | 11

Premies
2010

2009

2008

2007

2006

Premiepercentage
Premie ouderdoms- en
partnerpensioen 4)

28,6

27,3

25,2

26,0

26,8

1.935

1.840

1.644

1.599

1.537

-

-

-

2

2

1.935

1.840

1.644

1.601

1.539

992

830

672

550

363

67

175

278

351

413

161

153

145

138

121

3

3

3

3

3

Premiebijdragen (x 1 miljoen euro)

Premie ouderdoms- en partner­
pensioen
Premie vroegpensioen
Premie-inkomen totaal

Uitkeringen
(x 1 miljoen euro)

Uitkeringen ouderdomspensioen
Uitkeringen vroegpensioen
Uitkeringen partnerpensioen
Uitkeringen wezenpensioen
Uitkeringen inzake anw

11

Afkopen

10

9

8

7

1.234

Subtotaal uitkeringen

1.171

1.107

1.050

907

18

18

18

15

13

1.252

Uitkeringen totaal

1.189

1.125

1.065

920

8.787

8.776

8.779

8.800

8.150

(x 1 euro)

Gemiddelde uitkeringen

5)


Uitkeringen ouderdoms- en
vroegpensioen
Uitkeringen partnerpensioen

3.227

3.153

3.061

2.844

2.631

Uitkeringen wezenpensioen

1.437

1.424

1.434

1.503

1.361

Afkopen

1.738

1.660

1.330

1.435

1.510

4)  it premiepercentage wordt geheven over het pensioengevende jaarsalaris minus de franchise ad 15.295 euro (2009: 15.004 euro).
D
Hierbij geldt in 2010 een ‘grensbedrag’ van 75.486 euro (2009: 73.287 euro). Over het pensioengevend jaarsalaris boven het grensbedrag
wordt een premie van 18,7 procent geheven.
5)  et gepresenteerde gemiddelde betreft de totale uitkeringslasten ten opzichte van het ultimo aantal pensioengerechtigden.
H

12 |  erkgevers en deelnemers | Pensioenverplichtingen en pensioenvermogen | Premies | Uitkeringen | Andere resultaten | Beleggingen
W

Andere resultaten
(x 1 miljoen euro)

Opbrengst beleggingen
Waardeoverdrachten inkomend
Waardeoverdrachten uitgaand
Kosten (inclusief beleggingskosten)

2010

2009

2008

2007

2006

3.854

4.301

- 7.277

1.911

2.596

20

77

316

819

155

1

2

118

99

65

117

103

101

111

107

Jaarverslag 2010 | Kerncijfers | 13

Beleggingen
(x 1 miljoen euro)

2010

2009

2008

2007

2006

Samenstelling portefeuille ultimo 6)
Vastrentende waarden

19.897

17.443

15.013

13.385

11.930

Aandelen

8.468

7.464

5.234

11.919

12.072

Vastgoedbeleggingen

4.290

3.753

3.874

4.644

4.251

Alternatieve beleggingen

4.870

4.358

3.975

4.587

3.260

Totaal belegd vermogen

37.525

33.018

28.096

34.535

31.513

Vastrentende waarden

53,0%

52,8%

53,4%

38,8%

37,9%

Aandelen

22,6%

22,6%

18,6%

34,5%

38,3%

Vastgoedbeleggingen

11,4%

11,4%

13,8%

13,4%

13,5%

Alternatieve beleggingen

13,0%

13,2%

14,2%

13,3%

10,3%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

-7,1%

-0,3%

0,2%

-43,1%

8,7%

15,2%

Samenstelling portefeuille ultimo 6)

Totaal belegd vermogen
Totaal rendement per categorie
beleggingen 6)
Vastrentende waarden

9,6% 7)

11,3% 7)

Aandelen

20,3%

39,3%

Vastgoedbeleggingen

10,1%

-2,0%

-15,6%

6,3%

22,9%

Alternatieve beleggingen

8,0%

13,3%

-26,6%

25,3%

7,6%

Direct rendement

3,2%

3,6%

3,3%

3,2%

3,2%

Totaal rendement

11,6%

15,1%

-20,7%

5,9%

9,1%

Z-score per jaar

1,40

1,06

- 4,25

1,14

1,09

Performance toets

1,47

1,56

1,31

3,09

2,28

Splitsing rendement over totaal
belegd vermogen

Z-score

6)  n de kerncijfers en het bestuursverslag worden de beleggingscategorieën (vermogen en resultaat) gepresenteerd conform de wijze waarop
I
het (strategisch) beleggingsbeleid wordt vormgegeven. Dit betekent dat derivaten, liquide middelen en valutaresultaten (inclusief afdekking)
worden toegerekend aan de beleggingscategorie waarop het betrekking heeft. Hierdoor wijken het belegd vermogen en de beleggings­
opbrengsten per categorie in de kerncijfers af van de jaarrekening. Op de balans en de staat van baten en lasten zijn de beleggingen
gepresenteerd naar de aard van de financiële instrumenten. Een gevolg hiervan is ook dat een deel van het belegd vermogen op de balans
onder overige activa en passiva is gerubriceerd (in plaats van de post beleggingen). In de toelichting in de jaarrekening op de posten
beleggingen (6) en beleggingsopbrengsten (16) is een nadere specificatie opgenomen.
7)  nclusief duration overlay.
I

Bestuursverslag

16 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

1. Algemene ontwikkelingen
Het thema van dit jaarverslag is ingegeven door de omstandigheden waaronder
pensioenfondsen in 2010 opereerden. Pensioenfonds Metaal en Techniek (pmt) kende
in 2010 perioden waarin het herstel van de financiële positie duidelijk zichtbaar was
afgewisseld met momenten waarin het herstel juist weer sterk onder druk stond.
Het jaar 2010 begon goed voor pmt. Nadat aan het eind van 2009 een mooi herstel
te zien was, startte het fonds het nieuwe jaar met een dekkingsgraad van 100%.
De economie vertoonde de eerste tekenen van herstel, na de harde klappen in 2008
en begin van 2009. Dat het herstel echter nog kwetsbaar was bleek uit de econo­
mische groeicijfers. Deze beperkten zich tot enkele tienden van procenten per
kwartaal en in sommige sectoren trad al snel stagnatie op.
Ook voor grote delen van de sector Metaal en Techniek kende 2010 tekenen van
herstel. Hoopgevend was dat de werkloosheid niet tot de hoogten was gestegen die
eerder werden voorspeld. Maatregelen zoals de deeltijd-ww, wierpen hun vruchten
af. Ook de bedrijven in de metaal en techniek hebben van deze regeling dankbaar
gebruik gemaakt. Voor zo’n 13.000 werknemers in de branche is deeltijd-ww
aan­gevraagd. pmt liet voor deze groep werknemers de pensioenopbouw volledig
doorgaan.
Maar niet alle branches in de metaal en techniek profiteerden van het prille herstel
van de economie. De motorvoertuigenbranche zag in 2010 de markt goed herstellen.
Na het dramatische jaar 2009, waarin velen in de branche fors moesten saneren of
zelfs de deuren moesten sluiten, trok de bedrijvigheid flink aan. Voor sommige
metaal­ erwerkende bedrijven en de installatiebranche was 2010 echter nog steeds
v
een moeilijk jaar. Vooral door het uitblijven van een herstel in de bouw, zagen veel
installatie­ edrijven de opdrachten teruglopen. Ook de vooruitzichten voor 2011 zijn
b
voor hen nog onzeker.
pmt kende in 2010 meer momenten van tegenwind. Zo tekende zich in het voorjaar
de eurocrisis af. Verschillende Zuid-Europese landen bleken te kampen met grote
tekorten op de overheidsfinanciën. De problematiek werd zo groot, dat de Europese
Centrale Bank (ecb) moest besluiten extra steunmaatregelen in het leven te roepen.
Dat leidde onder meer tot een sterke daling van de lange rente.
Het is juist deze rente die bepalend is voor de berekening van de hoogte van de
pensioenverplichtingen. Hoe lager die rente, hoe meer het fonds opzij moet zetten om
de toekomstige pensioenen te financieren. De verplichtingen van pmt stegen door de
scherp dalende rente van 33 miljard euro aan het begin van 2010 tot ruim 43 miljard
euro eind augustus 2010; het moment waarop de eurocrisis zich het sterkst manifes­
teerde.
Nadat de rust in deze markt enigszins was teruggekeerd steeg de lange rente, waar­
door de verplichtingen van pmt in het laatste kwartaal weer sterk daalden. Deson­
danks waren de verplichtingen aan het einde van 2010 ruim 4 miljard euro hoger dan

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 17

aan het begin van het jaar. Daardoor was, ondanks het mooie beleggingsresultaat van
pmt met een rendement van 11,6%, de dekkingsgraad aan het einde van het jaar
ongeveer even hoog als aan het begin: de volatiliteit van de marktrente speelden de
fondsen parten. Om die reden zijn pensioenfondsen voorstander van aanpassing van
de te hanteren rekenrente. De Pensioenfederatie is hierover met de overheid in
gesprek. Maar bij diezelfde eind- als beginstand, was het effect van de langere
levensverwachting nog niet meegenomen.
Naast de economische en monetaire turbulente ontwikkelingen, kreeg pmt in 2010,
net als alle andere Nederlandse pensioenfondsen, te maken met de gevolgen van de
stijgende levensverwachting. Het feit dat we langer leven is natuurlijk goed nieuws,
maar stelt de pensioenfondsen wel voor nieuwe uitdagingen. De pensioenen moeten
immers langer worden uitgekeerd dan waar tot nu toe rekening mee was gehouden.
Al in 2009 waren er duidelijke signalen dat de levensverwachting verbeterde voor
zowel de huidige als toekomstige generaties gepensioneerden. Om die reden had pmt
eind 2009 al 1,3% extra vermogen gereserveerd om deze schok op te vangen. In de
tweede helft van 2010 werd duidelijk dat de werkelijke invloed van de gestegen
levensverwachting nog veel groter was. Naast de al eerder verwerkte 1,3%, moest
pmt nog eens een kleine 4% extra reserveren om de gestegen levensverwachting te
financieren. Deze extra reservering is ultimo 2010 in de cijfers van pmt verwerkt. Per
saldo kwam de dekkingsgraad van pmt daardoor eind 2010 uit op 96,8%.
Met een dekkingsgraad van 96,8% voldeed pmt aan het herstelpad, zoals dat is
beschreven in het in 2009 bij De Nederlandsche Bank (dnb) ingediende herstelplan.
pmt hoefde dan ook geen voorgenomen kortingsmaatregelen aan te kondigen voor
het jaar 2012. Maar omdat het fonds eind 2010 wel nog een dekkingstekort had, kon
het bestuur van pmt de pensioenen in 2011 niet verhogen. Daarnaast moest pmt een
verhoging van de pensioenpremie aankondigen voor het jaar 2011. Beide maatregelen
waren al aangekondigd in het herstelplan van pmt en moeten bijdragen aan een
verder herstel van de financiële positie van het fonds.

Pensioenakkoord
In mei 2010 hebben sociale partners een landelijk akkoord gesloten waarin plannen
zijn opgenomen met betrekking tot de toekomst van de aow en pensioenen in de
tweede pijler. Onderdeel daarvan zijn geleidelijke verhoging van de aow-leeftijd, een
welvaartsvaste aow, een rem op de stijging van de pensioenpremies en het vergroten
van de schokbestendigheid van de pensioenen; de zogenoemde tweede pijler.
De bedoeling van dit akkoord is om de oudedagsvoorzieningen in Nederland mogelijk
toekomstbestendiger te maken. De aangekondigde maatregelen moeten het hoofd
bieden aan zowel een verder stijgende levensverwachting als aan turbu­ entie op de
l
financiële markten. Daarnaast beoogt het akkoord de arbeids­ articipatie van ouderen
p
te vergroten.
Aan de nadere uitwerking van het pensioenakkoord is in 2010 op verschillende
fronten gewerkt. pmt levert ook een bijdrage aan de discussie en biedt haar deskun­
digheid aan om de gevolgen van de verschillende scenario’s door te rekenen of van
commentaar te voorzien.

18 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Ondanks de brede inspanningen was eind 2010 nog geen zicht op een definitieve
uitwerking van het gesloten akkoord. Enerzijds had de overheid zich nog niet gecom­
mitteerd aan de uitkomsten die sociale partners overeen waren gekomen. Anderzijds
blijkt de technische uitwerking van een nieuw pensioencontract veel knelpunten en
hoofdbrekens op te leveren. Na afloop van het verslagjaar, in het vroege voorjaar van
2011, leken de onderhandelingen steeds stroever te verlopen.

Maatschappelijke belangstelling
Het presteren van pensioenfondsen staat de laatste jaren terecht meer en meer in
de belangstelling. Deelnemers, media en belangenorganisaties spreken pensioen­
fondsen frequent aan op gedrag en prestaties.
Ook pmt merkt dit; veel vaker dan voorheen wordt het fonds in de media genoemd
en wordt er door belanghebbenden gevraagd naar gedrag en resultaten. pmt juicht
deze ontwikkeling toe. Het is goed dat fondsen zich rekenschap geven van hun
maatschappelijke verantwoordelijkheid. Transparantie over het handelen draagt
bovendien bij aan het draagvlak voor collectieve pensioenregelingen. Om die reden
participeert pmt in verschillende projecten die het inzicht in het pensioen van
deelnemers vergroten en die het bewustzijn van belanghebbenden versterken.
De grote belangstelling was voor pmt ook merkbaar in de toegenomen interesse
voor de gepensioneerdenbijeenkomsten die het fonds sinds enkele jaren frequent
regionaal organiseert. Niet zelden moest pmt in 2010 extra bijeenkomsten beleggen
om alle belangstellenden een plaats te kunnen bieden en hen de ruimte te geven
hun vragen, onzekerheden en zorgen met pmt te delen. De waardering van de
gepensioneerden voor de bijeenkomsten is, ondanks de moeilijke omstandigheden
waarin het fonds verkeert, onverminderd groot.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 19

2. Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording
pmt kent een aantal waarborgen voor een goed bestuur van het fonds. De interne
organisatie van pmt is vanzelfsprekend volledig in overeenstemming met de
Pensioenwet en de door de Stichting van de Arbeid opgestelde principes voor goed
pensioenfondsbestuur. Naast het algemeen bestuur van het fonds, dat wordt gevormd
door vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, kent het fonds
een aantal organen dat invulling geeft aan medezeggenschap en verantwoording.

Deelnemersraad
De medezeggenschap van het fonds berust bij de deelnemersraad, die het bestuur
gevraagd en ongevraagd adviseert over al het beleid van algemene strekking.
De deelnemersraad van pmt is actief sinds 2001 en bestaat uit 4 gepensioneerde
en 10 actieve deelnemers.
Per 1 januari 2010 is een nieuwe deelnemersraad geïnstalleerd. De raad in nieuwe
samenstelling adviseerde in 2010 het bestuur over onder meer de besluitvorming
rondom de vaststelling van de franchise, de premie, de toeslagverlening en het
toekennen van overgangsbepalingen. Ook bij de evaluatie van het in 2009 ingediende
korte termijn herstelplan bij De Nederlandsche Bank is de deelnemersraad nauw
betrokken geweest.
De relatie tussen bestuur en deelnemersraad is constructief, waarbij de deelnemers­
raad, meer dan wettelijk verplicht, inzicht krijgt in de agendastukken van het
bestuur. Tevens krijgt de deelnemersraad alle ruimte van het bestuur om zijn des­
kundigheid verder te ontwikkelen. Zo heeft de deelnemersraad in 2010 twee maal
een tweedaagse cursus gevolgd bij Towers Watson. De deelnemersraad beschikt als
geheel momenteel over deskundigheidsniveau 1.
In 2010 is de deelnemersraad 7 keer bij elkaar gekomen. Daarnaast hield de raad
in november een themadag rondom de stand van zaken van het pensioenakkoord.
Ook is tijdens deze dag de ‘denkhulp nieuw pensioencontract’ van de Vereniging
van Bedrijfstakpensioenfondsen (vb) besproken.

Visitatiecommissie
Het intern toezicht van het fonds berust bij de visitatiecommissie. De visitatie­
commissie heeft tot taak het functioneren van het fonds kritisch te bezien en te
beoordelen of het bestuur zijn taak op de juiste wijze vervult. pmt heeft sinds 2008
een permanente visitatiecommissie, die bestaat uit 3 onafhankelijke leden. Door de
visitatie te laten plaatsvinden door steeds dezelfde personen, kiest pmt voor visitatie
als een duurzaam proces, in plaats van als eenmalige voorbijgaande actie.
In 2010 heeft de commissie haar derde visitatie uitgevoerd. De hoofdonderwerpen van
de visitatie betroffen governance, risicomanagement, beleggingen, communicatie en
uitbesteding.

20 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

De visitatiecommissie komt tot haar oordeel op basis van het bestuderen van docu­
menten en het interviewen van vertegenwoordigers van bestuur, bestuursbureau,
externe adviseurs en uitvoeringsorganisatie. Het oordeel over de genoemde thema’s is
gematigd positief, waarbij op verschillende punten goede voortgang is geconstateerd.
Wel zijn door de visitatiecommissie enkele belangrijke punten geïdentificeerd die
voortvarend bestuurlijk handelen vergen. De visitatiecommissie kwam in 2010 met
de volgende bevindingen:
Governance
De visitatiecommissie stelt zich op het standpunt dat problemen aan de cao-tafel
geen invloed mogen hebben op het bestuur van het pensioenfonds. Toch is dat
gebeurd bij de invulling van de bestuurszetel(s) aan werkgeverskant. De visitatie­
commissie is van mening dat deze situatie op zeer korte termijn moet veranderen,
waarbij gelet moet worden op evenredige vertegenwoordiging aan werkgeverskant.
Risicomanagement
In april 2010 heeft het bestuur een risicomanager aangetrokken die werkzaam is op
het bestuursbureau. De visitatiecommissie is van mening dat met het aantrekken van
de risicomanager de beleggingsportefeuille c.q. het managen van het risicoprofiel,
beter gewaarborgd wordt. Zo is er een meer uitgebreide risicoanalyse opgesteld en is
een productcatalogus beschikbaar.
Beleggingen
De visitatiecommissie is van mening dat het bestuur nauw betrokken wordt bij
de beleggingsvoorstellen en dat de scherpte bij het bestuur op het gebied van
beleg­gingen, alm en risicomanagement verder is toegenomen. In de Commissie
Beleggingen daarentegen, is door verschillende wijzigingen in de samenstelling
van de commissie extra aandacht besteed aan kwaliteit en continuïteit. De visitatie­
commissie vraagt hier aandacht voor bij het bestuur.
Uitbesteding
De visitatiecommissie constateert dat de relatie tussen pmt en haar uitvoerings­
organisatie is verbeterd. Op het gebied van beleggingen zijn de relatie en processen
met de uitvoeringsorganisatie verbeterd. Dit is mede het gevolg van de scheidslijn die
is gemaakt tussen Asset Management en Fiduciair Management. Een van de adviezen
die de visitatiecommissie in overweging heeft gegeven is de vorming van een nieuwe
Raad van Commissarissen bij mn services. Hierin is aan het einde van het jaar 2010
voorzien.
Communicatie
De wijze waarop door pmt wordt gecommuniceerd met haar deelnemers (pensioen­
journaal, website, pensioenplanner, pensioenconsulenten en bijeenkomsten voor
gepensioneerden) wordt door de visitatiecommissie als positief ervaren. Vooral
de bijeenkomsten voor gepensioneerden ziet de visitatiecommissie als ‘warme
communicatie’ in het land.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 21

Reactie van het bestuur op adviezen visitatiecommissie
Het bestuur heeft de aanbevelingen van de visitatiecommissie uit de rapporten 2008
en 2009 ter harte genomen en had deze reeds vertaald in concrete acties, zoals het
opstellen van een verbeterplan gericht op governance, vermogensbeheer en risico­
management. Een bijkomende ontwikkeling was dat dnb, net zoals bij andere
pensioenfondsen, mondeling aankondigde pmt’s beleggingsactiviteiten te willen
onderzoeken in 2010. Vandaar dat binnen het verbeterplan naast risicomanagement
de nadruk ook verder op beleggingen kwam te liggen. Bij het verbeterplan is pmt
bijgestaan door twee adviesbureaus, waaronder een bureau voor additionele
expertise en begeleiding van het traject ‘governance-inrichting’.
Het bestuur is het eens met het standpunt van de visitatiecommissie dat problemen
aan de cao-tafel geen uitstraling mogen hebben naar het bestuur van het pensioen­
fonds. In het voorjaar van 2011 is door toedoen van het bestuur van pmt een oplos­
sing in dit conflict bereikt waardoor bovag weer participeert in de bestuurlijke
organen van pmt.
Het bestuur heeft voorafgaand aan de governance-inrichting een nulmeting laten
verrichten. Op basis van de resultaten van deze nulmeting zijn de hoofdlijnen van
de gewenste besturing van pmt geformuleerd, welke in de loop van 2011 worden
uitgewerkt en geïmplementeerd. Zo zal het takenpakket van de Commissie
Uit­ esteding worden uitgebreid en worden de bevoegdheden van het Dagelijks
b
Bestuur geformuleerd.
Om de relatie met de uitvoeringsorganisatie te verbeteren streeft het bestuur van pmt
naar een duidelijk onderscheid tussen de rol van enerzijds aandeelhouder van de
uitvoerder, en anderzijds klant van de uitvoerder. In samenwerking met het bestuur
van pme, eveneens aandeelhouder en klant van de uitvoerder, wordt bezien hoe dit
streven het beste kan worden geïmplementeerd.
Begin 2011 is, onder toeziend oog van pmt, de nieuwe Raad van Commissarissen van
de uitvoeringsorganisatie vorm gegeven.

Verantwoordingsorgaan
Volgens de Principes voor goed pensioenfondsbestuur legt het bestuur verantwoor­
ding af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid, over de wijze waarop het
beleid is uitgevoerd en over de naleving van de ‘Principes voor goed Pensioenfonds­
bestuur’. Een evenwichtige belangenafweging staat bij de naleving van de ‘Principes’
en de verantwoording daarover centraal.

22 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Samenstelling
In 2009 is het verantwoordingsorgaan van pmt geïnstalleerd. Op basis van de opge­
dane ervaringen in 2009, is met ingang van 1 januari 2010, in samenspraak met het
verantwoordingsorgaan, het aantal leden teruggebracht van 21 naar 12. Ook werd
vanaf 2010 vergaderd onder leiding van een uit hun midden gekozen voorzitter.
Het verantwoordingsorgaan bestaat nu uit 4 vertegenwoordigers van de bij pmt
aangesloten werkgevers, 4 vertegenwoordigers van actieve deelnemers en 4 vertegen­
woordigers van gepensioneerden. De vertegenwoordigers van de bij pmt aangesloten
werkgevers worden voorgedragen door de werkgeversvakverenigingen, die in de
Vakraad Metaal en Techniek zijn vertegenwoordigd. De genoemde vertegenwoor­
digers van actieve deelnemers en gepensioneerden worden voorgedragen door en uit
de leden van de deelnemersraad. Door het aantreden van de nieuwe deelnemersraad
per 1 januari 2010, heeft er tevens een wisseling plaatsgevonden in de samenstelling
van het verantwoordingsorgaan.
Werkzaamheden en bevindingen
Het verantwoordingsorgaan is in 2010 vijf maal bijeengekomen. Daarnaast is gelijk­
tijdig met de deelnemersraad een themadag georganiseerd, waarbij de stand van
zaken van het pensioenakkoord en de ‘denkhulp nieuw pensioencontract’ van de vb
zijn behandeld. In 2010 heeft het verantwoordingsorgaan een speciale opleiding voor
leden van het verantwoordingsorgaan gevolgd, waarin is ingegaan op de rol, taken en
bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan.
In 2011 heeft het verantwoordingsorgaan zijn oordeel uitgebracht over het bestuurlijk
handelen in 2010. Op 20 mei 2011 heeft het verantwoordings­ rgaan overleg gehad met
o
de certificerend actuaris en de externe accountant van het fonds. Vervolgens heeft het
verantwoordingsorgaan – mede aan de hand van de abtn, het concept jaarverslag
over 2010, het concept actuarieel verslag over 2010, het concept accountantsverslag
over 2010, het visitatierapport 2010, een lijst met bestuursbesluiten over 2010, het
beleggingsplan 2010 en beleggingsrapportages uit 2010 – een aantal vragen geformu­
leerd voor het bestuur. Op 30 mei 2011 heeft een vergadering plaatsgevonden met een
delegatie van het bestuur, waarbij het bestuur nader is ingegaan op de gestelde
vragen en een toelichting heeft gegeven op het handelen van het bestuur, het uitge­
voerde beleid en de gemaakte beleidskeuzes voor de toekomst.
Hieronder volgen de bevindingen van het verantwoordingsorgaan per beleidsterrein:
Premiebeleid
•  et premiebeleid is evenwichtig en conform het beleidskader vastgesteld: werk­
H
gevers en actieve deelnemers dragen beide bij aan de premie.
•  e deelnemersraad heeft positief geadviseerd.
D
Toeslagenbeleid
•  et toeslagenbeleid is evenwichtig en conform het beleidskader vastgesteld:
H
het bestuur streeft zowel naar toeslagenverlening voor actieve deelnemers (o.b.v.
looninflatie) en gepensioneerden en oud-deelnemers (o.b.v. prijsinflatie).
• De deelnemersraad heeft positief geadviseerd.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 23

Beleggingsbeleid
•  et beleggingsbeleid is evenwichtig; het bestuur belegt in het belang van alle
H
belanghebbenden bij het fonds.
•  et beleggingsbeleid is conform het beleidskader met dien verstande dat het
H
bestuur besloten heeft de afdekking van het renterisico te verhogen van 25% naar
35%. Er is besloten een specifiek landenbeleid op te stellen waarbij de swapspread
leidend is. In de eerste helft van 2010 zijn dan ook zo goed als alle staatsobligaties
uit de gips-landen verkocht.
• De deelnemersraad heeft positief geadviseerd op het beleggingsplan 2010.
Pensioenbeleid (solidariteitsbeleid/evenwichtige belangenafweging)
•  et pensioen is evenwichtig: er vindt belangenafweging plaats tussen de
H
ver­ chillende groepen belanghebbenden bij het fonds.
s
•  e toekenning van overgangsmaatregelen is conform het beleidskader. In 2010
D
zijn, vanwege de slechte economische omstandigheden, een aantal maatregelen
gecontinueerd waardoor bepaalde groepen deelnemers, onder voorwaarden, recht
kunnen blijven behouden op de overgangsmaatregelen.
•  e deelnemersraad heeft positief geadviseerd op alle voorgenomen besluiten
D
die het bestuur heeft genomen inzake het pensioenbeleid.
Integraal risicobeleid
•  et risicobeleid is aangescherpt; het bestuur streeft naar een grotere mate van
H
inzicht en transparantie.
•  ezien het balansrisico wijkt de feitelijke beleggingsmix bewust af van de strate­
G
gische beleggingsmix.
• Het bestuur heeft het bestuursbureau uitgebreid met een risicomanager.
• Er is een integrale risicoanalyse opgesteld.
•  r is een risicodashboard opgesteld, waarbij inzicht verschaft kan worden in de
E
risico’s die het fonds loopt.
Communicatiebeleid
• Het communicatiebeleid is conform de Communicatierichtlijnen van pmt.
•  et bestuur werkt aan verbetering van het imago van pmt en de pensioensector.
H
In 2010 is in Pensioenfederatie-verband en in samenwerking met de vier andere
grootste pensioenfondsen van Nederland over bepaalde onderwerpen gecommu­
niceerd.
• Het bestuur heeft in 2010 extra aandacht besteed aan ‘corporate communicatie’.
Bevindingen van het intern toezicht
• De visitatiecommissie is deskundig en onafhankelijk.
• De visitatiecommissie levert een waardevolle bijdrage aan het fonds.
•  e visitatiecommissie heeft alle bevindingen met het bestuur besproken.
D
Alle aanbevelingen zijn of worden opgevolgd.
Naleving van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur
• De Principes voor goed pensioenfondsbestuur worden nageleefd.

24 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Oordeel
Het verantwoordingsorgaan geeft een positief advies over het handelen van het
bestuur in 2010. Het verantwoordingsorgaan constateert dat bij de genomen besluiten
het beleidskader is gehanteerd, de deelnemersraad om advies is gevraagd en er
sprake is van evenwichtige belangenbehartiging. Het verantwoordingsorgaan staat
positief tegenover de interventie van het bestuur waardoor de bovag inmiddels weer
deelneemt aan vergaderingen van het bestuur en de Commissie Beleggingen van pmt.
Het bestuur heeft hierdoor weten te voorkomen dat problemen aan de cao-tafel geen
verdere uitstraling hebben gekregen op het pensioenfonds.
Aanbevelingen
Het verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur om extra aandacht te besteden aan
de communicatie met alle deelnemers over het beleggingsbeleid, de risico’s en de
belangenafwegingen die daarbij worden gemaakt. Het verantwoordingsorgaan heeft
de opvatting dat het bestuur de communicatie rondom het huidige pensioencontract
onnodig af laat hangen van de uitkomsten van het Pensioenakkoord en de mogelijk
daaruit voortvloeiende nieuwe pensioenregeling. Het verantwoordingsorgaan zou
graag zien dat het bestuur, naast voorlichting bij bedrijven en de regionale bijeen­
komsten voor gepensioneerden, op korte termijn proactief met alle deelnemers gaat
communiceren waarbij naast de klassieke schriftelijke communicatie en internet ook
nadrukkelijk nieuwe sociale media worden ingezet.
Reactie van het bestuur
Het bestuur heeft kennis genomen van het oordeel en de aanbevelingen van het
Verantwoordingsorgaan over het bestuurlijk handelen in het jaar 2010.
Uit het oordeel en de aanbevelingen blijkt dat het Verantwoordingsorgaan een
kritische en constructieve houding ten aanzien van het bestuur heeft. De waardering
van het bestuur hiervoor is groot.
De al eerder door het verantwoordingsorgaan gedane aanbeveling van intensievere
communicatie met deelnemers is door het bestuur in 2010 ter harte genomen.
De gepensioneerdenbijeenkomsten zijn nog beter bezocht dan de jaren ervoor,
waardoor er meer contact was met deze doelgroep.
Ten aanzien van communicatie met actieve deelnemers werkt het bestuur aan
verbeteringen op de website en verbeteringen in de pensioenplanner. Binnenkort
zal op de website het transparantiedocument van pmt worden geplaatst om alle
deelnemers nog meer inzicht te geven in de wijze waarop pmt wordt bestuurd. Ook
het gebruik van andere moderne technieken zoals sociale media sluit het bestuur niet
uit, al zal onderzoek moeten uitwijzen welke van deze middelen voor pmt het meest
effectief kunnen werken.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 25

Principes voor goed Pensioenfondsbestuur
pmt past de ‘Principes voor goed Pensioenfondsbestuur’ toe in het beleid.
De ‘Principes’ zijn in te delen in 3 categorieën, te weten Bestuur, Verantwoording en
Intern Toezicht. Hieronder wordt op hoofdlijnen aangegeven op welke wijze pmt de
‘Principes’ naleeft.
Algemeen
•  et bestuur is en blijft verantwoordelijk voor het pensioenfonds en al hetgeen
H
door het pensioenfonds wordt gedaan of nagelaten. Dit betekent bijvoorbeeld
dat hoewel het pensioen- en het vermogensbeheer zijn uitbesteed, het bestuur
volledig verantwoordelijk blijft voor deze uitbestede activiteiten.
•  et bestuur is verantwoordelijk voor de naleving van statuten, reglementen en
H
relevante wet- en regelgeving, alsmede voor het beheersen van risico’s verbonden
aan de activiteiten van het pensioenfonds. De statuten zijn in 2010 geactualiseerd.
Om de risico’s van het pensioenfonds te helpen beheersen is er per 1 april 2010 een
onafhankelijk risicomanager werkzaam op het bestuursbureau.
•  et fonds beperkt zijn activiteiten tot het uitvoeren van de pensioenregeling, zoals
H
deze door cao-partijen worden overeen gekomen.
•  et bestuur stelt zich bij het uitoefenen van zijn taak onafhankelijk op en draagt
H
er zorg voor dat het pensioenfonds uitsluitend handelt ten behoeve van alle
belanghebbenden van het fonds. Het bestuur weegt hun belangen op een zorg­
vuldige en evenwichtige wijze tegen elkaar af. Het fonds heeft een Verklaring
inzake Beleggingsbeginselen, een interne klachten- en geschillenprocedure en
uitbestedingsovereenkomsten die voldoen aan de eisen. In het in 2011 bij dnb
ingediende crisisplan is evenwichtige belangenbehartiging de belangrijkste pijler
waarop het crisisplan geënt moest worden. De Verklaring inzake de Beleggings­
beginselen is in 2010 vernieuwd en staat op de website.
Transparantie, openheid en communicatie
•  et bestuur is transparant over het beleid en de besluitvormingsprocedures.
H
Het beleid en de besluitvormingprocedures zijn vastgelegd in de Beleidsregels,
het Huishoudelijk Reglement en de Statuten van het fonds. De deelnemersraad
krijgt toegang tot nagenoeg alle beleidsdocumenten van het bestuur.
•  n de statuten zijn de benoemings- en schorsingsprocedures voor bestuursleden
I
opgenomen.
•  et jaarverslag voldoet aan de eisen van de Raad voor de Jaarverslaglegging. Het
H
jaarverslag wordt ieder jaar door het bestuur vastgesteld, nadat de deelnemers­
raad hier advies over heeft gegeven. Het jaarverslag wordt ieder jaar vóór 1 juli bij
dnb ingeleverd.
•  et communicatiebeleid is gericht op communicatie met alle belanghebbenden en
H
vastgelegd in de Communicatierichtlijnen. De communicatierichtlijnen worden
ieder jaar door het bestuur vastgesteld.

26 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Deskundigheid en functioneren van het bestuur
•  et bestuur draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan alle deskundigheidseisen
H
die op basis van wet- en regelgeving door De Nederlandsche Bank worden gesteld.
Het bestuur stelt aanvullend hierop een eigen deskundigheidsplan vast, waarin
de eisen die aan de bestuursleden worden gesteld, zijn vastgelegd. Het laatste
deskundigheidsplan van het bestuur dateert van 1 januari 2008. Tijdens de
bestuursvergadering van 4 april 2011 is het nieuwe deskundigheidsplan van het
bestuur vastgesteld. Daarin zijn de deskundigheidseisen verder aangescherpt.
Het deskundigheidsplan is gebaseerd op het ‘Plan van Aanpak Deskundigheids­
bevordering bij Pensioenfondsen (versie juni 2010)’ van de pensioenkoepels, de
‘Beleidsregel Deskundigheid’ van dnb en afm (januari 2011) en de notitie
‘Opzet naar Goed Pensioenfondsbestuur’ van de Pensioenfederatie (januari 2011).

Het bestuur heeft ook nadere eisen geformuleerd voor de deskundigheid van
de leden van de deelnemersraad, het verantwoordingsorgaan en de visitatie­
commissie, zodat zij hun taken goed kunnen uitvoeren. Het bestuur stelt alle
organen en commissies van het fonds voor de professionele uitvoering van hun
taken voldoende middelen ter beschikking.
•  eriodiek vindt externe toetsing plaats van de deskundigheid van het bestuur als
P
geheel en van de individuele bestuursleden. Dit is eveneens vastgelegd in het
deskundigheidsplan. Op 25 maart 2011 heeft het bestuur de deskundigheidstoets
‘Kennisreflector’ van spo gedaan. De deskundigheid van het bestuur als geheel en
de deskundigheid van de individuele bestuursleden voldoen aan de eisen.
•  eriodiek vindt er eveneens een evaluatie plaats over het functioneren van het
P
bestuur als geheel en over het functioneren van de individuele bestuursleden.
In 2010 heeft deze evaluatie plaatsgevonden op 2 november onder leiding van
een onafhankelijke begeleider. Op 22 december is er nog een aparte themadag
geor­ aniseerd voor het bestuur, waarbij onder leiding van dezelfde onafhankelijke
g
begeleider de governance van het fonds is besproken.

Een bestuurslid dat naar het oordeel van het bestuur onvoldoende functioneert,
kan – conform de statuten - door het bestuur voor ontslag worden voorgedragen
aan de organisatie die het desbetreffende bestuurslid heeft benoemd.

Verantwoording
Algemeen
•  et lidmaatschap van het verantwoordingsorgaan is niet verenigbaar met het
H
lidmaatschap van het pensioenfondsbestuur of met het interne toezicht.

Het bestuur legt verantwoording af over het beleid, de wijze waarop dit beleid is
uitgevoerd en over de naleving van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur.
Tenminste eenmaal per jaar overlegt het bestuur met het verantwoordingsorgaan.
Het oordeel van het verantwoordingsorgaan en de reactie van het bestuur worden
opgenomen in het jaarverslag. Het verantwoordingsorgaan heeft in 2010 vijf maal
vergaderd, waarbij op 13 april 2010 een gezamenlijk overleg met een afvaardiging
van het bestuur is geweest. In 2011 heeft dit overleg op 30 mei plaatsgevonden,
waarbij ondermeer het jaarverslag 2010 op de agenda stond.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 27

Rechten en bevoegdheden van het Verantwoordingsorgaan
•  e rechten en bevoegdheden van het Verantwoordingsorgaan zijn door het
D
bestuur vastgelegd in het Reglement Verantwoordingsorgaan. Daarnaast kent het
verantwoordingsorgaan een huishoudelijk reglement.

Intern toezicht
Algemeen
•  et bestuur heeft intern toezicht ingesteld dat betrekking heeft op het kritisch
H
bezien van het functioneren van (het bestuur van) het pensioenfonds door
onaf­ ankelijke deskundigen. Rechten en taken van het intern toezicht zijn
h
vastgelegd in het Reglement Visitatiecommissie. Het intern toezicht rapporteert
na de visitatie aan het bestuur en bespreekt de bevindingen met het bestuur.
De bevindingen van het interne toezicht worden in het jaarverslag opgenomen.
Invoering
•  et bestuur heeft het intern toezicht geregeld door de instelling van een visitatie­
H
commissie, die bestaat uit 3 onafhankelijke deskundigen. De visitatiecommissie is
een vaste commissie, waarvan de leden worden benoemd voor een periode van
4 jaar. De visitatiecommissie voert minimaal eenmaal per jaar een visitatie uit.
In 2010 had de visitatie betrekking op de onderwerpen governance, risico­
management, beleggingen, uitbesteding en communicatie. In 2011 wordt een
nieuwe visitatiecommissie benoemd.

Bestuurlijke evaluatie
Het bestuur heeft het functioneren van de deelnemersraad, het verantwoordings­
orgaan en de visitatiecommissie in het jaar 2010 geëvalueerd. De deelnemersraad
neemt zijn verantwoordelijkheid zeer serieus en geeft op een goede wijze invulling
aan de medezeggenschap. Zo heeft de deelnemersraad in 2010 op eigen initiatief een
opleiding gevolgd om zowel collectief als individueel het gewenste kennisniveau 1
te bereiken. Mede vanuit de opgedane kennis stelt de deelnemersraad zich kritisch,
maar constructief, jegens het bestuur op en laat zijn mening over bepaalde zaken
duidelijk merken. Het valt het bestuur op dat de deelnemersraad zich steeds proactiever in sommige dossiers opstelt, naar tevredenheid van het bestuur.
Het verantwoordingsorgaan is in 2010 teruggebracht tot 12 leden en heeft uit haar
midden een eigen voorzitter gekozen. Deze veranderingen hebben geleid tot efficiën­
tere en constructievere vergaderingen waardoor adviezen en oordelen makkelijker tot
stand zijn gekomen. Ook het verantwoordings­ rgaan heeft in 2010 zowel collectief als
o
individueel het bereikte kennisniveau 1 bereikt. Het bestuur prijst de inzet en de
scherpe vragen die het verantwoordings­ rgaan stelt om tot een oordeel te komen over
o
het bestuurlijk handelen. Het bestuur is van mening dat er een goede verdeling is van
kennis op de gebieden pensioen­ eleid, beleggingsbeleid, risicobeleid en financieel
b
beleid. Dit alles in het kader van een evenwichtige belangenafweging.

28 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

De wijze waarop de visitatiecommissie zich opstelt is van grote waarde voor het
fonds. Het bestuur is van mening dat de visitatiecommissie niet alleen de bestuur­
lijke processen moet onderzoeken, maar dat het bestuur ook iets aan de visitatie­
commissie moet hebben, los van de wettelijke verplichting die er is. Het bestuur hecht
dan ook veel waarde aan de opmerkingen van de visitatiecommissie, aangezien
gedane constateringen ook feitelijk als actiepunten op de bestuurstafel terugkomen.
Het bestuur betreurt het dat de samenstelling van de visitatiecommissie in 2011 zal
wijzigen. De reden hiervoor is dat de leden hun taken niet meer kunnen combineren
met hun overige werkzaamheden.
Het bestuur is tot de conclusie gekomen dat alle drie de gremia complementair aan
elkaar zijn. De visitatiecommissie vergadert frequent in het laatste kwartaal van 2010.
In 2010 heeft het bestuur ook zijn eigen functioneren geëvalueerd, onder leiding van
een externe begeleider. Het bestuur is tot de conclusie gekomen dat het in algemene
termen goed functioneert. Er bestaat draagvlak voor de genomen beslissingen.
Belangrijk hierbij is dat steeds het belang van het fonds in ogenschouw wordt
gehouden, ondanks de verschillende achterbannen, waarbij evenwichtige belangen­
behartiging een zeer grote rol speelt. Het bestuur zal jaarlijks het eigen functioneren
en de werking van de deelnemersraad, het verantwoordingsorgaan en de visitatie­
commissie evalueren.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 29

3 . Financieel overzicht
Inleiding
Het jaar 2010 werd in financieel opzicht gekenmerkt door extreem lage rentestanden.
Hierdoor liepen de pensioenverplichtingen voor pmt snel op, met een sterk negatief
effect op de dekkingsgraad. Daar kwam nog bij dat nieuwe gegevens lieten zien dat de
levensverwachting veel sneller stijgt dan eerder werd gedacht. Daardoor moeten de
pensioenen langer worden uitgekeerd dan waar eerder rekening mee was gehouden.
Ook dit effect is in de verplichtingen opgenomen.
De opbrengsten uit beleggingen waren in 2010 goed te noemen, maar deze hebben
de sterke toename aan de verplichtingenkant door de twee hierboven genoemde
ontwikkelingen niet volledig kunnen compenseren. De dekkingsgraad is daarom
aan het eind van 2010 geëindigd onder het niveau van eind 2009. Met 96,8% ligt de
dekkingsgraad wel boven het beoogde niveau in het herstelpad zoals vastgelegd in
het herstelplan. De maatregelen uit dat plan worden in 2011 voortgezet.

Resultaten 2010
Samengevat zijn de resultaten over 2010 als volgt:
Resultaten naar soort
2010

(x 1 miljoen euro)

Premiebijdragen

1.935

2009

1.840

Beleggingsopbrengsten

3.854

4.301

Uitkeringen

-1.252

-1.189

pensioenverplichtingen

-5.760

88

Overige baten en lasten

-28

33

Mutatie voorziening

Saldo van baten en lasten
Dekkingsgraad ultimo

-1.251

5.073

96,8%

100%

Premiebijdragen
De premiebijdragen zijn toegenomen als gevolg van de verhoging van het premie­
percentage van 27,3% van de pensioengrondslag in 2009 naar 28,6% in 2010.

30 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Beleggingsopbrengsten
De beleggingsopbrengsten waren in 2010 net als in 2009, positief. Het rendement
bedroeg 11,6%. De resultaten per beleggingscategorie worden in paragraaf 5 nader
toegelicht.
Uitkeringen
De pensioenuitkeringen die in 2010 zijn verstrekt kunnen als volgt uitgesplitst
worden:
Uitkeringen naar soort
2010

(x 1 miljoen euro)

Ouderdomspensioen
Vroegpensioen
Partnerpensioen

992

2009

830

67

175

161

153

Wezenpensioen

3

3

ANW Pensioen

11

10

Afkoopsommen

18

18

Totaal uitkeringen

1.252

1.189

In de uitkeringen van ouderdomspensioen zijn ook de uitkeringen met een ver­
vroegde pensioeningangsdatum opgenomen.
Het bedrag aan uitkeringen van vroegpensioen neemt sterk af; dit betreft de uitloop
van uitkeringen die vóór 1 juni 2006 zijn aangevangen en die worden uitgekeerd
totdat de deelnemer 65 jaar wordt. In 2011 zal nog een zeer beperkt bedrag aan
vroegpensioen uitgekeerd worden aan deelnemers die hun vroegpensioen destijds
voor hun zestigste hebben laten ingaan.
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen
Was eind 2009 de marktrente net enigszins gestegen naar een niveau van 3,86%, in
de loop van 2010 was opnieuw sprake van scherpe dalingen, tot zelfs naar niveaus
onder de 3% na de zomer. Uiteindelijk eindigde de voor pmt relevante rente aan het
eind van 2010 op 3,44%. Het effect hiervan op de voorziening is dat per saldo ruim
3,5 miljard euro moet worden toegevoegd aan de pensioenverplichtingen.
Naast de marktrente heeft ook de gestegen levensverwachting een sterk effect gehad
op de voorziening. Eind 2010 is pmt overgegaan op de prognosetafel 2010-2060 van
het Actuarieel Genootschap, met fondsspecifieke leeftijdsafhankelijke reductie­
factoren. De reductiefactoren zijn opnieuw vastgesteld aan de hand van de resultaten
op sterfte bij pmt in de afgelopen jaren.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 31

De toevoeging aan de voorziening als gevolg van deze overgang op de nieuwe grond­
slagen bedraagt 1,5 miljard euro.
De gedaalde rente en de gestegen levensverwachting zijn samen voor het overgrote
deel verantwoordelijk voor de totale toevoeging aan de voorziening pensioen­
verplichtingen van 5,8 miljard euro in 2010.
Ontwikkeling pensioenverplichtingen
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Wijziging van marktrente

3.558

-2.321

Rentetoevoeging aan VPV

432

1.176

Aangroei door nieuwe
pensioenaanspraken
Onttrekking voor uitkeringen

1.573

1.834

-1.265

-1.199

Wijziging grondslagen

1.462

422

Totaal mutatie voorziening
pensioenverplichtingen (VPV)

5.760

-88

Premie- en toeslagenbeleid 2011
In lijn met het herstelplan en volgens het beleidskader is de premie in 2011 opnieuw
verhoogd met 1% van de salarissom. De premie bedraagt daarmee nu 17,1% van de
salarissom. Dit resulteert in een te heffen premiepercentage van 30,3% van de
pensioengrondslag in 2011. De pensioengrondslag is het deel van het salaris dat
boven de franchise van 15.295 euro uitkomt, tot het grensbedrag van 75.486 euro.
Voor het deel van het salaris dat boven het grensbedrag van 75.486 euro ligt, wordt
een premie van 21,3% geheven. In 2010 bedroegen deze premiepercentages respectie­
velijk 28,6% en 18,7%.
De gedempte kostendekkende premie voor 2011 bedraagt 28,5% van de pensioen­
grondslag, berekend uitgaande van een gedempte rentevoet van 4%.
Voor de toeslagen (de verhoging van de pensioenen om de gestegen prijzen of lonen
te compenseren) geldt dat zowel het beleidskader als het herstelplan geen ruimte
bieden voor het verlenen van toeslagen in 2011. Dit betekent dat de opgebouwde
aanspraken van actieve deelnemers niet verhoogd worden met de cao-stijging van
de lonen. Ook worden de aanspraken van gewezen deelnemers en alle lopende
pensioenuitkeringen niet aan de prijsstijging aangepast.

32 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Met de verhoogde premie en het achterwege laten van toeslagen, worden de lasten
van herstel van het fonds naar de mening van het bestuur evenwichtig verdeeld
onder deelnemers, gewezen deelnemers, gepensioneerden en werkgevers.
De verwachting is dat nieuwe afspraken tussen sociale partners in het landelijk
Pensioenakkoord van invloed zullen zijn op het premie- en toeslagenbeleid.

Per 1 januari

Loonindex

Toeslag*
actieven

Prijsindex

Toeslag*
niet-actieven

2000

3,00%

3,00%

1,53%

1,53%

2001

2,75%

2,75%

2,35%

2,35%

2002

4,00%

4,00%

3,68%

3,68%

2003

4,02%

2,01%

3,37%

1,69%

2004

0,00%

0,00%

1,98%

0,99%

2005

2,50%

1,88%

0,65%

0,49%

2006

3,22%

3,72%

1,38%

1,88%

2007

1,25%

2,20%

1,72%

2,71%

2008

1,00%

2,36%

1,29%

2,79%

2009

3,50%

0,00%

2,96%

0,00%

2010

3,00%

0,00%

1,38%

0,00%

2011

0,00%

0,00%

1,38%

0,00%

*De toeslagvelening heeft betrekking op het voorgaande jaar

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 33

4. Beleidskader
Het beleid voor de hoogte van de premie en de voorwaardelijke toeslag (verhoging
van de pensioenuitkeringen en opgebouwde pensioenen), wordt jaarlijks vastgesteld
aan de hand van het beleidskader. In dit beleidskader is aangegeven hoe de sturings­
instrumenten kunnen worden ingezet, passend bij de financiële positie van het fonds.
Het beleidskader geeft dus weer welk beleid bij welke dekkingsgraad passend is.
Het beleidskader is richtinggevend. Het geldt als leidraad bij de jaarlijkse besluit­
vorming door het bestuur, maar geeft nadrukkelijk geen absolute of bindende
voorschriften. Het bestuur weegt in de besluitvorming dan ook alle relevante
omstandigheden mee bij haar afwegingen.
In het herstelplan is uitgegaan van het beleidskader. Bij een dekkingstekort is het
uitgangspunt dat de sturingsinstrumenten maximaal worden ingezet: de pensioenen
worden niet verhoogd en de premie wordt stapsgewijs naar het maximale niveau
gebracht. Om de maximale premie te bereiken, wordt de premie zolang als nodig
jaarlijks verhoogd met stappen van maximaal 1 procentpunt tegelijk. De maximale
premie bedraagt 18% van de salarissom. Zodra en zolang het fonds een dekkings­
graad heeft die lager is dan de minimaal vereiste nominale dekkingsgraad van
104,3%, wordt in principe geen enkele toeslag verleend. Dat betekent dat in 2010
de pensioenuitkeringen en opgebouwde pensioenen niet verhoogd zijn.

Toeslagenbeleid

Premiebeleid

Volledige toeslag plus
eventueel ruimte voor
inhalen gemiste
verhogingen

Verlaging premie
maximaal -1% of -2%

Dekkingsgraad

Volledige toeslag plus
eventueel ruimte voor
inhalen gemiste
verhogingen

Kostendekkende
premie, aanpassing
maximaal +1%

Centrale spilwaarde

Gedeeltelijke toeslagverlening

Stijging premie max.
+1%, doch minimaal
kostendekkend
Stijging premie
maximaal +1%, doch
minimaal kosten­
dekkend

190%
180%
170%
160%
150%
140%

Premiekortingsgrens

130%

dec 10

sep 10

jun 10

mar 10

dec 09

sep 09

jun 09

Geen toeslagen

mar 09

dec 08

80%

sep 08

90%

Minimaal
vereiste
dekkingsgraad

jun 08

100%

mar 08

110%

dec 07

120%

34 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Wanneer de reserves van het fonds weer op peil zijn, kunnen in de toekomst de nu
gemiste verhogingen worden ingehaald. Een dergelijke extra toeslag is ook in 2007
toegekend, waarmee de gemiste verhogingen in de periode vanaf 2003 zijn gecom­
penseerd. Zo’n zogenoemde inhaaltoeslag is in principe mogelijk vanaf een dekkings­
graad hoger dan 122,5%, waarbij dit percentage door de toekenning van de inhaaltoe­
slag niet onder de 122,5% mag zakken.
Begin 2010 is door pmt een continuïteitsanalyse uitgevoerd. Deze analyse
geeft inzicht in de risico’s die pmt op lange termijn loopt en de effectiviteit van de
verschillende financiële sturingsinstrumenten bij de beheersing van die risico’s.
De continuïteitsanalyse had de situatie eind 2009 als aanvangssituatie.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 35

5. Pensioenbeleid
Onderzoek nieuwe grondslagen in verband met gestegen levensverwachting
De deelnemers van pmt leven gemiddeld genomen langer dan de gemiddelde Neder­
lander. Daarom gebruikt pmt sinds 2008 fondsspecifieke sterftegrondslagen, geba­
seerd op de levensverwachting binnen de pmt-populatie. In augustus 2010 heeft het
Actuarieel Genootschap (ag) een nieuwe prognosetafel voor de periode 2010 tot 2060
gepubliceerd, waarin de sterk verbeterde levensverwachting in Nederland is ver­
werkt. Om te toetsen of de eigen aangepaste grondslagen die pmt sinds 2008 hanteert
nog aansluiten bij de vernieuwde prognose van het ag, heeft in september 2010 een
nieuw onderzoek naar de sterftecijfers bij de populatie van pmt plaats­gevonden.
Het onderzoek is uitgevoerd door Mn Services n.v. Op basis van de waar­ enomen
g
sterfte bij pmt in de periode 2007 tot en met 2009 is een geactualiseerde set van
leeftijds­ fhankelijke reductiefactoren opgesteld, die kunnen worden toegepast op de
a
nieuwe prognosetafel van het ag. De adviserend actuaris van pmt, de heer Sprenkels
van bureau Sprenkels en Verschuren, heeft met de bevindingen ingestemd.
Het effect van de nieuwe pmt-specifieke grondslagen gebaseerd op de nieuwe
gegevens van het ag en de eigen gegevens van pmt is, dat de voorziening pensioen­
verplichtingen verhoogd moest worden. Er moest met andere woorden extra geld
gereserveerd worden om de langer uit te keren pensioenen te financieren.
pmt blijft de ontwikkelingen op het gebied van levensverwachting nauwgezet volgen.
In 2010 is onderzocht of uit de sterftecijfers kan worden afgeleid of er een relatie is
tussen inkomen en levensverwachting. Het onderzoek geeft voor deelnemers van
pmt geen bevestiging van een relatie tussen overlijdenskans en de hoogte van het
inkomen.
Verlenging maatregelen in verband met kredietcrisis
In 2009 heeft het bestuur een tweetal maatregelen genomen die de bedrijfstak
ondersteunen bij het opvangen van de gevolgen van de kredietcrisis: de ‘ouderen­
regeling’ en de ‘verlengde onderbreking’. Deze regelingen hebben een tijdelijk
karakter. In 2010 is besloten om beide maatregelen opnieuw met een jaar te ver­lengen zodat zij blijven gelden voor deelnemers die in 2011 ontslagen worden.
De ‘ouderenregeling’ maakt het voor deelnemers die kort voor hun beoogde pensioen­
datum door economische omstandigheden werkloos worden mogelijk om vanuit de
ww alsnog met vervroegd pensioen te gaan.
De regeling ‘verlengde onderbreking’ is er voor deelnemers die als gevolg van de
kredietcrisis ontslagen zijn en binnen drie jaar na hun ontslag in de bedrijfstak
terugkeren. Zij behouden het uitzicht op overgangsaanspraken voor vervroegd
pensioen.

36 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

ANW Pensioen
Het anw Pensioen van pmt is een vrijwillige aanvullende verzekering, waarmee
de partner bij overlijden van de deelnemer tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd
een extra inkomen bovenop het partnerpensioen ontvangt.
Het bestuur heeft besloten om de premies voor anw Pensioen in 2011 voor deel­ emers
n
van 45 jaar en ouder te verlagen. Voor de overige deelnemers blijven de premies
gelijk, terwijl het verzekerde bedrag verhoogd is, in lijn met de anw-bedragen van de
overheid.
Ook is besloten om anw Pensioen via een aanschrijfactie en meer uitgebreide
structurele communicatie onder de aandacht van de deelnemers te brengen.
Uit een eerder verkennend onderzoek is gebleken dat dit product relatief onbekend
is onder de deelnemers, terwijl de gevolgen van overlijden voor het inkomen van
de partner groot kunnen zijn.
Einde Pensioenbeleggen
Het jaar 2011 is het laatste jaar waarin nog sprake is van de aanvullende module
Pensioenbeleggen. Inleggen is sinds 1 juli 2010 niet meer mogelijk. pmt heeft eind
2009 besloten dit product te beëindigen, waarbij de bestaande saldi tot uiterlijk
31 december 2011 aangehouden kunnen worden. Op die datum zullen de saldi worden
omgezet in pensioenaanspraken. De deelnemers kunnen er voor kiezen om het saldo
eerder om te zetten in aanspraken, maar niet later. De reden dat pmt stopt met
pensioenbeleggen ligt in strengere wetgeving op het gebied van zorgplicht en
advisering van deelnemers.
Ter vervanging van Pensioenbeleggen is in 2009 de mogelijkheid van Pensioeninkoop
geïntroduceerd. Hierbij kunnen deelnemers extra pensioen inleggen, maar nu
worden voor de inleg direct pensioenaanspraken ingekocht. De deelnemer loopt
daarmee dus geen individueel beleggingsrisico.
Opschorten waardeoverdrachten
Wanneer een pensioenfonds een dekkingsgraad heeft lager dan 100%, is het niet
toegestaan waardeoverdrachten uit te voeren. In 2010 zijn, net als in 2009, alle
waardeoverdrachten dan ook opgeschort. Om de waardeoverdrachten weer uit te
voeren zodra de dekkingsgraad weer twee maandeinden boven de 100% is.
Evaluatie herstelplan
In de bestuursvergadering van november 2010 heeft het bestuur van pmt stilgestaan
bij de eerste verkenning van de evaluatie van het herstelplan. Door de lage rente en
de effecten van de gestegen levensverwachting, was op dat moment nog niet zeker of
de dekkingsgraad aan het eind van 2010 op het vereiste niveau van het herstelpad zou
liggen. Het bestuur heeft het bestuursbureau in november verzocht om, in het kader
van de evaluatie van het herstelplan, de effecten van de mogelijk te nemen nood­
maatregelen te onderzoeken en te kwantificeren. Ook is opdracht gegeven de commu­
nicatie over eventuele noodmaatregelen voor te bereiden. Aan het einde van het jaar
bleek dat door de stijgende rente het herstelpad alsnog gehaald werd. Kortings­
maatregelen voor het jaar 2012 zijn dan ook niet nodig.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 37

De ervaringen met de sterk wisselende omstandigheden en de daarmee gepaard
gaande schommelingen in de dekkingsgraad zijn voor het bestuur van pmt wel
aanleiding geweest een draaiboek te maken voor het geval zich wél een situatie
aandient waarin vergaande maatregelen moeten worden genomen. In dit kader heeft
de toezichthouder (dnb) het bestuur verzocht een crisisplan op te stellen dat dient als
basis voor het handelen in eventueel toekomstige situaties van crisis of crisis­ reiging.
d
In het voorjaar van 2011 is dit crisisplan aan dnb toegezonden.
FVP regeling
Per 1 januari 2011 houdt de fvp regeling zoals deze sinds de jaren 80 bestaat, op.
Sociale partners in het bestuur van pmt hebben de wens uitgesproken om te komen
tot een fvp vervangende regeling. De invoering hiervan is in belangrijke mate afhan­
kelijk van de financiële positie van het fonds omdat de kosten van een dergelijke
regeling deels voor rekening van pmt komen.

38 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

6. Vermogensbeheer
Algemeen
2010, wederom een bewogen jaar
Na het dieptepunt van de financiële markten in maart 2009, vond een onverwacht
sterk herstel plaats. Dat herstel zette begin 2010 door, na een aantal aarzelende eerste
weken. Die aarzeling werd ingegeven door zorgen over een dreigend bankroet van
Griekenland, dat niet langer aan zijn betalingsverplichtingen leek te kunnen voldoen.
Het gevaar dat de Griekse schuldenproblematiek zou uitstralen naar de rest van de
eurozone, deed Europese beleidsmakers besluiten tot het uitspreken van omvangrijke
steun aan het wankelende Griekenland. De boodschap was duidelijk: de eurozone
stond niet toe dat de munt zou wankelen. Die boodschap en de steun aan Grieken­
land stelden de markten aanvankelijk gerust.
Geleidelijk werd echter duidelijk dat ook andere Europese landen diep in de proble­
men zaten. Bovendien begonnen beleggers te twijfelen aan hun eerdere vertrouwen
in het steunpakket voor Griekenland. De euro daalde verder, en de rente op staats­
obligaties van gewantrouwde landen in met name Zuid-Europa liep snel op. Om de
onrust over de stabiliteit van de eurozone in te dammen, besloten de Europese landen
in mei 2010 tot het opzetten van een grootschalig noodfonds, de efsf1. Dit fonds,
opgericht in nauwe samenwerking met het imf, kent een omvang van 750 miljard euro
en dient als financieel vangnet voor landen in financieringsproblemen. Naast de
oprichting van het noodfonds ging de Europese Centrale Bank over tot het aankopen
van staatsobligaties. Ook werden verschillende kredietlijnen voor banken heropend.
Maar ook deze stevige ingrepen zorgden slechts voor kortstondige opluchting in de
financiële markten. Beleggers leken zich te realiseren dat het succes van het nood­
fonds niet gegarandeerd is, maar afhangt van de aanhoudende politieke wil in zowel
de donerende als de ontvangende landen. De steuntoezeggingen en bezuinigings­
afspraken zouden wel eens minder hard kunnen blijken dan ze in eerste instantie
op papier werden gezet.
De onrust in Europa werkte wereldwijd door. Bovendien begon ook de Amerikaanse
economie af te zwakken. Monetaire beleidsmakers en financiële markten raakten
daardoor in de zomermaanden in de greep van de angst voor deflatie. De inter­
nationale financiële markten reageerden klassiek risicomijdend. De internationale
aan­delenindex msci World daalde fors, de rentespreads op bedrijfsobligaties en
staatspapier van opkomende landen stegen en grondstoffenprijzen kelderden.
Beleggers zochten veilig geachte havens, naast veilige staatsobligaties vooral goud.
De vlucht in veilige staatsobligaties van onder meer de Verenigde Staten, Duitsland
en Nederland zorgde voor een verdere daling van de rendementen op dit staatspapier.
Ook de voor pensioenfondsen relevante lange termijn swaprentes daalden verder, tot
ongekend lage niveaus. Een voorlopig dieptepunt in de stand van deze rentes werd
1) Het EFSF staat voor European Financial Stability Facility. Tezamen met fondsen van het IMF en de EU is het EFSF 750 miljard euro groot.
Aangezien echter een deel hiervan als buffer moet worden aangehouden om de hoogste kredietstatus te behouden, is het feitelijk uit te lenen
bedrag 492 miljard euro.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 39

bereikt in augustus 2010, met voor de Nederlandse pensioenfondsen opnieuw sterk
en snel dalende dekkingsgraden tot gevolg.
De reactie van beleidsmakers liet niet lang op zich wachten. Eind augustus, op de
jaarlijkse centrale bank bijeenkomst in Jackson Hole, liet Bernanke, voorzitter van
de Federal Reserve (Fed) voor het eerst doorschemeren dat er waarschijnlijk een
tweede ronde van kwantitatieve monetaire verruiming zou volgen2. Hoewel er gerede
twijfel bestond over het directe economische effect van de kwantitatieve verruiming,
was de boodschap duidelijk: de Fed zou de afnemende groei, hoge werkloosheid en
deflatoire trend niet accepteren en alles in het werk stellen om de Amerikaanse
economie aan te zwengelen. De financiële markten reageerden al snel. Zowel rentes
als risicodragende beleggingen begonnen aan een stijging die tot het einde van het
jaar zou aanhouden.
Dat betekende echter geenszins dat beleggers alle zorgen achter zich lieten. Met name
de Europese fiscale situatie werd met zeer veel scepsis gevolgd en gedurende het
vierde kwartaal laaiden de spanningen op dat gebied weer in alle hevigheid op. De
vonk hiervoor was dat de Europese leiders eind oktober aangaven serieus na te willen
denken over het voorstel van de Duitse bondskanselier Merkel om obligatiehouders
mee te laten delen in de kosten van toekomstige reddingsoperaties. Bovendien liep,
als gevolg van de Amerikaanse kwantitatieve verruiming, de euro op ten opzichte van
de dollar3, wat de groeiperspectieven voor de Europese periferie niet ten goede kwam.
Ditmaal kreeg Ierland te maken met de tucht van de markt. Op 21 november moest de
Ierse premier Cowen uiteindelijk toegeven dat het land financiële steun nodig had.
In het weekend van 27 en 28 november kwamen de ministers van Financiën van de
eurozone bijeen in Brussel om de Ierse crisis te bezweren en uitstraling naar de
overige periferische landen te remmen. Er werd via leningen van het Europees
Financieel Stabiliteit Fonds, aangevuld door gelden van het imf, de eu, Engeland,
Denemarken en Zweden in totaal 85 miljard euro aan Ierland ter beschikking gesteld.
2011, continuering van trends
Het is duidelijk dat de financiële crisis ook in 2011 voelbaar zal blijven. Met name de
zwakke balansposities van verschillende Europese landen en banken zullen ook in
2011 tot hoofdbrekens leiden bij politiek en monetair bestuur. In heel Europa zal het
afbouwen van schuld tot de topprioriteiten behoren. De daarbij horende nood­
zakelijke bezuinigingen kunnen de economische groei vertragen.
De risico’s beperken zich niet alleen meer tot de ontwikkelde landen. Ook in de
opkomende economieën ontwikkelt zich een potentieel gevaarlijke situatie. De hoge
groei in deze landen in combinatie met de zeer ruime liquiditeitsvoorziening door
centrale banken wereldwijd heeft geleid tot een scherpe stijging van de grondstoffen­
prijzen. Daarbij zijn ook de voedselprijzen in snel tempo opgelopen. Omdat in de
opkomende economieën voedsel een groot deel van de totale consumptie behelst,
drijft dit de inflatie op. De druk op beleidsmakers in de opkomende landen om
oververhitting en sociale onrust te voorkomen, neemt daarmee toe. Dit herbergt het
risico dat te hard op de rem wordt getrapt en de economische groei fors terugvalt.

2) Het opkopen van financiële activa door centrale banken om zo de geldhoeveelheid te vergroten.
3) De creatie van steeds meer dollars door de kwantitatieve verruiming van de Fed is een negatieve factor voor de dollar.

40 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Verantwoord beleggen
pmt is ondertekenaar van de un Principles for Responsible Investment en voert een
beleid van verantwoord beleggen gebaseerd op tien leidende beginselen, uitgevoerd
langs vier pijlers: integratie van environment, social en governance (esg-) criteria in
alle asset classes, uitsluiting, actief aandeelhouderschap en thematische investeringen.
Jaarlijks wordt over de uitvoering gerapporteerd en wordt het beleid geëvalueerd.
Verantwoord beleggen is internationaal een onderwerp dat steeds hoger op de agenda
komt, maar tegelijk nog sterk in de fase is van ontwikkeling van concepten en best
practices. pmt speelt in dat leerproces een actieve, maar ook bescheiden rol, steeds met
als doel de verdere ontwikkeling van het concept ‘verantwoord beleggen’, uit­ isselen
w
van kennis en ervaring en ontwikkelen van best practices. pmt heeft in de afgelopen
jaren betekenisvolle stappen gezet binnen de genoemde vier pijlers.

esg-integratie in de gehele beleggingsportefeuille
In de selectie van de actieve mandaten aandelen en obligaties, externe managers,
hedge funds, private equity en private vastgoedfondsen worden esg-criteria mee­
gewogen. In passieve mandaten is volledige ESG-integratie niet mogelijk, met uitzon­
dering van een uitsluitingsbeleid waarbij afspraken kunnen worden gemaakt. In 2010
is aan de ‘leidende beginselen’ een beginsel toegevoegd waarin pmt uitspreekt om in
het beleid en investeringen negatieve maatschappelijke effecten te willen voorkomen
en (waar mogelijk) positieve maatschappelijke effecten te bevorderen. In dat kader
wordt niet uitsluitend gekeken naar esg-criteria, maar wordt verantwoord beleggen
breder opgevat. In de selectie van hedge funds en private equity worden activistische,
agressieve fondsen geweerd.
Bij private equity wordt daarnaast niet geïnvesteerd in fondsen die hun toegevoegde
waarde voornamelijk behalen door een grote mate van ‘leverage’ en andere vormen
van financial engineering.
Uitsluiting
pmt voert een uitsluitingbeleid voor ondernemingen die direct betrokken zijn bij de
productie, distributie en het onderhoud van producten en/of diensten die in strijd
zijn met door Nederland ondertekende internationale verdragen. In 2010 betrof het
verdragen op het gebied van clustermunitie, antipersoonmijnen, chemische wapens,
biologische wapens, nucleaire wapens, verboden ozon-aantastende chemicaliën
en handel in beschermde planten en dieren. Dat uitsluitingbeleid betreft zowel
aandelen als obligaties. Dit beleid heeft geresulteerd in de uitsluiting van circa
20 ondernemingen. In 2010 bleek dat er één relevant verdrag ontbreekt: het verdrag
tegen ‘incendiary weapons’ (fosfor wapens) uit 1980. Dat verdrag wordt in 2011 aan
de uitsluitinglijst toegevoegd.
Daarnaast sluit pmt sinds begin 2010 ook staatsobligaties uit van landen waartegen
door de vn en/of de eu sancties zijn uitgevaardigd. Aan het eind van het verslagjaar
betroffen dat de volgende 11 landen: Wit-Rusland, Birma, Noord-Korea, Ivoorkust,
Somalië, Soedan, Iran, Syrië, Oezbekistan, Zimbabwe en Eritrea.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 41

Actief aandeelhouderschap
In 2010 is door pmt op meer dan 95% van alle aandeelhoudersvergaderingen van
ondernemingen waarin pmt aandelen heeft gestemd, op basis van het voor pmt
‘op maat gesneden’ stembeleid. De uitvoering vindt veelal plaats via ‘proxy service
provider iss’. In een aantal gevallen werden in het kader van de samenwerking in
Eumedion gesprekken met de ondernemingsleiding gevoerd en werd de aandeel­
houdersvergadering bezocht. In het stembeleid is in 2010 een passage opgenomen
over de toepassing van enkele principes uit de herziene Nederlandse Corporate
Governance code, die specifiek gelden voor Nederlandse institutionele investeerders.
Over het stembeleid en stemgedrag op aandeelhoudersvergaderingen wordt door pmt
op de website gerapporteerd.
Ondernemingen in de portefeuille van pmt die in strijd handelen met de tien door
pmt vastgestelde leidende beginselen, maken onderdeel uit van een programma van
dialoog c.q. engagement. Dat programma wordt uitgevoerd door Mn Services n.v. in
samenwerking met f&c en Governance Platform. Het betreft circa 70 ondernemingen.
Met het overgrote deel van deze ondernemingen is de dialoog gestart. Ook over deze
gevoerde dialoog met ondernemingen wordt door pmt op de website gerapporteerd.
In 2010 betrof het onder andere Bayer, Siemens, Freeport McMorran, Wal-Mart, bp,
Shell, Total en enkele Aziatische bedrijven die actief zijn in Soedan.
Thematische investeringen
pmt is beperkt actief in thematische ‘duurzame’ investeringen. De huidige thema­
tische investeringen betreffen beleggingen in microfinance, schone technologie,
renewable energy en co2-rechten.

Resultaten pmt
De hierna getoonde vermogenssamenstelling en rendementen zijn gebaseerd op de
economische positie. Dit is de positie inclusief indirect (door middel van derivaten)
ingenomen posities.
Ontwikkeling vermogenssamenstelling

2010

2009

Vastrentende waarden

53%

53%

Aandelen

23%

23%

Vastgoedbeleggingen

11%

11%

Alternatieve beleggingen

13%

13%

100%

100%

Totaal

42 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

In onderstaande tabel is naast het feitelijk rendement, het resultaat opgenomen van
de maatstaf die het fonds hanteert om de beleggingsresultaten mee te vergelijken.
Het feitelijke resultaat van het fonds bedroeg in 2010 11,6%. Het feitelijke rendement
lag in 2010, evenals in 2009, op een duidelijk hoger niveau dan de maatstaf die wordt
gehanteerd. Het rendement van deze maatstaf kwam op totaalniveau uit op 10,7%.
Ook voor de verschillende asset categorieën behaalde het fonds een hoger rendement
dan de gehanteerde maatstaf4.
Rendement per beleggingscategorie

Rendement

Vastrentende waarden

Maatstaf

9,6%

8,6%

Aandelen

20,3%

19,8%

Vastgoedbeleggingen

10,1%

8,5%

Alternatieve beleggingen

8,0%

6,1%

11,6%

10,7%

Totaal

Rendementen van pensioenfondsen lopen sterk uiteen vanwege verschillen in
omvang, verplichtingenstructuur, de beleggingsmix en andere factoren. pmt behaal­
de in 2010 een licht lager totaal beleggingsresultaat dan andere grote Nederlandse
pensioenfondsen. Dit houdt direct verband met de lagere rente-afdekking die door
pmt met name in het eerste halfjaar van 2010 werd aangehouden in vergelijking met
andere grote pensioenfondsen. Het fonds behoort over de periode van de afgelopen
tien jaar wel tot de hoogst scorende fondsen in Nederland.

4) De maatstaf wordt gevormd door gebruikelijke indices die als benchmark gehanteerd worden.
5) Inclusief duration overlay

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 43

Strategische portefeuille
In het figuur hierna wordt de samenstelling van de strategische portefeuille getoond.
Het diversificatiebeleid komt met name tot uitdrukking in de categorie alternatieve
beleggingen, die bestaat uit private equity, hedge funds en commodities (grond­
stoffen). Met de vergaande diversificatie binnen de portefeuille streeft het fonds naar
het zoveel mogelijk verlagen van het totale beleggingsrisico van het fonds.
Strategische beleggingsmix
15 % Alternatieve beleggingen

28 %
Aandelen
15 %
Vastgoed

42 %
Vastrentende waarden

Werkelijke beleggingsmix
13 % Alternatieve beleggingen

11 %
Vastgoed
53 %
Vastrentende waarden

23 %
Aandelen

44 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Vastrentende waarden
In omvang is de portefeuille vastrentende waarden de grootste portefeuille van het
fonds. Ook binnen de vastrentende waarden portefeuille streeft het fonds naar
diversificatie en daarmee risicoreductie. Spreiding vindt plaats over Europese obliga­
ties (staats- en bedrijfsobligaties), hoogrentende Amerikaanse en Europese bedrijfs­
obligaties, bankleningen, staatsobligaties van opkomende economieën en inflatie­
dekkende producten. Vanwege de steeds verder doorgevoerde diversificatie neemt de
omvang van de (sub)portefeuille Europese staatsobligaties wel steeds verder af.
De resultaten op vastrentende waarden lieten een wisselend beeld zien. Als gevolg
van de crisis rond de overheidsschulden in de periferielanden van Europa daalde de
10-jaars Duitse rente in de eerste helft van het jaar. Beleggers waren overduidelijk op
zoek naar staatsobligaties van zeer hoge kwaliteit en de portefeuille Europese
staatsobligaties liet slechts een bescheiden resultaat zien. Inflatiedekkende obligaties
behaalden zelfs negatieve resultaten door de sterk afgenomen inflatieverwachtingen.
Door de gedaalde spreads lieten de beleggingen in bedrijfsobligaties en Amerikaanse
en Europese hoogrentende obligaties wel hoge rendementen zien. Het totaal rende­
ment op vastrentende waarden kwam voor het fonds uit op 9,6% (inclusief duration
overlay).

Verdeling vastrentende waarden

Obligaties pensioenbeleggen 0,1%
Staatsobligaties Europa 30,6%
Deposito’s 13,9%

Bankloans 1,9%

Emerging Markets Debt 15,0%

US High Yield 9,1%

Europa High Yield 3,4%
Inflatie obligaties 4,3%

Bedrijfsobligaties Europa
21,7%

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 45

Debiteurenkwaliteit
Naast regionale spreiding en spreiding over verschillende segmenten is de spreiding
over verschillende debiteurenkwaliteiten van groot belang binnen de vastrentende
waarden portefeuille. De kredietcrisis en de gevolgen daarvan voor de reële economie
bevestigen het belang dat Pensioenfonds Metaal en Techniek hieraan hecht. Hoe
beter de debiteurenkwaliteit (zoals van Duitse staatsobligaties), hoe lager naar
verwachting de couponrente is. En andersom geldt dat voor lagere debiteuren­
kwaliteiten (steeds) hogere rentevergoedingen worden verkregen. Lagere debiteuren­
kwaliteiten houden hogere risico’s in. Daarom worden strenge restricties gesteld ten
aanzien van de debiteurenkwaliteit.
Het landenbeleid binnen de vastrentende waarden werd op grond van de ZuidEuropese financiële crisis aangepast. Het nieuwe beleid dat inmiddels volledig is
geïmplementeerd houdt in dat indien spreads van staatsobligaties boven een
bepaalde veilige bandbreedte komen, deze beleggingen op grond van het te hoog
geworden risico worden verkocht. Gevolg van dit vernieuwde beleid is wel dat de
concentratie in relatief veilige Duitse, Franse en Nederlandse staatsobligaties is
toegenomen.

Verdeling debiteurenkwaliteit

Hoogrentend
(BB+ en lager) 26%

Investment Grade
(BBB- en hoger) 74,1%

46 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Aandelen
Naast de omvangrijke portefeuille vastrentende waarden nemen aandelen een
belangrijke plaats in de beleggingsportefeuille in, gebaseerd op het hogere verwachte
rendement van aandelen in vergelijking met andere beleggingscategorieën. Spreiding
binnen de aandelenportefeuille vindt plaats over regio’s en over verschillende
segmenten. Het fonds belegt in aandelen in Europa, de Verenigde Staten, het Verre
Oosten en in opkomende markten. Ook wordt belegd in zogenaamde small cap
aandelen in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Aandelen kennen een duidelijke
hoger risicoprofiel dan bijvoorbeeld vastrentende waarden. De resultaten van aan­
delen kunnen dan ook door de jaren heen sterk schommelen. De afgelopen turbu­
lente jaren lieten extreme schommelingen zien. In het crisisjaar 2008 daalden
aandelen in waarde met gemiddeld 40% tot 50%.
Na de flinke koersstijging in 2009 wisten de aandelenbeurzen het koersherstel in 2010
uiteindelijk verder uit te breiden. Ondanks de positieve resultaten was het geen
gemakkelijk jaar voor aandelenbeleggers. Het jaar kan grofweg in tweeën opgedeeld
worden. Het eerste deel van het jaar werd gekenmerkt door veel onzekerheid onder
beleggers als gevolg van de Europese schuldencrisis. Dit resulteerde in lagere beurs­
koersen in de eerste helft van 2010. Het tweede gedeelte van het jaar kende juist
optimisme onder beleggers, door onder andere de steun aan Ierland en verdere mone­
taire verruiming door de Amerikaanse Centrale Bank. Forse koersstijgingen waren het
gevolg.
Regioverdeling aandelen

29,1 %
Opkomende Landen

25,1 %
Europa

0,0% Global Tactische Asset
Allocatie (GTAA)

13,2 %
Verre Oosten

32,6 %
Noord Amerika

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 47

De aandelenweging van Pensioenfonds Metaal en Techniek werd in 2010 niet aange­
past. Het fonds profiteerde van de met name in het tweede halfjaar geleidelijk
stijgende aandelenkoersen. Het gewicht van de aandelenportefeuille nam wel toe
door deze koersstijgingen. Het totaal rendement op aandelen kwam in 2010 uit op
20,3%.
In nevenstaande figuur is de huidige regioverdeling binnen de aandelenportefeuille
weergegeven.
Vastgoedbeleggingen
Ook binnen de vastgoedportefeuille streeft het fonds naar spreiding, over directe
beleggingen in Nederland (woningen, kantoren en winkels) en over zowel private als
beursgenoteerde beleggingen in Europa, Amerika en het Verre Oosten.
In de jaren voor de kredietcrisis leverde de vastgoedportefeuille onroerende zaken
goede en stabiele resultaten op. Sinds 2008 kent de vastgoedmarkt de roerigste jaren
van de afgelopen decennia.
Evenals 2009 was het jaar 2010 voor de beleggingen in vastgoed een moeilijk jaar.
De directe vastgoedportefeuille in Nederland behaalde een positief maar gematigd
rendement. Ook internationaal stond de waarde van vastgoed onder druk. Dit heeft in
eerste instantie geleid tot verdere afwaarderingen. In de tweede helft van 2010 is de
vraag naar vastgoed met een hoge kwaliteit op goede locaties wereldwijd licht
Regioverdeling vastgoedbeleggingen

Azië 18,4%

Europa (exclusief
Nederland) 23,4%

Noord Amerika 20,1%

Nederland 38,1%

48 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

toegenomen. Dit leidde in de tweede helft van 2010 tot hogere waarderingen, met
name in Noord Amerika en het Verre Oosten. De beursgenoteerde beleggingen in
vastgoed behaalden, in lijn met de reguliere aandelenmarkten, uitstekende rende­
menten in 2010. Het totaal rendement van de portefeuille vastgoed kwam in het
verslagjaar uit op 10,1%.
Sectorverdeling vastgoedbeleggingen
2% Projecten in ontwikkeling
30% Winkels
28% Kantoren

40% Woningen

Alternatieve beleggingen
De portefeuille alternatieve beleggingen is al sinds lange tijd een belangrijke pijler in
de portefeuille. De in de afgelopen jaren in eerste instantie sterk gegroeide en sinds
2008 gestabiliseerde portefeuille is een waardevol onderdeel van het diversificatie­
beleid van pmt, omdat de rendementen van de alternatieve beleggingen zich vaak
onafhankelijk bewegen van het resultaat op traditionele investeringen als aandelen
en obligaties. Binnen deze portefeuille belegt het fonds in private equity, hedge funds
en grondstoffen (commodities).
Na de moeilijke marktomstandigheden in 2008, waren de resultaten in 2009 en 2010
bevredigend. In 2010 werd de private equity portefeuille, na de investeringsstop in
2009, met een bescheiden bedrag uitgebreid. De beleggingen in private equity
behaalden vergelijkbare positieve resultaten met de publieke aandelenmarkten onder
invloed van de verdere ontspanning op de financiële markten in de tweede helft van
2010. Deze zelfde ontspanning leidde ook tot positieve rendementen voor de meeste
hedge fund-strategieën in de portefeuille.
De investeringen in grondstoffen bestaan voor een belangrijk deel uit energiedragers
zoals olie en gas, maar ook uit metalen, edelmetalen, hout en landbouwproducten.
Na een wisselvallige eerste helft van 2010, stegen in de tweede helft van het jaar met
name de landbouwgrondstoffen, edelmetalen en industriële metalen in waarde.
Het rendement op de totale portefeuille alternatieve beleggingen kwam in 2010 uit
op 8,0%.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 49

Verdeling alternatieve beleggingen

Hedge Funds 37%

Private Equity (inclusief
infrastructuur) 63%

Innovatieve beleggingen
PMT onderkent het belang van een continue innovatie in het beleggingsbeleid en de
uitvoering daarvan. In de beleggingsportefeuille nemen alternatieve beleggingen al
langere tijd een voorname plaats in. In de afgelopen jaren werd een start gemaakt met
beleggingen in infrastructuur. Het gaat daarbij om investeringen in infrastructuur ten
behoeve van onder meer energie, telecom, transport, afvalverwerking en water.
De beleggingen in infrastructuur behaalden net als in 2009 een positief resultaat,
ondanks de ook voor deze categorie moeilijke omstandigheden.
In 2007 werd gestart met een innovatieve portefeuille, waarin nieuwe beleggings­
vormen worden samengebracht met veelal een absoluut rendement karakter. Dat
wil zeggen dat het rendement in beginsel onafhankelijk is van de richting van de
traditionele kapitaalmarkten. Deze nieuwe producten zijn vaak minder liquide en
hebben geen separate allocatie binnen de beleggingsportefeuille. In de afgelopen
jaren zijn beleggingen geïmplementeerd in co2-uitstootrechten, schone technologie
en energie, bankleningen, leveraged loans en catastrophe obligaties. Vanwege de
onzekerheid op de diverse geld- en kapitaalmarkten werd deze portefeuille in 2010
niet uitgebreid.

50 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Valuta-afdekking

Het verwachte resultaat op schommelingen van vreemde valuta ten opzichte van de
euro is, naar verwachting, op de lange termijn gelijk aan nul. Voor de Amerikaanse
dollar gaat dit ook op. Op korte termijn is de beweging van de Amerikaanse dollar ten
opzichte van de euro echter zeer grillig en moeilijk te voorspellen. Het fonds dekt
daarom het valutarisico op de dollar structureel af. Sinds 2007 wordt ook het valuta­
risico van het Britse pond grotendeels afgedekt. Vanwege het liquiditeitsrisico wordt
het valutarisico binnen illiquide portefeuilles (private equity, vastgoed, infra­
structuur) sinds medio 2010 niet meer afgedekt.
Posities naar valuta
Britse Pond 0,0%
Overige valuta 15,0%

US Dollar 10,9%

Euro 74,0%

In 2010 was de ontwikkeling van de dollarkoers ten opzichte van de euro minder
grillig dan in de jaren ervoor. Per saldo steeg de waarde van de dollar ten opzichte
van de euro. Door de structurele afdekking van de bewegingen van de dollar, profi­
teerde het fonds daar slechts beperkt van.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 51

10
20

09
20

08
20

07
20

06
20

05
20

04
20

20

03

1,0

1,5

2,
0

Ontwikkeling waarde euro/dollar 2003-2010

52 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

7. Integraal risicomanagement

Algemeen
Het doel van pmt is te zorgen voor een goed en betaalbaar pensioen voor de werk­
nemers in de Metaal en Techniek en hun nabestaanden. Om dat doel te bereiken,
moet het fonds ervoor zorgen dat het over voldoende vermogen beschikt om de
pensioenverplichtingen te dekken. Het belangrijkste risico voor het fonds, de deel­
nemers en gepensioneerden, is dan ook het ontbreken van voldoende vermogen om
(op de lange termijn) aan de verplichtingen te voldoen. Dit wordt ook wel het solva­
biliteitsrisico genoemd. Onvoldoende solvabiliteit kan vele oorzaken hebben. Een
aantal van deze oorzaken is te beïnvloeden door het fonds, andere oorzaken spelen
zich af buiten de invloed van het fonds. Tot de eerste categorie behoren zaken als het
heffen van minimaal een kostendekkende premie en het slechts verhogen van de
pensioenuitkeringen als en voor zover de financiële positie van het fonds dat toe laat.
Ook het vastzetten van de middelen in solide beleggingen is een maatregel die het
fonds neemt om de solvabiliteit te waarborgen. Geen invloed heeft het fonds op zaken
als de ontwikkeling van de financiële markten of de stijging van de levensverwach­
ting van deelnemers. (Wanneer de levensverwachting van deelnemers toeneemt,
betekent dit dat het fonds rekening moet houden met extra toekomstige pensioen­
lasten.) Hoewel deze ontwikkelingen door het fonds niet direct zijn te beïnvloeden,
houdt pmt er rekening mee bij de beheersing van de risico’s die het fonds loopt.
Het belang van een goede risicobeheersing is de afgelopen jaren verder toegenomen.
Vooral de zware economische omstandigheden vragen om steeds verdere verfijning
van de beheersing van risico’s. In 2010 was verdere uitbouw van het beleid met
betrekking tot risicomanagement een van de speerpunten. In het voorjaar van 2010
is een risicomanager in dienst van het fonds getreden en werd in 2010 een vernieuwd
integraal risicomanagementbeleid vastgesteld. Een belangrijk onderdeel hiervan was
dat het opnieuw herijken en waar nodig uitbreiden van de risicorapportages op het
gebied van vermogensbeheer. Naast de verdere detaillering van de risico informatie
werd ook een overkoepelend risico dashboard ingevoerd om inzicht en bijsturing in
de belangrijkste financiële risico’s op totaal fondsniveau te verbeteren.
Compliance
Onderdeel van het integrale risicomanagementbeleid is het Compliance Program
waarin het geheel aan beleid(svoornemens), interne en externe regelgeving, voor­
lichtingsactiviteiten en het monitoringprogramma ten aanzien van Compliance
worden behandeld. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de Gedragscode en het
Incidentenbeleid. De Gedragscode en het Incidentenbeleid worden jaarlijks
geactualiseerd en bestuurlijk vastgesteld.
Om invulling te geven aan de naleving van het Compliance Program en in het bijzon­
der de Gedragscode wordt door de compliance officer jaarlijks getoetst of de Gedrags­
code nageleefd wordt, aan de hand van deze toetsing wordt een rapport opgesteld.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 53

Bij pmt zijn deze activiteiten toegewezen aan een externe compliance officer, te weten
het Nederlands Compliance Instituut (nci).
Bevordering deskundigheid
Bevordering van de deskundigheid van het bestuur is een permanent aandachtspunt.
In het deskundigheidsplan van pmt worden middelen benoemd om dit te bewerk­
stelligen. Ook in 2010 is het bestuur in de gelegenheid gesteld om seminars te
bezoeken en vakliteratuur te raadplegen.
Daarnaast zijn tijdens vergaderingen externe deskundigen uitgenodigd om hun visie
en advies ten aanzien van het herstel van pmt te geven. Deze input is onder meer
meegenomen in de evaluatie van het herstelplan.
Daarnaast is een aanzet gemaakt voor het updaten van het deskundigheidsplan van
pmt. Mede door het verschijnen van een beleidslijn van de toezichthouders dnb en
afm en de adviezen van de pensioenfederatie op dit terrein wordt begin 2011 het
deskundigheidsplan verder vernieuwd. Ook zal het bestuur in het voorjaar van 2011
haar kennis testen via de periodieke kennisreflector.

Verzekeringstechnische risico’s
Onder de verzekeringstechnische risico’s van het fonds vallen risico’s die verband
houden met het feit dat de demografische ontwikkeling afwijkt van de aannames en
grondslagen bij de bepaling van de premiestelling en vaststelling van de verplichtin­
gen van het fonds. Het belangrijkste verzekeringstechnische risico is de ontwikkeling
van de levensverwachting. De toenemende levensverwachting in Nederland brengt
voor het fonds hogere lasten met zich mee. De gemiddelde verwachte duur dat een
deelnemer geniet van zijn pensioen, neemt immers toe.
In hoofdstuk 5 Pensioenbeleid is vermeld dat pmt een eigen sterfteonderzoek heeft
laten uitvoeren teneinde fondsspecifieke actuariële grondslagen te hanteren voor de
waardering van de verplichtingen. pmt houdt rekening met de levens­ erwachting van
v
de verschillende groepen deelnemers en pensioentrekkenden bij de vaststelling van
de verplichtingen, inclusief de verwachte toekomstige verbetering van overlevings­
kansen. Overgang op de nieuwe actuariële grondslagen had een neerwaarts effect op
de nominale dekkingsgraad van pmt van rond 4%.
Met deze nieuwe sterftegrondslagen wordt door pmt op verantwoorde wijze rekening
gehouden met het verzekeringstechnisch risico.
Renterisico
Het renterisico vormt een belangrijk risico voor de financiële positie van het fonds.
Sinds de invoering van het nieuwe Financieel Toetsingskader (ftk), moet de waarde
van de pensioenverplichtingen worden berekend aan de hand van de voor het fonds
relevante actuele marktrente. De marktrente schommelt echter sterk in de tijd.
Wanneer de rente daalt, neemt de waarde van de pensioenverplichtingen toe. Er
moet bij een lagere rente dus meer vermogen worden gereserveerd om de toe­ omstige
k
pensioenen te dekken. Het beleid met betrekking tot renteafdekking is in 2010
aangepast. De rente-afdekking is gedurende het jaar geleidelijk verhoogd tot uitein­
delijk circa 35% van het renterisico. Dit beleid houdt in dat het fonds in beginsel voor

54 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

zo’n 35% bescherming heeft tegen rentedaling. Echter pmt heeft daardoor in dezelfde
mate ook geen voordeel van rentestijging. Het volledige verzekeren tegen een lage
rente wordt als ‘te duur’ ingeschat omdat dat op langere termijn ten koste gaat van de
mogelijkheid tot indexatie van de pensioenaanspraken bij hoge rentes en inflatie.
Een renteafdekking van circa 35% leidt tot een evenwichtigere verdeling tussen de
korte en lange termijn risico’s op basis van het deelnemersprofiel.

Beleggingsrisico’s
Beleggingsbeleid: spreiding van risico’s
Op strategisch niveau wordt een verdeling over diverse beleggingscategorieën voor
de lange termijn gekozen. Door middel van spreiding over deze categorieën wordt
een zo hoog mogelijk rendement nagestreefd tegen zo beheerst mogelijke risico’s,
gegeven de ambities van het fonds en de structuur van de verplichtingen. Ook
binnen de verschillende beleggingscategorieën vindt omwille van risicobeheersing
een uitgebreide spreiding plaats, zowel over verschillende (wereldwijde) regio’s,
als over verschillende subcategorieën.
Aandelenrisico en vastgoedrisico
Anders dan bijvoorbeeld het renterisico, is het risico dat gelopen wordt op de
aan­ elen-en vastgoedportefeuille een bewust gekozen risico. Dit risico levert het
d
fonds op de langere termijn naar verwachting extra rendement op. De afgelopen
tientallen jaren lieten dat ook zien. Dit extra rendement zorgde in het verleden voor
een betaalbaar pensioen voor de sector, dat bovendien kon meegroeien met de
stijging van de prijzen. pmt beheerst het risico op aandelenbeleggingen onder meer
door een uitgebreide spreiding over regio’s en sectoren. Het extra verwachte rende­
ment op aandelen blijft in de komende jaren noodzakelijk, zeker om de komende
jaren de reserves weer op het vereiste peil te brengen. Ook om de ambities van pmt
waar te kunnen maken waar het gaat om het laten meegroeien van de pensioenen
met de stijgende prijzen, is het verwachte extra rendement op aandelen nodig.
Voor het vastgoedrisico geldt in grote lijnen hetzelfde als voor het aandelenrisico, al
is het vastgoedrisico minder dominant aanwezig in de portefeuille door de geringere
omvang van de vastgoedportefeuille.
Valutarisico
pmt belegt een belangrijk deel van zijn vermogen in landen met een andere munt­
soort, zoals de Amerikaanse dollar, de Japanse yen en het Britse pond. Wanneer die
valuta meer of minder waard worden ten opzichte van de euro, heeft dat invloed op
de waarde van de betreffende beleggingen, uitgedrukt in euro’s. Het verwachte
resultaat op deze koersschommelingen van vreemde valuta is naar verwachting op de
lange termijn gelijk aan nul. Op korte termijn is de waardeontwikkeling van vreemde
valuta echter moeilijk te voorspellen en zeer beweeglijk. Het fonds dekt daarom een
groot deel van het valutarisico op de belangrijkste valuta structureel af. In 2010 is er
voor gekozen om het valutarisico binnen illiquide beleggingen (waaronder vastgoed,
private equity en infrastructuur) niet meer af te dekken vanwege het extra liquiditeits­
risico dat met de afdekking van het valutarisico gepaard gaat.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 55

Kredietrisico
Kredietrisico was ook in 2010 een prominent thema. Kredietrisico kan in verschil­
lende gedaantes optreden. Ten eerste treedt kredietrisico op wanneer een debiteur
niet meer in staat is te voldoen aan zijn verplichting tot het betalen van rente over of
aflossing van de aan hem verstrekte lening. Dit type risico wordt voor een deel bewust
door het fonds genomen, omdat een hoger risico zich vertaalt in een hoger verwacht
rendement. pmt stelt uiteraard grenzen aan de mate waarin het fonds zich aan dit
type risico mag blootstellen, onder meer door een duidelijke maximering van de
beleggingen per zogenoemde rating categorie. Toch kunnen ook dan nog faillisse­
menten in de portefeuille voorkomen.
Een tweede manier waarop pmt wordt geconfronteerd met kredietrisico, doet zich
voor bij algemene wijzigingen in de zogenoemde credit spread. Deze spread geeft aan
welk extra rendement, bovenop het rendement op relatief veilige staatsobligaties,
mag worden verwacht op leningen met een per definitie lagere kredietwaardigheid
dan de staat. De mate waarin risico wordt beloond, is geen vast gegeven. Op grond
van de financiële problemen in Zuid-Europese landen en het daarmee gepaard
gaande fors hogere kredietrisico werd het landenbeleid binnen de vastrentende
waarden portefeuille in de loop van 2010 aangepast. Kern van dit nieuwe beleid is
dat indien de spread van een vastrentende belegging boven een bepaalde ‘veilige’
bandbreedte uitkomt, deze belegging wordt afgebouwd.
Liquiditeitsrisico
Onder normale omstandigheden speelt het liquiditeitsrisico voor pmt een beperkte
rol. Het fonds krijgt immers premies binnen, die het volume van de lopende uitkerin­
gen overtreffen. Een groot deel van de beleggingsportefeuille wordt belegd in liquide
beleggingsinstrumenten die, indien noodzakelijk, op zeer korte termijn (dagelijks)
kunnen worden verkocht. De illiquide onderdelen van de portefeuille, voornamelijk
beleggingen in direct vastgoed en private equity, hebben een bewust gekozen langere
looptijd en zijn dus minder eenvoudig snel van de hand te doen. In de afgelopen
jaren is het gebruik van afgeleide instrumenten (derivaten) in de beleggingsporte­
feuille toegenomen. Ook in 2010 was dit het geval, voornamelijk als gevolg van de
verhoging van de renteafdekking. Belangrijk nadeel van het gebruik van afgeleide
instrumenten is dat deze een groter liquiditeitsrisico met zich mee brengen. pmt
heeft in 2010 een vernieuwd liquiditeitsbeleid vastgesteld om deze omvangrijkere
liquiditeitsrisico’s goed te monitoren en te beheersen.
Grondstoffenrisico
Grondstoffen ofwel commodities vormen een beleggingscategorie waarin veelal via
afgeleide instrumenten (index futures en/of swaps) wordt geïnvesteerd in energie­
dragers zoals olie en gas, metalen, edelmetalen en landbouwproducten. Het grond­
stoffenrisico betreft het risico op fluctuaties in grondstoffenprijzen. Binnen de
porte­ euille grondstoffen is energie de belangrijkste component. De beweeglijkheid
f
van energieprijzen houdt direct verband met de olieprijs. De olieprijs is in de
afgelopen jaren aan sterke schommelingen onderhevig geweest.

56 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

8. Uitbesteding
pmt besteedt de uitvoering van de pensioenadministratie en het vermogensbeheer
uit aan uitvoeringsorganisatie Mn Services n.v. Het bestuur van het fonds blijft
ondanks deze uitbesteding volledig verantwoordelijk voor het beleid, en toetst
periodiek de uitvoering daarvan door de uitvoerder. Het bestuursbureau van pmt
controleert de kwaliteit van de uitvoering intensief. Dat gebeurt aan de hand van peri­
odiek en ad hoc overleg, en aan de hand van week-, maand- en kwartaalrapportages
volgens een vooraf vastgesteld format.
De bestuurlijke commissie uitbesteding toetst in het geval van (voorgenomen)
uitbesteding van werkzaamheden of met alle relevante aspecten verbonden aan
uitbesteding op adequate wijze rekening wordt gehouden. Dit betreft zaken als het
in kaart brengen van de risico’s, de beoordeling van de organisatie waaraan wordt
uitbesteed, is er sprake van een concrete, juiste en volledige vastlegging van voor­
waarden in overeenkomsten en is de controle op de uitvoering in relatie tot gemaakte
afspraken op adequate wijze vormgegeven. De commissie uitbesteding bestaat uit
zes leden van het bestuur.
pmt stelt hoge eisen aan integraal risicomanagement. Daaruit vloeit voort dat
ook veel aandacht uitgaat naar de interne risicobeheersing van de uitvoerder
Mn Services n.v. Binnen de gehele organisatie van Mn Services n.v. zijn alle kern­
processen beschreven en de belangrijkste risico’s en beheersingmaatregelen
geïdentificeerd en bestudeerd.
Dit vindt plaats op basis van de vier risicocategorieën zoals die zijn verwoord door
het Committee of Sponsoring Organisations of the Treadway Commission (coso).
Het gaat om de categorieën strategische risico’s, operationele risico’s, de betrouw­
baarheid van financiële rapportages en compliance, ofwel het naleven van de
relevante wet- en regelgeving. Aan de hand van dit raamwerk heeft de uitvoerings­
organisatie een beheersomgeving ingericht. De belangrijkste aspecten daarvan zijn:
integriteit en ethiek van de medewerkers en de organisatie als geheel, een regeling
voor klokkenluiders, de toekenning van taken, bevoegdheden en verantwoordelijk­
heden en een personeelsbeleid dat is gericht op aanname en behoud van integer
handelend, deskundig en ervaren personeel.
SAS70
Zowel het vermogensbeheer als de pensioenuitvoering die de uitvoeringsorganisatie
voor pmt verzorgt, zijn gecertificeerd volgens sas70 type II. Deze certificering waar­
borgt dat de administratieve processen in opzet, bestaan en werking voldoen aan de
gestelde kwaliteitseisen. sas70 richt zich op de operationele processen.
De beoogde werking van de processen wordt getoetst met beheersmaatregelen,
wat resulteert in een voor pmt transparante bedrijfsvoering door de uitvoerder.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 57

9. Communicatie
De communicatie met alle belanghebbenden van pmt heeft in 2010 wederom voor
een belangrijk deel in het teken gestaan van de ontwikkelingen als gevolg van de
financiële crisis en het verloop van het herstel van het fonds. Ook in 2011 zal dit een
belangrijk onderwerp zijn. Daarnaast zal de uitwerking van het Pensioenakkoord in
2011 en de jaren daarna het belang van goede communicatie sterk doen toenemen.
Om inzicht te kunnen bieden in de zekerheden en onzekerheden van het pensioen
en het vertrouwen in het collectieve systeem te behouden is goede communicatie
een eerste vereiste.
Waar het gaat om communicatie over het stelsel en het bouwen aan vertrouwen in
het collectieve pensioen, werkt Pensioenfonds Metaal en Techniek nauw samen met
de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en de Pensioenfederatie. Dit gebeurt
ondermeer binnen de campagne ‘Samen sta jij sterk’, een initiatief van de gezamen­
lijke Nederlandse bedrijfstakpensioenfondsen.
De ontwikkelingen op economisch vlak en die in de pensioensector hebben duidelijk
gemaakt dat de beleving van pensioenen en pensioenfondsen onder deelnemers en
het grote publiek totaal anders is dan tot voor enkele jaren geleden het geval was.
Men wil, terecht, weten hoe pmt het vermogen belegt, hoe pmt wordt bestuurd en
aan wie en op welke wijze pmt daarover verantwoording aflegt. Op verschillende
manieren geeft pmt gehoor aan deze wens, eenvoudigweg omdat pmt vindt dat
het fonds dat verschuldigd is aan al die mensen die iedere maand verplicht premie
betalen. Het bestuur van pmt hecht groot belang aan open communicatie en
realiseert zich terdege dat daar nog ruimte voor verbetering is.
In het communicatiebeleid van het fonds voor 2010 en 2011 wordt nadrukkelijk
benoemd dat pmt op een transparante, toegankelijke en duidelijke wijze wil com­
municeren. pmt kiest hierbij waar mogelijk voor het directe, persoonlijke contact met
deelnemers via de consulenten of aparte bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten
wordt uitgelegd hoe pmt ervoor staat en wat dat betekent voor de pensioenen van
deelnemers. Deze bijeenkomsten werden altijd al goed bezocht, maar de hoge
opkomst in 2010 liet zien dat de behoefte aan contact en dialoog met het fonds
duidelijk nog groter was dan voorheen. Bij de 16 regionale gepensioneerden­
bijeenkomsten kwamen in 2010 meer dan 7000 gepensioneerden.
Pensioenconsulenten
Buiten de individuele contacten die de servicedesk verzorgt, voerden de pensioen­
consulenten van pmt in 2010 eerste één-op-één gesprekken met ongeveer 4500 unieke
deelnemers. Daarnaast hadden de consulenten zo’n 8600 individuele con­ acten per
t
telefoon en e-mail. Tijdens 160 bedrijfsbezoeken in het hele land verzorgden de
consulenten presentaties voor werkgevers en werknemers. Ook verzorgden
de consulenten presentaties voor derden, zoals bijvoorbeeld vakbondsleden of
personeelsafdelingen van werkgevers. Op die manier bereikte pmt in 2010 nog
eens bijna 2000 aanwezigen.

58 |  lgemene ontwikkelingen | Bestuurlijke inrichting, medezeggenschap en verantwoording | Financieel overzicht | Beleidskader
A
Pensioenbeleid | Vermogensbeheer | Integraal risicomanagement | Uitbesteding | Communicatie

Naast het belangrijke persoonlijke contact, zette pmt in 2010 verschillende andere
middelen in om deelnemers, maar ook andere belanghebbenden inzicht te geven
in de stand van zaken bij het fonds, het beleid en de uitvoering daarvan. Zo werd
de nieuwe website www.bpmt.nl geïntroduceerd. De site biedt een antwoord op vele
vragen over het pensioen en actuele informatie over het fonds, en geeft informatie
over ondermeer het beleggingsbeleid en het beleid rondom verantwoord beleggen
van pmt. De website geeft verder toegang tot een in 2010 totaal vernieuwde
pensioenplanner. Deze planner geeft up-to-date inzicht in de opgebouwde pensioen­
aanspraken van deelnemers, inclusief een netto-indicatie. Deelnemers hebben met
de planner de mogelijkheid om met de pensioenleeftijd te ‘schuiven’ en zo zelf te
zien wat dat betekent voor de toekomstige uitkering.
Ook in overige communicatiemiddelen werden verbeterslagen gemaakt. Zo werd in
het Uniform Pensioenoverzicht (upo) voor het eerst de leeswijzer en het upo zelf
geïntegreerd, wat de overzichtelijkheid en leesbaarheid aanzienlijk verbeterde.
Uit panels met deelnemers bleek dat men het nieuwe upo waardeerde, waarbij vooral
de indicatie van het netto op te bouwen pensioen op prijs werd gesteld.

Jaarverslag 2010 | Bestuursverslag | 59

Jaarrekening

62 | 
Balans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Balans per 31 december

2010

Activa (x 1 miljoen euro)

2009

Beleggingen
• Vastrentende waarden

(1)

20.469

18.384

• Aandelen

(2)

8.552

7.891

• Vastgoedbeleggingen

(3)

4.228

3.660

• Alternatieve beleggingen

(4)

3.880

3.251

• Derivaten

(5)

655

704

Totaal beleggingen

(6)

37.784

33.890

• Vorderingen uit hoofde van beleggingen

(7)

198

151

• Overige vorderingen en overlopende activa

(8)

122

114

• Liquide middelen

(9)

392

158

38.496

34.313

2010

2009

Totaal activa

Passiva (x 1 miljoen euro)

Algemene reserve

(10)

- 1.242

9

Voorziening pensioenverplichtingen

(11)

38.824

33.064

Pensioenvermogen

(12)

37.582

33.073

Verplichtingen uit hoofde van beleggingen

(13)

849

1.181

Overige schulden en overlopende passiva

(14)

65

59

38.496

34.313

Totaal passiva

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 63

Staat van baten en lasten

2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Baten
Premiebijdragen

(15)

1.935

1.840

Beleggingsopbrengsten

(16)

3.854

4.301

Inkomende waardeoverdrachten

(17)

20

77

Overige baten

(18)

29

43

5.838

6.261

1.252

1.189

Totaal baten
Lasten
Uitkeringen

(19)

Mutatie voorziening pensioenverplichtingen

(20)

• Pensioenopbouw

1.218

• Toeslagen

1.379

2

• Rentetoevoeging

5

440

• Toekenning overgangsregelingen

410

432

1.176

- 1.265

- 1.199

• Wijziging marktrente

3.558

- 2.321

• Schattingswijziging

1.462

422

26

76

- 113

- 36

• Onttrekking voor uitkeringen

•  ijziging uit hoofde van
W
waardeoverdrachten
• Overige mutaties
Totaal mutatie voorziening
pensioenverplichtingen
Uitgaande waardeoverdrachten

5.760
(21)

- 88

1

2

Pensioenuitvoeringskosten

(22)

51

55

Overige lasten

(23)

25

30

7.089

1.188

- 1.251

5.073

Totaal lasten
Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten over 2010 is volledig onttrokken aan de algemene
reserve.

64 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Kasstroomoverzicht

2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Pensioenactiviteiten
Ontvangen premies
Van herverzekeraars ontvangen uitkeringen
Ontvangsten wegens overgenomen verplichtingen
Betaalde pensioenuitkeringen
Afkopen

1.913

1.840

8

7

49

27

-1.231

-1.169

-18

-18

Uitgaven wegens overgedragen verplichtingen

-1

-2

Betaalde premies herverzekeringen

-8

-15

Betaalde pensioenuitvoeringskosten

-53

-54

8

9

Overige mutaties
Totale kasstroom uit pensioenactiviteiten

667

625

Beleggingsactiviteiten
Verkopen en aflossingen van beleggingen
Verkopen uit hoofde van valutamanagement
Ontvangen directe beleggingsopbrengsten

23.560

33.909

100.659

112.718

1.062

972

Aankopen van beleggingen

-26.344

-34.749

Aankopen uit hoofde van valutamanagement

-99.475

-113.318

Betaalde kosten van vermogensbeheer
Overige mutaties

-80

-52

67

-101

Totale kasstroom uit beleggingsactiviteiten

-551

-621

Mutatie in geldmiddelen

116

4

De mutatie in geldmiddelen bestaat uit de
volgende balansposten:
Liquide middelen

392

158

Verplichtingen aan bancaire instellingen

-118

0

Stand per einde boekjaar

274

158

Stand per einde vorig boekjaar

158

154

Mutatie in geldmiddelen

116

4

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 65

Algemene toelichting

Algemeen
De jaarrekening is opgesteld op basis van in Nederland algemeen aanvaarde grond­
slagen voor financiële verslaggeving en de wettelijke bepalingen inzake de jaarreke­
ning, zoals deze zijn vermeld in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (bw) en de
Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (rj), in het bijzonder Richtlijn 610 Pensioen­
fondsen.

Schattingswijziging waardering pensioenverplichtingen
Nieuwe AG Prognosetafel
Op grond van regelgeving in de Pensioenwet en het ftk dient de waardering van de
pensioenverplichtingen plaats te vinden op basis van marktwaarde. Vanaf eind 2010
zijn de overlevingskansen ontleend aan de pmt generatietafel, pmt2010. Dit is een
fondsspecifieke afleiding van de ag Prognosetafel 2010-2060 van het Actuarieel
Genootschap. Tot 31 december 2010 waren de overlevingskansen afgeleid van de ag
Prognosetafel 2005-2050 en een opslag van 1,3 procent voor de verzwaring van de
sterftetrend. Door de aanpassing stijgt de voorziening pensioenverplichtingen met
1.462 miljoen euro.

Grondslagen voor de balans
Algemene waardering
De beleggingen zijn gewaardeerd op marktwaarde, tenzij hierna anders is vermeld.
Per categorie is aangegeven hoe deze waarde is bepaald. De overige balansposten zijn
gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld. Alle bedragen in de
balans luiden in miljoenen euro’s.
Omrekeningskoersen
In de balans zijn alle niet-euro bedragen naar euro’s omgerekend tegen de valuta­
koersen aan het einde van het jaar.
Beleggingen
De beleggingen zijn gerubriceerd naar de aard van de financiële instrumenten.
In de toelichting is de aansluiting op de indeling volgens het strategisch beleggings­
beleid van het fonds weergegeven. Deze laatste indeling is gehanteerd in de kerncij­
fers en het bestuursverslag. De beleggingen zijn inclusief de beleggingen voor risico
van deelnemers aan het vrijwillige product Pensioenbeleggen. In de toelichting op de
balans (6) is de splitsing van het totaal belegd vermogen in beleggingen voor risico
van het pensioenfonds respectievelijk voor risico van deelnemers vermeld.

66 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Vastrentende waarden
De post vastrentende waarden bestaat uit:
•  bligaties, leningen op schuldbekentenis en andere waardepapieren met een
O
variabele of vaste rente. Hierbij zijn ook inflatiedekkende contracten verantwoord;
•  articipaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden;
P
•  eposito’s.
D
Obligaties, leningen en andere waardepapieren
Obligaties zijn gewaardeerd tegen de biedkoers op balansdatum inclusief de lopende
interest ultimo jaar. Leningen op schuldbekentenis en inflatie dekkende contracten
zijn gewaardeerd tegen marktwaarde op basis van de contante waarde van toekom­
stige kasstromen.
Beleggingsinstellingen
Participaties in beleggingsinstellingen worden gewaardeerd tegen de beurskoers
(bied) op balansdatum. Voor niet aan een beurs genoteerde fondsen betreft het de
actuele waarde op basis van de door de vermogensbeheerder van dat fonds laatste
afgegeven intrinsieke waarde, zijnde een benadering van de reële waarde.
Deposito’s
Deposito’s zijn gewaardeerd tegen reële waarde op balansdatum.
Aandelen
Onder de post aandelen zijn verantwoord:
• Beursgenoteerde aandelen;
• Participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen.
Beursgenoteerde aandelen zijn gewaardeerd tegen de slotkoers op balansdatum.
Aan deze beurswaarde worden de ultimo jaar betaalbaar gestelde maar nog niet
ontvangen dividenden toegevoegd.
Niet aan een beurs genoteerde aandelenfondsen zijn gewaardeerd tegen de actuele
waarde op basis van de door de vermogensbeheerder van dat fonds laatste afgegeven
intrinsieke waarde, zijnde een benadering van de reële waarde.
Onder de aandelen is tevens opgenomen de deelneming in Mn Services n.v.
Waardering vindt plaats tegen netto vermogenswaarde, conform artikel 379 bw 2.
Omdat er geen sprake is van overheersende zeggenschap heeft geen consolidatie
plaatsgevonden.
Vastgoedbeleggingen
Onder de post vastgoedbeleggingen zijn opgenomen:
• Directe vastgoedbeleggingen;
•  ndirecte vastgoedbeleggingen.
I
De vastgoedbeleggingen in ontwikkeling zijn van te verwaarlozen betekenis en
worden om die reden niet apart toegelicht, maar verantwoord bij directe vastgoed­
beleggingen.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 67

Directe vastgoedbeleggingen
De waardering van directe vastgoedbeleggingen vindt plaats tegen marktwaarde op
basis van de contante waarde van toekomstige kasstromen. Hierbij wordt veronder­
steld dat het desbetreffende object aan het einde van het tiende jaar wordt verkocht.
Een uitzondering betreft woningen. Hierbij wordt óf de eerder vermelde methode
gebruikt van verkoop na afloop bij tien jaar doorexploiteren, óf ‘uitponden’, dat wil
zeggen het verkopen van de woningen in een periode van tien jaar volgens een vooraf
bepaald schema. Deze methodiek is in overeenstemming met de richtlijnen van
roz-ipd. Alle directe vastgoedbeleggingen worden jaarlijks extern getaxeerd. Ultimo
verslagjaar is 100 procent van de directe vastgoedbeleggingen gewaardeerd op grond
van een externe taxatie.
Indirecte vastgoedbeleggingen
De indirecte vastgoedbeleggingen betreffen de participaties in vastgoed­ aatschap­
m
pijen of vastgoedbeleggingsinstellingen. Deze aandelen worden gewaardeerd tegen
marktwaarde, gebaseerd op de beurskoers per balansdatum, inclusief de ultimo jaar
toegezegde maar nog niet verrekende dividenden.
Ook de belangen in niet-beursgenoteerde vastgoedmaatschappijen of vastgoedbeleggingsinstellingen zijn onder deze post opgenomen. Waardering daarvan vindt
plaats tegen de netto vermogenswaarde. Deze is gebaseerd op de ultimo jaaropgave
van de fondsmanager of, indien die niet beschikbaar is, een gefundeerde inschatting
op basis van marktanalyse door de fiduciaire vermogensbeheerder (Mn Services n.v.).
Alternatieve beleggingen
Onder de alternatieve beleggingen zijn opgenomen Private Equity en Hedge Funds.
Private Equity en Hedge Funds worden gewaardeerd tegen netto vermogenswaarde,
zijnde een benaderde marktwaarde. Bij afwezigheid van een ultimo jaaropgave van
de fondsmanager maakt de fiduciaire vermogensbeheerder (Mn Services n.v.) een
gefundeerde inschatting op basis van marktanalyse.
Derivaten
Derivaten zijn financiële instrumenten die zijn afgeleid van meer traditionele produc­
ten als aandelen en obligaties. Het betreft valutatermijncontracten, interest rate
swaps, futures, swaptions, credit default swaps, contracts for differences en commo­
dities.
De ultimo jaar bestaande rechten en verplichtingen worden per derivatencontract
gesaldeerd. Positieve posities uit hoofde van derivatencontracten ultimo verslagjaar
worden gepresenteerd onder derivaten. Negatieve posities uit hoofde van derivaten­
contracten ultimo verslagjaar worden gepresenteerd onder verplichtingen uit hoofde
van de beleggingen. Onder deze laatste post zijn ook creditposities uit hoofde van
credit support annexen (csa) verantwoord.
De nominale waarde van derivaten geeft het bedrag aan waarover het contract is
afgesloten. De marktwaarde is de waarde als het contract ultimo jaar zou worden

68 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

verkocht of teruggedraaid. De waarde wordt bepaald met behulp van marktconforme
en toetsbare waarderingsmodellen.
De csa-contracten hebben betrekking op derivatencontracten. De openstaande
vorderingen en verplichtingen van de derivatencontracten worden maandelijks per
tegenpartij gesaldeerd. Bij een saldo boven de contractueel vastgestelde grens wordt
er onderpand gestort door c.q. ontvangen van de tegenpartij. De ultimo jaar bestaan­
de rechten en verplichtingen worden per tegenpartij gesaldeerd, waarbij een positief
saldo per tegenpartij op de debetzijde van de balans terechtkomt en een negatief
saldo per tegenpartij op de creditzijde van de balans (onder verplichtingen uit hoofde
van beleggingen).
Vorderingen uit hoofde van beleggingen
De post vorderingen uit hoofde van beleggingen betreft vooral de waarde van onder­
handen beleggingstransacties.
Overige vorderingen en overlopende activa
De overige vorderingen en overlopende activa omvatten onder meer de te vorderen
premiebijdragen op werkgevers. De te vorderen premies zijn gewaardeerd tegen
nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid.
Tevens zijn onder de overige vorderingen en overlopende activa twee langlopende
vorderingen opgenomen. Het betreft een annuïtaire vordering die is gewaardeerd
tegen de aflossingswaarde volgens de afgesproken annuïteit en een achtergestelde
lening aan de deelneming Mn Services n.v. die gewaardeerd is tegen de aflossings­
waarde, welke gelijk is aan de nominale waarde.
Liquide middelen
De liquide middelen betreffen positieve rekening-courantposities bij bancaire
instellingen die zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Pensioenvermogen
Het pensioenvermogen is volledig beschikbaar voor de uitvoering van de pensioen­
regeling. Het pensioenvermogen bestaat uit de algemene reserve en de voorziening
pensioenverplichtingen.
Voorziening pensioenverplichtingen
De omvang van de voorziening pensioenverplichtingen wordt gebaseerd op de
contante waarde van de verwachte toekomstige uitkeringen. Deze zijn gebaseerd op
de ultimo verslagjaar opgebouwde pensioenen van de actieven, slapers en pensioen­
gerechtigden, alsmede de totaal te bereiken pensioenopbouw van arbeidsongeschikte
deelnemers met een premievrije pensioenopbouw, alsmede het ten behoeve van
pensioenbeleggen opgebouwde kapitaal van de actieven. De voorziening voor
pensioenbeleggen is gelijk aan de som van de bij pmt aangehouden saldi per deelne­
mer.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 69

Rekenrente
Voor de rekenrente wordt uitgegaan van de actuele rentetermijnstructuur zoals
gepubliceerd door De Nederlandsche Bank.
Overlevingskansen
De overlevingskansen zijn ontleend aan de pmt generatietafel, pmt2010. Dit is een
fondsspecifieke afleiding van de ag Prognosetafel 2010-2060 van het Actuarieel
Genootschap.
Veronderstellingen partnerpensioen
Bij de berekening van de voorziening voor het partnerpensioen wordt verondersteld dat
een (gewezen) deelnemer bij overlijden vóór pensioeningang altijd een partner heeft.
Voor gepensioneerden wordt alleen een voorziening voor het partnerpensioen bere­
kend, indien en zolang zij een partner hebben. Met betrekking tot de voorziening van
het partnerpensioen wordt verondersteld dat de man drie jaar ouder is dan de vrouw.
Arbeidsongeschiktheid
Voor de arbeidsongeschikte deelnemers in het eerste of tweede ziektejaar wordt een
voorziening gevormd voor het premievrijstellingsrisico. Deze voorziening is gelijk aan
twee maal 0,4 procent van de premiegrondslag voor ouderdoms- en partnerpensioen.
Omdat de wachttijd in de Wet Inkomen op Arbeid (wia) twee jaar is, worden er twee
jaarpremies voorzien.
Voor arbeidsongeschikte deelnemers voor wie de pensioenopbouw premievrij wordt
voortgezet, wordt voorzichtigheidshalve verondersteld dat zij niet zullen revalideren.
Om die reden wordt de contante waarde van de in de toekomst te verwerven aanspra­
ken nu reeds als voorziening opgenomen.
Toeslagen
De per 1 januari van het volgende jaar toegezegde toeslagen op de aanspraken zijn
opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen.
Dekking excassokosten
Ter dekking van excassokosten van ingegane pensioenen is in de voorziening
pensioenverplichtingen een opslag van 1,65 procent opgenomen.
Risico’s en herverzekering
pmt draagt alle risico’s voor de basisregeling (ouderdoms-, partner- en vroeg­
pensioen) voor eigen rekening. Het overlijdensrisico van het anw Pensioen is volledig
herverzekerd. Tijdens de uitkeringsperiode worden alle risico’s gedragen door het
fonds. Tijdens de opbouwperiode liggen risico’s (waaronder het rendementsrisico)
van pensioenbeleggen bij de deelnemer. Bij pensionering wordt het saldo omgezet in
pensioenaanspraken, waarna alle risico’s worden gedragen door het fonds.

70 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Algemene reserve
De algemene reserve dient als ‘buffer’ ter dekking van algemene risico’s, zoals het
risico van een toenemende levensverwachting van de deelnemers. Tevens dient de
algemene reserve als ‘buffer’ voor opvang van jaarlijkse schommelingen in de baten
en lasten, vooral de beleggingsopbrengsten.
Ultimo 2010 is de algemene reserve negatief. De positieve ontwikkeling van het
belegd vermogen (tot het hoogste vermogen van pmt in de historie) was niet vol­
doende om het effect van de rentevoet ten behoeve van de verplichtingen op te
vangen. In 2009 heeft pmt een herstelplan ingediend bij De Nederlandsche Bank.
Ultimo 2010 ligt de ontwikkeling voor op het herstelplanpad.

Grondslagen voor de staat van baten en lasten
Algemeen
De baten en lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking
hebben, tenzij anders vermeld. Alle bedragen in de staat van baten en lasten luiden
in miljoenen euro’s.
Omrekeningskoersen
De ontvangsten en uitgaven in de loop van het jaar worden omgerekend tegen de
dagkoers. Valutaresultaten zijn verantwoord onder de beleggingsopbrengsten.
Premiebijdragen
Als premiebijdragen is vermeld het totaal van de in het verslagjaar gefactureerde
premies, rekening houdend met per balansdatum nog te factureren premies.
Beleggingsopbrengsten
Onder de beleggingsopbrengsten zijn opgenomen de directe en de indirecte
beleggings­ pbrengsten, onder aftrek van de kosten van vermogensbeheer. Tevens zijn
o
opgenomen de koersresultaten op de beleggingen voor risico van deelnemers aan het
vrijwillige product Pensioenbeleggen. Deze beleggingsopbrengsten voor risico van
deelnemers zijn in de toelichting op de staat van baten en lasten apart vermeld.
Directe beleggingsopbrengsten
Als directe beleggingsopbrengsten zijn verantwoord:
• de aan het verslagjaar toe te rekenen interest, (netto)huren en dergelijke;
• de in het verslagjaar gedeclareerde dividenden, inclusief stockdividend.
Indirecte beleggingsopbrengsten
Als indirecte beleggingsopbrengsten zijn verantwoord alle gerealiseerde en onge­
realiseerde resultaten.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 71

Kosten vermogensbeheer
Onder de kosten van vermogensbeheer zijn opgenomen de aan beleggingsactiviteiten
toe te rekenen kosten. Performance vergoedingen zijn verrekend met de indirecte
beleggingsopbrengsten.
Inkomende en uitgaande waardeoverdrachten
De bij overdrachten van pensioenen bepaalde overdrachtswaarden van de indivi­
duele waardeoverdrachten zijn gebaseerd op de wettelijke berekenings­ rondslagen.
g
Voor collectieve waardeoverdrachten zijn de overdrachtswaarden gebaseerd op
grondslagen van pmt.
De waardeoverdrachten worden toegerekend aan het verslagjaar waarin de bij­
behorende pensioenaanspraken zijn verwerkt.
Uitkeringen
De uitkeringen pensioenen betreffen de opeisbare uitkeringen inzake het ouderdoms­
pensioen, vervroegd ouderdomspensioen, partnerpensioen, vroegpensioen en de
afkopen.
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen
Ten aanzien van toeslagen en wijziging van de rentevoet wordt de marktrente
ultimo verslagjaar gehanteerd. Voor alle overige mutatiesoorten van de voorziening
pensioenverplichtingen geldt de marktrente primo verslagjaar.
De omrekening van de waarde van de verplichtingen naar de marktwaarde ultimo
verslagjaar wordt gerealiseerd via de post wijziging marktrente.
Pensioenuitvoeringskosten
Voor pensioenuitvoeringskosten die hun oorsprong in het verleden hebben, maar
waarvan de uitgaven pas in de toekomst zullen plaatsvinden, is een reservering
getroffen.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode, waarbij onderscheid
is gemaakt tussen kasstromen uit pensioen- en beleggingsactiviteiten. De aan- en
verkopen uit hoofde van valutamanagement zijn in het kasstroomoverzicht afzonder­
lijk van de overige aan- en verkopen van beleggingen verantwoord.
De geldmiddelen bestaan uit de mutatie van de posten Liquide middelen en Schulden
bij bancaire instellingen (als onderdeel van Verplichtingen uit hoofde van beleggin­
gen). De mutaties in het kasstroomoverzicht zijn indirect afgeleid uit de staat van
baten en lasten en de balansmutaties.

72 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Risicoparagraaf
In het bestuursverslag is ingegaan op de strategische en operationele risico’s en op
het beleid ter beheersing van de risico’s. Onderstaand wordt meer kwantitatieve
informatie betreffende de risico’s weergegeven.
Solvabiliteitsrisico
Het belangrijkste risico voor fonds en deelnemers betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel
het risico dat het fonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de
pensioenverplichtingen. Indien de solvabiliteit van pmt zich negatief ontwikkelt,
bestaat het risico dat het fonds de premie moet verhogen, dat er geen ruimte is voor
(volledige) toeslagverlening en dat er geen volledige uitkering mogelijk is.
Voldoende vermogen houdt niet alleen in dat het vermogen ten minste gelijk is aan
de verplichtingen. Er moet ook sprake zijn van een toereikende algemene reserve voor
het opvangen van tegenvallers. Die tegenvallers kunnen te maken hebben met de
ontwikkeling van de rente en de koersen op de financiële markten, maar ook met
actuariële zaken (zoals de levensverwachting van deelnemers) of de inflatie (bij
oplopende inflatie nemen de kosten toe om de pensioenen waardevast te houden).
De Nederlandsche Bank (dnb) heeft als toezichthouder een standaardmethode
vastgesteld om te toetsen of in het fonds voldoende vermogen aanwezig is om
beschermd te zijn tegen genoemde risico’s. In de standaardmethode wordt elk risico
omgerekend naar een bepaalde vermogenseis. De combinatie van deze factoren geeft
de vereiste solvabiliteit. Omdat de risico’s onderling gecorreleerd zijn - sommige
risico’s zullen zich simultaan manifesteren terwijl andere risico’s dat nu juist niet
doen - vindt nog een aftrek vanwege diversificatie plaats.
Op grond van het standaard risicomodel bepaalt pmt het geldende vereiste eigen
vermogen. Het toepassen van het standaard risicomodel leidt tot een adequate
inschatting van het totale risicoprofiel van pmt. Als norm hanteert pmt hierbij de
werkelijke asset mix van de beleggingen op balansdatum. Daarnaast is het vereiste
eigen vermogen te bepalen op grond van de strategische asset mix. Voor pmt geldt
het volgende vereiste eigen vermogen als percentage van de pensioenverplichtingen:
Totaal vereist eigen vermogen (percentage van voorziening
pensioenverplichting)
Op basis van asset mix

2010

2009

werkelijke

19,9%

21,3%

strategische

22,5%

20,7%

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 73

Op basis van het standaard risicomodel heeft pmt ultimo 2010 op basis van de
werkelijke asset mix een vereist vermogen van 7.728 miljoen euro van de voorziening
pensioenverplichtingen (2009: 7.046 miljoen euro). Het vereiste eigen vermogen per
eind 2010 op basis van de strategische asset mix bedraagt 8.724 miljoen euro (2009:
6.853 miljoen euro). Als buffer ten behoeve van het solvabiliteitsrisico hanteert pmt
het bedrag op grond van de werkelijke asset mix (norm). Vanuit prudentieel oogpunt
wordt het bedrag op grond van de strategische asset mix als buffer gehanteerd indien
deze hoger is dan die op grond van de werkelijke asset mix. Ultimo 2010 is het als
buffer gehanteerde vereiste eigen vermogen 8.724 miljoen euro (strategische asset
mix) terwijl dat ultimo 2009 7.046 miljoen euro (werkelijke asset mix) was.
De volgende tabel laat de uitkomsten van het dnb standaard risicomodel per
risicofactor zien.
Vereist eigen vermogen
Solvabiliteit (na iteratie)
2010

Risicofactor (x 1 miljoen euro)
strategische mix

2009

werkelijke mix

werkelijke mix

S1 Renterisico (inclusief inflatie)

3.980

3.362

3.615

S2 Aandelen- en vastgoedrisico

5.713

4.894

4.249

S3 Valutarisico

1.503

2.387

1.074

S4 Grondstoffenrisico

713

323

353

S5 Kredietrisico

725

787

904

S6 Verzekeringstechnisch risico

1.261

1.261

1.034

13.895

13.014

11.229

Diversificatie-effect

-5.171

-5.286

-4.183

Vereist eigen vermogen

8.724

7.728

7.046

Subtotaal van alle risico’s

Aanwezige algemene reserve

-1.242

-1.242

9

Saldo

-9.966

-8.970

-7.037

Renterisico
Het renterisico is het risico dat de waarden van vastrentende beleggingen en de
pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van veranderingen in de marktrente.
De rentegevoeligheid kan worden gemeten door middel van de duration. De duration
is een maat voor de gewogen gemiddelde resterende looptijd van de kasstromen in
jaren. Indien de duration van de beleggingen niet ‘matcht’ met de duration van de
pensioenverplichtingen, betekent dit dat de pensioenverplichtingen gevoeliger zijn
voor renteveranderingen van de beleggingen.
De vastrentende waarden hebben ultimo 2010 een duration van 9,7 jaar. Door middel
van rentederivaten, zoals renteswaps en swaptions, is de duration van de vastrentende waarden verlengd van 9,7 tot 20,4 jaar.

74 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Ultimo 2010 bedraagt de durationbijdrage van de totale beleggingsportefeuille
(exclusief hoogrentende waarden) 3,0 jaar. De duration van de verplichtingen
bedraagt 19,0 jaar. Met inachtneming van de verhouding van de beleggingen ten
opzichte van de verplichtingen, is er sprake van een ‘duration mismatch’. Dit houdt in
dat de waarde van de verplichtingen gevoeliger is voor renteontwikkelingen dan de
waarde van de beleggingen. Door middel van rentederivaten met in totaal een
duration bijdrage van 3,6 jaar is de durationbijdrage van de totale beleggingen
verlengd van 3,0 tot 6,6 jaar. Hierdoor wordt het risico op een daling van de dekkings­
graad voortvloeiend uit een rentedaling en stijging van de inflatie verkleind.
Durationbijdrage balansposities
Betreft

Beleggingen exclusief rentederivaten

ultimo
2010

ultimo
2009

3,0

2,6

Rentederivaten

3,6

1,9

Beleggingen inclusief rentederivaten

6,6

4,5

19,0

17,8

Pensioenverplichtingen

Het verschil in rentegevoeligheid tussen de beleggingen en de verplichtingen kan ook
zichtbaar worden gemaakt door de invloed op de dekkingsgraad van een renteschok
van 100 basispunten (= één procentpunt):
Gevoeligheid dekkingsgraad voor veranderingen in de marktrente
Post (x 1 miljoen euro)

Vastrentende waarden
Overige beleggingen
Overige balansposten

1% daling

Stand
31/12/10

1% stijging

23.089

19.897

17.585

17.631

17.628

17.631

57

57

57

Totaal pensioenvermogen

40.777

37.582

35.273

Verplichtingen

47.383

38.824

32.394

Dekkingsgraad (percentage)

86,1%

96,8%

108,9%

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 75

Aandelen- en vastgoedrisico
Het aandelen- en vastgoedrisico (marktrisico) is het risico dat de waarde van deze
zakelijke waarden verandert als gevolg van veranderingen in de desbetreffende
marktprijzen. Het aandelenrisico wordt voornamelijk gemitigeerd door het
diversificeren van de beleggingsportefeuille ofwel het spreiden van de beleggingen
over sectoren en regio’s.
De onderstaande tabel geeft weer de spreiding van de aandelenportefeuille van pmt
naar regio’s:
Regionale verdeling aandelen
ultimo
2010

ultimo
2009

Aandelen Europa

2.143

1.946

Aandelen Noord Amerika

2.793

2.564

Regio (x 1 miljoen euro)

Aandelen Verre Oosten

1.128

893

Aandelen Emerging Markets

2.488

2.112

0

376

8.552

7.891

Global Tactical Asset Allocation (GTAA)
Totaal

De vastgoedbeleggingen van pmt zijn deels direct en deels indirect. Het betreft voor
38 procent beleggingen in Nederland. Deze beleggingen in Nederland zijn vervolgens
verspreid over verschillende soorten vastgoedbeleggingen. Uit de onderstaande tabel
blijkt de spreiding van de vastgoedportefeuille naar binnen- en buitenland:
Verdeling vastgoed naar binnen- en buitenland
ultimo
2010

ultimo
2009

Direct vastgoed

3.084

2.761

Indirect vastgoed

1.144

899

Totaal

4.228

3.660

Direct/indirect1 (x 1 miljoen euro)

1)  ls direct vastgoed zijn geclassificeerd zowel direct bezit van panden als participaties in niet-beursgenoteerde vastgoed entiteiten die
A
vergelijkbaar zijn met direct bezit (zie risico marktwaardebepaling, level 3). Dit in tegenstelling tot indirect vastgoed, waarbij aandelen zijn
gekocht in vastgoedmaatschappijen of vastgoedbeleggingsinstellingen.

76 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

ultimo
2010

ultimo
2009

1.612

1.660

Europa (exclusief Nederland)

992

787

Verenigde Staten

848

614

Azië

776

588

Overig

0

11

Totaal

4.228

3.660

Binnen-/buitenland (x 1 miljoen euro)

Nederland

Het percentage zakelijke waarden in de beleggingsportefeuille van pmt ultimo 2010 is
circa 47 procent (ultimo 2009: 47 procent). De samenstelling van de zakelijke
waarden is in 2010 vrijwel gelijkgebleven.
Een waardevermindering van de zakelijke waarden met tien procent houdt in dat het
vermogen ten opzichte van ultimo jaar met circa 5 procent daalt. In 2010 is de waarde
van de zakelijke waarden toegenomen met 2.627 miljoen euro, wat 8 procent van het
vermogen primo 2010 betreft (2009: stijging met 1.947 miljoen euro).
Valutarisico
Het valutarisico betreft het risico dat de waarde van de beleggingen en de
verplichtingen vermindert als gevolg van veranderingen van vreemde valutakoersen.
Aangezien de pensioenverplichtingen van pmt in euro luiden en een aanzienlijk deel
van de beleggingsportefeuille in vreemde valuta, loopt pmt valutarisico. De voor pmt
belangrijkste valuta zijn de Amerikaanse dollar en het Britse pond. Het strategisch
beleid van pmt in 2010 was om valutaposities in de Amerikaanse dollar en het Britse
pond volledig af te dekken. Vanwege het met valuta-afdekking verband houdende
liquiditeitsrisico wordt sinds medio 2010 het valutarisico voor de illiquide
beleggingen van pmt (private equity, internationaal vastgoed en infrastructuur) niet
meer afgedekt. Ultimo 2010 bedraagt de totale waarde van de valutaderivaten die zijn
aangegaan om de valutapositie af te dekken 100 miljoen euro negatief (2009: 218
miljoen euro negatief).

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 77

De afdekking van valutaposities bij pmt blijkt uit de volgende tabel:
Valutaderivaten naar valuta
ultimo 2010
contract­
omvang

Valutacontracten
(x 1 miljoen euro)

Verkopen Amerikaanse dollar USD

ultimo 2009

reële
­waarde

contract­
omvang

reële
­waarde

-8.642

-90

-9.308

-214

Verkopen Japanse yen (JPY)

-101

-3

-112

-2

Verkopen Britse pond (GBP)

-82

-7

0

0

Verkopen Noorse kroon (NOK)

-3

0

-1

0

Verkopen Zuid-Afrikaanse rand (ZAR)

-3

0

0

0

Verkopen Singaporese dollar (SGD)

0

0

-117

0

Verkopen Koreaanse won (KRW)

0

0

-17

-2

Verkopen Russische roebel (RUB)

0

0

-11

0

Verkopen Chileense peso (CLP)

0

0

-5

0

Aankopen Deense kroon (DKK)

0

0

2

0

Aankopen Zwitserse frank (CHF)

4

0

3

0

Aankopen Zweedse kroon (SEK)

3

0

11

0

Aankopen Turkse lira (TRY)

3

0

0

0

-8.821

-100

-9.555

-218

Totaal

Daarnaast is de valuta-afdekking via valutaderivaten als volgt te specificeren:
Valuta-afdekking
ultimo 2010

Valuta

voor
derivaten

valuta­
derivaten

ultimo 2009

na
derivaten

reële
waarde

reële
waarde

(x 1 miljoen euro) (x 1 miljoen euro)

Euro
Britse pond

51,1%

23,0%

74,1%

0

0

2,1%

-2,1%

0,0%

-90

-214

Amerikaanse dollar

31,8%

-20,9%

10,9%

-7

0

Overige valuta

15,0%

0,0%

15,0%

-3

-4

100,0%

0,0%

100,0%

-100

-218

Totaal

78 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Grondstoffenrisico
Grondstoffen ofwel commodities vormen een beleggingscategorie waarin veelal via
indexfutures en swaps wordt geïnvesteerd in energie (olie), metalen, edelmetalen en
agroprodukten. De marktwaarde ultimo 2010 van de derivatenpositie in commodities
bedraagt 67 miljoen euro positief (2009: 136 miljoen euro positief). De onderliggende
waarde van de beleggingen in grondstoffen is 736 miljoen euro ofwel circa 2,0
pro­ ent van de totale beleggingen. Het grondstoffenrisico betreft het risico op
c
fluctuaties in grondstoffenprijzen.
Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor pmt als gevolg van het feit dat
een tegenpartij in gebreke blijft om aan haar verplichtingen te voldoen, bijvoorbeeld
als gevolg van faillissement of betalingsonmacht. Dit kunnen verplichtingen zijn tot
het betalen van rente, maar het kan ook om de terugbetaling van de uitgeleende
bedragen zelf gaan. Voor pmt betreft het voornamelijk de beleggingen in obligaties en
leningen. Het kredietrisico wordt gemitigeerd door spreiding van de vastrentende
waarden naar regio en sector.
De samenstelling van de vastrentende waarden kan als volgt worden samengevat:
Samenstelling vastrentende waarden
Soort (x 1 miljoen euro)

credit
spread

ultimo
2010

ultimo
2009

Staatsobligaties Europa

0,0%

6.242

4.693

Bedrijfsobligaties Europa

1,5%

4.464

4.989

Inflatie obligaties

1,3%

885

955

Europa High Yield

4,9%

700

597

US High Yield

5,4%

1.865

1.870

Emerging Markets Debt

2,7%

3.070

2.747

Bankloans

3,2%

399

368

Deposito's

0,0%

2.844

2.165

20.469

18.384

Totaal

De creditspread is een maatstaf voor kredietrisico en geeft de opslag aan die de markt
vraagt boven de risicovrije rente. De risicovrije rente is de Europese swaprente. Des te
hoger de opslag, des te hoger de markt het kredietrisico op een partij beoordeelt en
des te hoger de vergoeding (de spread) is die de markt wil ontvangen voor het nemen
van dit kredietrisico.
De Europese obligaties zijn uitgegeven door landen en het bedrijfsleven. Obligaties
kunnen luiden in verschillende Europese valuta, zoals euro, Zweedse kroon, Noorse

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 79

kroon en Zwitserse frank. Voor de afdekking van de valutarisico’s wordt verwezen
naar de paragraaf Valutarisico.
De Inflatie obligaties zijn uitgegeven door de landen Frankrijk 56 procent (aaa), Italië
32 procent (a) en Griekenland 12 procent (bbb).
De High Yield vastrentende waarden portefeuilles Europa en US bestaan uit hoog­
rentende obligaties uitgegeven door het bedrijfleven. Het gaat hier om een markt van
bedrijfsobligaties met een creditrating lager dan of gelijk aan bbb.
De Emerging Debt Markets betreft obligaties zijn uitgegeven door landen in
opkomende regio’s zoals Latijns-Amerika, Azië, Pacific en Afrika.
De bankleningen (bankloans) zijn in tegenstelling tot bedrijfsobligaties, leningen aan
bedrijven met duidelijke convenanten en/of onderpand. Vanwege het onderpand zijn
bankloans qua risico/rendement profiel vergeleken met een ‘gewone’ obligatie van
hetzelfde bedrijf minder risicovol aangezien bankloans hoger in de kapitaalstructuur
staan. Dit geeft bankloans een betere uitgangspositie in het geval van faillissement of
herstructurering ten opzichte van andere schuldeisers en met name aandeelhouders.
Deposito’s worden aangehouden om tijdelijke overtollige liquide middelen
kortstondig uit te zetten.
Onderhandse leningen zijn opgenomen in de Europese obligaties. De samenstelling
van de onderhandse leningen (inclusief lopende interest) kan als volgt worden
samengevat:
Samenstelling onderhandse leningen
ultimo
2010

ultimo
2009

10

15

Hypotheekbanken en bouwfondsen

8

9

Woningcorporaties

0

8

Lagere overheid

3

4

Overige

3

5

Totaal

24

41

Soort (x 1 miljoen euro)

Algemene banken

Het kredietrisico wordt primair beperkt door te beleggen in bedrijven of staten met
een hoge kredietwaardigheid. In onderstaande tabel is de verdeling naar kredietwaar­
digheid weergegeven zoals deze door internationale rating agencies wordt toegekend.
Het betreft de portefeuille vastrentende waarden:

80 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Kredietwaardigheid portefeuille vastrentende waarden
Rating categorie

AAA
AA

2010

2009

40%

24%

4%

7%

A

16%

27%

BBB

14%

16%

<BBB

22%

25%

4%

1%

100%

100%

Geen rating
Totaal

Het kredietrisico hoeft niet alleen te worden beperkt door de keuze van de bedrijven
waarin wordt belegd. Het is ook mogelijk om het risico af te dekken door de aanschaf
van credit default swaps (cds). Een cds is een soort kredietverzekering. Tegen
betaling van een bepaald bedrag garandeert de ene partij jegens de andere dat hij het
kredietrisico over een afgesproken hoofdsom overneemt. pmt treedt ultimo 2010
zowel op als koper als verkoper van cds. Ultimo jaar zijn de volgende posities
ingenomen:
Posities in Credit Default Swaps
(x 1 miljoen euro)

Exposure
2010

Exposure
2009

Protectie gekocht met behulp van CDS

112

161

Protectie verkocht met behulp van CDS

-85

-242

27

-81

Per saldo protectie gekocht respectievelijk verkocht

Een laatste vorm van kredietbescherming speelt bij zogeheten ‘over the counter’ (otc)
derivaten. Dit zijn financiële instrumenten waarbij een afspraak wordt gemaakt met
een tegenpartij zonder tussenkomst van een beursinstantie. De marktwaarde van otc
derivaten is niet gegarandeerd. Er is sprake van een kredietrisico tussen beide
partijen. Dit risico wordt beperkt door zogeheten ‘collateral management’ waarbij
liquide middelen of obligaties worden gebruikt als onderpand ter bescherming tegen
het kredietrisico.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 81

Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat de beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een
aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het fonds
op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. pmt houdt een
liquiditeitsbuffer aan op rekening-courant en via kort-uitgezette gelden om altijd aan
haar korte termijnverplichtingen te kunnen voldoen. De robuustheid van de
liquiditeitspositie wordt regelmatig op basis van stress scenario’s geanalyseerd.
Risico marktwaardebepaling
De beleggingen zijn gewaardeerd op marktwaarde. Niet voor alle beleggings­
instrumenten zijn frequente marktnoteringen beschikbaar. Dat levert een hoger risico
op ten aanzien van de ‘juiste’ waardering van een belegging. In de tabel op de
volgende twee bladzijdes is het totale belegd vermogen van 37.525 miljoen euro
uitgesplitst naar drie soorten ‘levels’ van waardering.
Dit betreft het belegd vermogen, inclusief de vorderingen en verplichtingen uit
hoofde van beleggingen én de liquide middelen, dat ook is vermeld in de toelichting
op post 6 van de balans (onder de kop ‘relatie jaarrekening en beleggingsbeleid’).
De drie levels zijn als volgt toe te lichten:
Level 1 
Directe marktwaardering
 biedkoers van de beursnotering in een actieve markt (waarop geen
De
prijsaanpassingen worden uitgevoerd).
Level 2 
Afgeleide marktwaardering

Geen directe beursnotering maar andere uit de markt waarneembare data
danwel een prijs gebaseerd op een transactie in een niet actieve markt met
een niet-significante prijsaanpassing (gebaseerd op aannames en
schattingen).
Level 3 
Modellen en technieken

Marktwaardebepaling niet gebaseerd op marktdata, maar gebaseerd op
aannames en schattingen die de prijs significant beïnvloeden.

82 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Marktwaardebepaling
Ultimo 2010

(x 1 miljoen euro)

Level 1
Beleggingscategorieën

Level 2

Level 3

Directe
markt­notering

Afgeleide
markt­notering

Totaal

Niet
gebaseerd
op marktdata

Vastgoedbeleggingen
0

0

3.084

3.084

713

388

43

1.144

Directe vastgoedbeleggingen
Indirecte vastgoedbeleggingen

Aandelen
5.425

0

22

5.447

Beleggingsinstellingen aandelen

0

3.086

0

3.086

Beleggingen voor risico van deelnemers

0

19

0

19

Beursgenoteerde aandelen

Vastrentende waarden
Obligaties

16.777

0

27

16.804

Deposito’s

0

2.844

0

2.844

Beleggingsinstellingen vastrentende waarden

0

777

0

777

Leningen

0

24

0

24

Beleggingen voor risico van deelnemers

0

20

0

20

Private Equity

0

0

2.453

2.453

Hedge Funds

0

1.427

0

1.427

Rentederivaten

0

346

0

346

Swaptions

0

155

0

155

Commodities

0

67

0

67

Credit Default Swaps

0

3

0

3

Valutaderivaten

0

-100

0

-100

22.915

9.056

5.629

37.600

Alternatieve beleggingen

Derivaten

Totaal

Niet in de beleggingscategorieën meegenomen onderdelen van het belegd vermogen:
Vorderingen inzake Credit Support Annexen (level 1)
Verplichtingen inzake Credit Support Annexen (level 1)
Kortlopende vorderingen beleggingen
Kortlopende schulden beleggingen

127
-528
71
-19

Liquide middelen positief

392

Liquide middelen negatief

-118

Totaal belegd vermogen

37.525

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 83

Ultimo 2009

(x 1 miljoen euro)

Level 1
Beleggingscategorieën

Level 2

Level 3

Directe
markt­notering

Afgeleide
markt­notering

Totaal

Niet
gebaseerd
op marktdata

Vastgoedbeleggingen
0

0

2.761

2.761

448

451

0

899

Directe vastgoedbeleggingen
Indirecte vastgoedbeleggingen

Aandelen
4.738

0

26

4.764

Beleggingsinstellingen aandelen

0

3.106

0

3.106

Beleggingen voor risico van deelnemers

0

21

0

21

Beursgenoteerde aandelen

Vastrentende waarden
Obligaties

15.233

0

126

15.359

Deposito’s

0

2.165

0

2.165

Beleggingsinstellingen vastrentende waarden

0

794

0

794

Leningen

0

41

0

41

Beleggingen voor risico van deelnemers

0

25

0

25

Private Equity

0

0

1.944

1.944

Hedge Funds

0

1.307

0

1.307

Rentederivaten

0

60

0

60

Swaptions

0

472

0

472

Commodities

0

136

0

136

Credit Default Swaps

0

-6

0

-6

Valutaderivaten

0

-218

0

-218

20.419

8.354

4.857

33.630

Alternatieve beleggingen

Derivaten

Totaal

Niet in de beleggingscategorieën meegenomen onderdelen van het belegd vermogen:
Vorderingen inzake Credit Support Annexen (level 1)
Verplichtingen inzake Credit Support Annexen (level 1)
Kortlopende vorderingen beleggingen

83
-646
68

Kortlopende schulden beleggingen

-275

Liquide middelen positief

158

Liquide middelen negatief

0

Totaal belegd vermogen

33.018

84 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Verzekeringstechnische risico’s
Het verzekeringstechnisch risico bestaat uit risico’s van negatieve resultaten op de
verzekeringstechnische (actuariële) grondslagen die worden gebruikt voor de vast­
stelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie.
pmt keert ouderdoms- en partnerpensioen levenslang uit. Daarom is de gemiddelde
levensverwachting van de actieven, slapers en pensioengerechtigden een zeer
belangrijk gegeven voor het fonds. De levensverwachting van de Nederlandse
bevolking is de afgelopen decennia gestaag omhoog gegaan. pmt houdt rekening met
deze ontwikkeling door de omvang van de verwachte uitkeringen steeds af te stem­
men op recente informatie inzake de levensverwachting. Daarnaast doet pmt regel­
matig onderzoek naar de sterfteontwikkeling specifiek in de bedrijfstak Metaal en
Techniek.
Ultimo 2010 hanteert pmt de generatietafel die is afgeleid van de ag Prognosetafel
2010-2060. Deze tafels gelden voor de gehele Nederlandse bevolking. Uit onderzoek is
gebleken dat deelnemers in de Metaal en Techniek een hogere levensverwachting
hebben dan de gemiddelde Nederlander. Hiermee is rekening gehouden in de
pmt-generatietafel.
Omdat pensioenen veelal worden uitgekeerd vanaf de 65-jarige leeftijd is het interes­
sant om de verwachte gemiddelde levensduur voor een 65-jarige nader te bekijken.
Volgens de actuariële grondslagen van het fonds wordt een 65-jarige man gemiddeld
85,2 jaar oud (2009: 83,6 jaar) en een 65-jarige vrouw gemiddeld 87,5 jaar (2009: 85,7
jaar).

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 85

Toelichting op de balans per 31 december
Activa
(1) Vastrentende waarden
De post Vastrentende waarden bestaat uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

Obligaties, leningen op schuldbekentenis en
andere waardepapieren
Beleggingsinstellingen vastrentende waarden
Deposito’s

2009

16.848

15.425

777

794

2.844

2.165

Waarde 31 december

20.469

18.384

De balanswaarde van obligaties (en ander rentedragend waardepapier) per 31 decem­
ber bestaat voor 24 miljoen euro uit leningen op schuldbekentenis (2009: 41 miljoen
euro). Ultimo 2010 waren obligaties uitgeleend met een beurswaarde van 3.616
miljoen euro (2009: 3.088 miljoen euro). Voor het risico van niet-teruglevering worden
adequate zekerheden gevraagd en verkregen. Deze zekerheden worden niet in de
balans opgenomen.
De totale waarde van vastrentende waarden is inclusief de lopende interest ultimo
2010 ad 323 miljoen euro (2009: 262 miljoen euro).
Obligaties, leningen op schuldbekentenis en andere waardepapieren
Het verloop van de post Obligaties, leningen op schuldbekentenis en andere waarde­
papieren is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Aankopen
Verkopen en ontvangen aflossingen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Overige mutaties
Waarde 31 december

15.425

2009
10.795

12.892

14.730

- 12.011

- 11.829

483

1.667

59

62
16.848

15.425

86 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Beleggingsinstellingen vastrentende waarden
Het verloop van de post Beleggingsinstellingen vastrentende waarden is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Aankopen
Verkopen en ontvangen aflossingen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Waarde 31 december

794

2009
646

1

15

- 132

- 37

114

170
777

794

Deposito’s
De deposito’s die ultimo verslagjaar zijn uitgezet hebben allemaal een looptijd van
korter dan één jaar en kennen een hoge omloopsnelheid. Om die reden wordt het
verloop van de deposito’s niet nader gespecificeerd.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 87

(2) Aandelen
De post Aandelen bestaat uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Beursgenoteerde aandelen

5.466

4.785

Beleggingsinstellingen aandelen

3.086

3.106

Waarde 31 december

8.552

7.891

Ultimo 2010 waren aandelen uitgeleend met een beurswaarde van 229 miljoen euro
(2009: 100 miljoen euro). Voor het risico van niet terug levering worden adequate
zekerheden gevraagd en verkregen. Deze zekerheden worden niet in de balans
opgenomen. De waarde van aandelen is inclusief de ultimo 2010 nog te ontvangen
dividenden ad 1,6 miljoen euro (2009: 1,0 miljoen euro).
Onder de aandelen is opgenomen het 78 procent belang in Mn Services n.v. gevestigd
te Rijswijk.
Beursgenoteerde aandelen
Het verloop van de post Beursgenoteerde aandelen is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Aankopen
Verkopen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Overige mutaties

4.785

2009
3.187

1.747

682

- 2.017

- 578

950

1.495

1

-1

Waarde 31 december

5.466

4.785

Beleggingsinstellingen aandelen
Het verloop van de post Beleggingsinstellingen aandelen is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Aankopen
Verkopen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Waarde 31 december

3.106

2009
2.644

456

312

- 1.112

- 357

636

507
3.086

3.106

88 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

(3) Vastgoedbeleggingen
Onder Vastgoedbeleggingen zijn per 31 december begrepen:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Directe vastgoedbeleggingen

3.084

2.761

Indirecte vastgoedbeleggingen

1.144

899

Waarde 31 december

4.228

3.660

Directe vastgoedbeleggingen
Het verloop van de directe beleggingen in vastgoed is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari

2.761

2009
3.089

Investeringen en aankopen

248

221

Verkopen

- 82

- 124

Waarderingsverschillen en verkoopresultaten

157

- 425

Waarde 31 december

3.084

2.761

Indirecte vastgoedbeleggingen
Het verloop van de indirecte beleggingen in vastgoed is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari

899

2009
685

Aankopen

239

544

Verkopen

- 182

- 504

187

174

1

0

Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Overige mutaties
Waarde 31 december

1.144

De waarde van indirecte vastgoedbeleggingen is inclusief de ultimo 2010 nog te
ontvangen dividenden ad 1,5 miljoen euro (2009: 0,3 miljoen euro).

899

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 89

(4) Alternatieve beleggingen
Onder de alternatieve beleggingen zijn per 31 december begrepen:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Private equity

2.454

1.944

Hedge funds

1.426

1.307

Waarde 31 december

3.880

3.251

Private equity
Het verloop van de post Private equity is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Investeringen
Verkopen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten

1.944

2009
1.686

405

307

- 406

- 215

511

166

Waarde 31 december

2.454

1.944

Hedge funds
Het verloop van de post Hedge funds is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari
Investeringen
Verkopen
Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Waarde 31 december

1.307

2009
1.309

676

423

- 743

- 555

186

130
1.426

1.307

90 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

(5) Derivaten
De door middel van derivaten verkregen posities zijn in de balans gesplitst weerge­
geven. De positieve posities uit hoofde van derivatencontracten zijn opgenomen
onder de post Derivaten (als onderdeel van de Beleggingen). De negatieve posities
zijn opgenomen onder de post Verplichtingen uit hoofde van beleggingen.
Per 31 december betreft het de volgende posities:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Saldo positie in derivaten

471

444

Verplichtingen inzake derivaten (13)

184

260

Derivaten (5, Vorderingen)

655

704

Het verloop van de per saldo posities in derivaten ad 471 miljoen euro is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Waarde 1 januari

444

2009
498

Aankopen

108.051

131.782

Verkopen

- 107.537

- 131.369

- 569

- 487

82

20

Waarderingsverschillen en verkoopresultaten
Overige mutaties
Waarde 31 december

471

444

De getoonde aan- en verkopen inzake derivaten bestaan vrijwel geheel uit transacties
in verband met de portefeuillebrede afdekking van de Amerikaanse Dollar en het
Britse Pond. De totale aankooptransacties inzake derivaten 2010 zijn 514 miljoen euro
hoger dan de totale verkooptransacties (2009: 413 miljoen euro hogere aankoop­
transacties).
Voor de uitvoering van het beleggingsbeleid maakt pmt gebruik van financiële
derivaten. Derivaten worden in beginsel defensief gebruikt om risico’s af te dekken,
maar afgeleide instrumenten worden ook ingezet ten behoeve van de asset allocatie
en het snel en flexibel (tijdelijk) kunnen inspelen op veranderende markt­
omstandigheden. Voor wat betreft de risicoafdekking worden derivaten specifiek
ingezet ten behoeve van afdekking van het renterisico (rente swaps en swaptions)
en afdekking van het valutarisico (valutatermijncontracten). De omvang waarin deze
instrumenten zijn ingezet blijkt uit de navolgende tabel.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 91

De met betrekking tot de beleggingsportefeuille door middel van derivaten per saldo
verkregen positie op balansdatum is als volgt te specificeren naar onderliggende
waarde:
(x 1 miljoen euro)
Beleggingscategorie en soort instrument
(activa en passiva gesaldeerd1)

ultimo 2010

ultimo 2009

Nominale
waarde2

Marktwaarde3

Nominale
waarde2

Marktwaarde3

Renteswaps

5.650

346

2.275

60

Swaptions

4.000

155

13.000

472

Vastrentende waarden

Future Bonds

295

-

-

-

Credit default swaps - gekocht

112

2

161

-1

Credit default swaps - verkocht

85

1

242

-5

Futures

-

-

89

-

Contract for differences

-

-

-

-

736

67

854

136

- 8.821

- 100

- 9.555

- 218

Aandelen

Alternatieve beleggingen
Index futures (commodities)
Valuta
Valutatermijncontracten
Totaal derivaten (per saldo)

471

444

1 
Het betreft saldo posities van activa en passiva en dus niet de exposure (die in totaal is verantwoord
onder Derivaten respectievelijk Verplichtingen uit hoofde van beleggingen).
2  nominale waarde geeft het absolute bedrag aan waarover het contract is afgesloten.
De
3  marktwaarde is de waarde als het contract ultimo jaar zou worden verkocht of teruggedraaid.
De

(6) Totaal beleggingen
De totale beleggingen bestaan uit:
2010

(x 1 miljoen euro)
Beleggingen voor risico pensioenfonds
Beleggingen voor risico deelnemers
Totaal

2009

37.745

33.845

39

45
37.784

33.890

92 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

De beleggingen voor risico van deelnemers bestaan volledig uit het product pensioen­
beleggen. Het betreft 0,1 procent van de totale beleggingen.
Pensioenbeleggen
In de totale beleggingen van 37.784 miljoen euro zijn begrepen beleggingen voor risico
van de deelnemers aan het vrijwillige product Pensioenbeleggen voor een bedrag van
39 miljoen euro (2009: 45 miljoen euro). Het betreft volledig beleggingen in een
individuele leeftijdsafhankelijke mix van aandelen- en obligatiefondsen. Het aan­
delenfonds heeft eind 2010 een omvang van 19 miljoen euro en het obligatie­ onds
f
20 miljoen euro.
Relatie jaarrekening en beleggingsbeleid
De beleggingscategorieën zoals opgenomen in de jaarrekening wijken af van de
categorieën zoals die worden gehanteerd in het beleggingsbeleid van pmt. In de
jaarrekening worden de beleggingen gepresenteerd naar de aard van de financiële
instrumenten. In de kerncijfers en het bestuursverslag worden de beleggings­
categorieën gepresenteerd conform de wijze waarop het (strategisch) beleggings­
beleid wordt vormgegeven. Het betreft vooral de toerekening van de derivaten en de
liquide middelen. In het strategisch beleggingsbeleid is een nulweging toegekend aan
de liquide middelen. Uiteraard heeft het fonds wel altijd de beschikking over een
bepaalde positie in liquide middelen. Voor het beleggingsbeleid worden deze liquide
posities toegewezen aan de beleggingscategorieën waar wel een strategische weging
aan is toegekend. In de jaarrekening staan de liquide middelen als een aparte post (9)
verantwoord, buiten de beleggingen. Uit het volgende overzicht blijkt de aansluiting
tussen de jaarrekening enerzijds en het beleggingsbeleid anderzijds.
(x 1 miljoen euro)

Jaarrekening
Vastrentende­
waarden

Totaal

Vastrentende waarden

Beleggingsbeleid
Aandelen

Vastgoedbeleggingen

Alternatieve
beleggingen

20.469

19.753

-

-

716

8.552

-

8.504

-

48

Vastgoedbeleggingen

4.228

-

-

4.217

11

Alternatieve beleggingen

3.880

-

-

-

3.880

Derivaten

655

638

- 34

-8

59

Vorderingen*

198

123

-

19

56

- 849

- 846

-

-3

-

392

229

-2

65

100

37.525

19.897

8.468

4.290

4.870

Aandelen

Verplichtingen*
Liquide middelen
Totaal

Portefeuillesamenstelling ultimo 2010

53,0%

22,6%

11,4%

13,0%

Portefeuillesamenstelling ultimo 2009

52,8%

22,6%

11,4%

13,2%

* 
Vorderingen respectievelijk verplichtingen uit hoofde van beleggingen. De verplichtingen zijn inclusief
negatieve posities uit hoofde van derivatencontracten ad 184 miljoen euro.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 93

(7) Vorderingen uit hoofde van beleggingen
Onder de post Vorderingen uit hoofde van beleggingen zijn per 31 december
­opgenomen:
2010

(x 1 miljoen euro)

Vorderingen inzake Credit Support Annexen
Kortlopende vorderingen

2009

127

83

71

68

Totaal

198

151

(8) Overige vorderingen en overlopende activa
Onder de post Overige vorderingen en overlopende activa zijn per 31 december
begrepen:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Langlopende vorderingen

14

9

Te vorderen premiebijdragen op werkgevers

45

30

Overige overlopende activa

63

75

Totaal

122

114

Langlopende vorderingen
Per 31 december bestaan de Langlopende vorderingen uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Annuïtaire vordering afkoop herverzekering

8

9

Achtergestelde lening aan deelneming Mn Services N.V.

6

-

Totaal

14

9

De oorspronkelijke looptijd van de annuïtaire vordering is 23 jaar en de resterende
looptijd 8 jaar. De annuïteit is bepaald op basis van een rekenrente van vier procent.
De achtergestelde lening aan de deelneming Mn Services n.v. heeft een looptijd tot en
met 1 december 2020, zodat de resterende looptijd 10 jaar bedraagt. Mn Services n.v.
is over vervroegde aflossingen boeterente verschuldigd.

94 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Te vorderen premiebijdragen op werkgevers
De samenstelling per 31 december is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Te vorderen van werkgevers
Af: Voorziening voor oninbare vorderingen

2009

58

42

- 13

- 12

Bedrag van de vorderingen nà aftrek van de
voorziening

45

30

Het verloop van de voorziening voor oninbare vorderingen is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Voorziening 1 januari

12

10

Mutatie vanwege oninbaarheid

-1

-9

2

11

Mutatie via resultaat
Voorziening 31 december

13

12

De te vorderen premies en de toevoeging aan de voorziening voor oninbare premie­
vorderingen zijn exclusief de heffingen waarvan de werkgever de verplichtstelling
betwist ad 67 miljoen euro (2009: 72 miljoen euro).
Overige overlopende activa
Per 31 december bestaan de Overige overlopende activa uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Nog te ontvangen inzake winstdeling anw

30

19

Nog te ontvangen inzake waardeoverdrachten

25

52

Nog te verrekenen premieontvangsten met Mn Services

7

1

Diverse vorderingen en overlopende activa

1

3

Totaal

63

75

Ten aanzien van de anw-herverzekering bestaat het te ontvangen bedrag uit de
afrekening voor de winstdeling over de jaren 2004-2009 (ad 22 miljoen euro) en de
winstdeling over het jaar 2010 (ad 8 miljoen euro). Het bedrag inzake de afrekening
van de winstdeling over de jaren 2004-2009 is in januari 2011 ontvangen.
Het nog te ontvangen bedrag inzake waardeoverdrachten betreft vooral onderhanden
zijnde getekende offertes die voor 1 november 2008 zijn aangevraagd. Deze worden
naar verwachting in 2011 afgerekend.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 95

(9) Liquide middelen
De Liquide middelen ad 392 miljoen euro betreffen posities in rekening-courant bij
bancaire instellingen. De schulden in rekening-courant aan bancaire instellingen zijn
verantwoord onder de verplichtingen uit hoofde van beleggingen.

96 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Passiva
(10) Algemene reserve
Het verloop van de Algemene reserve is als volgt:
2010

(x 1 miljoen euro)

Beginstand
Saldo van baten en lasten
Totaal

2009

9

- 5.064

- 1.251

5.073
- 1.242

9

Op basis van de Pensioenwet is het minimaal vereiste vermogen voor pmt 4,3 procent
van de voorziening pensioenverplichtingen, zijnde 1.669 miljoen euro ultimo 2010.
Het vereiste vermogen inclusief solvabiliteitsbuffer is in principe gebaseerd op het
dnb standaard risicomodel uitgaande van de werkelijke asset mix van de beleggin­
gen. Indien de uitkomst van het dnb standaard risicomodel uitgaande van de
strategische asset mix van de beleggingen tot een hogere uitkomst leidt, dan wordt
deze vanuit prudentieel oogpunt als solvabiliteitsbuffer gehanteerd. Ultimo 2010 is
dat het geval, zodat het vereiste vermogen ultimo 2010 is gebaseerd op de strategische
asset mix 2011 (ultimo 2009: de werkelijke asset mix).
Ultimo 2010 bedraagt het vereiste vermogen inclusief solvabiliteitsbuffer (afgerond)
22,5 procent van de voorziening pensioenverplichtingen, zijnde 8.724 miljoen euro
(2009: 21,3 procent). De algemene reserve ultimo 2010 bedraagt 1.242 miljoen euro
negatief, zodat het aanwezige vermogen lager is dan het vereiste vermogen. Daardoor
is er zowel sprake van een dekkingstekort als een reservetekort.
Bij een reservetekort is er te weinig eigen vermogen om toekomstige tegenvallers op te
vangen. Op 31 maart 2009 heeft pmt een herstelplan bij de toezichthouder ingediend,
welke in juli 2009 is goedgekeurd. Dit plan leidt, uitgaande van de in deze jaarreke­
ning opgenomen pensioenverplichtingen, naar verwachting tot herstel uit de situatie
van dekkingstekort binnen maximaal vijf jaar en herstel uit de situatie van reserve­
tekort binnen maximaal vijftien jaar. Het bestuur volgt de ontwikkeling van de
dekkingsgraad nauwlettend en beraadt zich op aanvullende maatregelen indien
tussentijds blijkt dat de financiële ontwikkeling zodanig is dat het vereiste herstel
niet tijdig meer kan worden gerealiseerd. Ultimo 2010 ligt de ontwikkeling van de
dekkingsgraad voor op de verwachting uit het herstelplan.
Het toeslagbeleid en het premiebeleid zullen worden ingezet om het herstel te
realiseren. In de situatie van dekkingstekort zal het pensioenfonds in principe geen
toeslagen verlenen. In geval van reservetekort zal de premie jaarlijks stijgen met
1 procent van de salarissom tot het maximum van 18 procent (zoals vastgesteld in
het beleidskader).  

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 97

(11) Voorziening pensioenverplichtingen
De post Voorziening pensioenverplichtingen is in 2010 toegenomen met 5.760 miljoen
euro (2009: afgenomen met 88 miljoen euro). De samenstelling en de ontwikkeling
van de voorziening is als volgt nader toe te lichten.
Voorziening pensioenverplichtingen per groep van deelnemers
De post Voorziening pensioenverplichtingen kan als volgt worden gespecificeerd naar
groep van deelnemers:
2010

(x 1 miljoen euro)

Werknemers

2009

17.326

14.462

365

335

39

45

Actieve deelnemers

17.730

14.842

Pensioengerechtigden

14.224

12.685

6.870

5.537

Arbeidsongeschikten
Pensioenbeleggen

Slapers
Totaal

38.824

33.064

Per 31 december 2010 is de voorziening pensioenverplichtingen berekend uitgaande
van de door dnb gepubliceerde rentetermijnstructuur. De daarvan afgeleide markt­
rente ultimo 2010 bedraagt 3,44 procent (2009: 3,86 procent).
De voorziening pensioenverplichtingen bestaat voor 39 miljoen euro uit het product
pensioenbeleggen. Dit product wordt voor risico van de deelnemers gevoerd. Het 
betreft 0,1 procent van de totaal verantwoorde voorziening pensioenverplichtingen.

98 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Ontwikkeling van de voorziening pensioenverplichtingen
De ontwikkeling van de voorziening pensioenverplichtingen in het verslagjaar kan als
volgt worden gespecificeerd:
2010

(x 1 miljoen euro)

Stand 1 januari
Pensioenopbouw
Toeslagen

2009

33.064
1.218

33.152
1.379

2

5

Toekenning overgangsregelingen

440

410

Rentetoevoeging

432

1.176

- 1.265

- 1.199

Wijziging marktrente

Onttrekking voor uitkeringen

3.558

- 2.321

Schattingswijziging

1.462

422

26

76

Wijziging uit hoofde van waardeoverdrachten
Overige mutaties
Mutatie van de voorziening
Voorziening 31 december

- 113

- 36
5.760

- 88

38.824

33.064

De toeslagen betreffen correcties op voorgaande jaren. Zie de toelichting op de
mutatie voorziening pensioenverplichtingen (20).
De verwachte toekenning van de overgangsregelingen vervroegd ouderdomspensioen
aan deelnemers die hier in 2011 gebruik van kunnen maken (in totaal: 420 miljoen
euro), wordt volledig gefinancierd uit de premie die voor dit doel in 2011 wordt
geheven.
De schattingswijziging betreft het effect van de wijziging van de waarderings­
grondslagen van de voorziening pensioenverplichtingen voor wat betreft de over­
levingskansen. Zie ook de toelichting op de mutatie voorziening pensioen­
verplichtingen (20).
De overige mutaties ad 113 miljoen euro negatief betreffen vooral het resultaat op
pensionering ad 60 miljoen euro negatief en een vrijval inzake excassokosten ad
54 miljoen euro negatief. De overige effecten bedragen per saldo 1 miljoen euro
positief.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 99

(12) Pensioenvermogen
Om de dekkingsgraad van het vermogen van pmt ten opzichte van de lange termijn
verplichtingen te bepalen, is op de balans het pensioenvermogen zichtbaar gepresen­
teerd. Het betreft het totale vermogen van pmt dat bestaat uit het belegd vermogen en
het saldo van de overige vorderingen en overige schulden op de balans. Dit pensioen­
vermogen komt overeen met de voorziening voor pensioenverplichtingen en de
algemene reserve.
Ultimo 2010 bedraagt het pensioenvermogen 37.582 miljoen euro (2009: 33.073
miljoen euro). Op basis van het pensioenvermogen en de voorziening pensioen­
verplichtingen kan de dekkingsgraad als volgt worden berekend:
(x 1 miljoen euro)

2010

2009

Pensioenvermogen

37.582

33.073

Voorziening pensioenverplichtingen

38.824

33.064

Dekkingsgraad

96,8%

100%

(13) Verplichtingen uit hoofde van beleggingen
Onder de post Verplichtingen uit hoofde van beleggingen zijn per 31 december
opgenomen:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Verplichtingen inzake Credit Support Annexen

528

646

Verplichtingen inzake derivaten

184

260

Bancaire instellingen

118

-

Kortlopende schulden

19

275

Totaal

849

1.181

100 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

(14) Overige schulden en overlopende passiva
Onder de post Overige schulden en overlopende passiva zijn per 31 december
­opgenomen:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Verschuldigde loonheffing

31

28

Af te rekenen uit hoofde van herverzekering

26

11

Handelscrediteuren

2

-

Af te rekenen met Mn Services n.v.

1

3

Te betalen aan externe vermogensbeheerders

2

14

Nog toe te kennen rechten inzake waardeoverdrachten

1

3

Diverse schulden en overlopende passiva

2

-

Totaal

65

59

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 101

Toelichting op de staat van baten en lasten
Baten
(15) Premiebijdragen
De totale Premiebijdragen in 2010 zijn 1.935 miljoen euro (2009: 1.840 miljoen euro).
Deze baten bestaan uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

Pensioenpremies
Premie anw pensioen

2009

1.910

1.813

22

25

Stortingen vrijwillige inkoop

2

-

Inleg pensioenbeleggen

1

2

Totaal

1.935

1840

Voor de vaststelling van de verschuldigde pensioenpremie voor deelnemers aan het
fonds gelden twee premiepercentages, afhankelijk van de hoogte van het pensioen­
gevend salaris. In 2010 is over het pensioengevend jaarsalaris tot het grensbedrag van
75.486 euro (2009 : 73.287 euro) minus de franchise ad 15.295 euro (2009: 15.004 euro)
28,6 procent premie geheven (2009: 27,3 procent). Voor het deel van het pensioen­
gevende jaarsalaris boven het grensbedrag van 75.486 euro was dat 18,7 procent
(2009: 17,7 procent).
Premies die zijn gefactureerd aan werkgevers die de verplichte aansluiting bij pmt
betwisten, zijn niet opgenomen in de post premiebijdragen.
Als Premiebijdragen zijn tevens verantwoord de geaccepteerde stortingen van
werkgevers in het kader van vrijwillige inkoop pensioenen ad 2 miljoen euro (2009:
nihil) en de inleg ten behoeve van het product Pensioenbeleggen ad 1 miljoen euro
(2009: 2 miljoen euro). Vanaf 1 juli 2010 is het niet meer mogelijk om in te leggen in
het product Pensioenbeleggen.

102 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Kostendekkende premie
pmt hanteert in haar beleid een gedempte premie, dat wil zeggen dat voor de bepaling
van de kostendekkende premie wordt uitgegaan van een gemiddeld voor de komende
jaren verwachte marktrente. Deze rente is gesteld op 4,5 procent voor de reguliere
pensioenaanspraken en 4 procent voor de kosten van de overgangsregelingen.
De kostendekkende premie kan achteraf als volgt worden becijferd:
2010

2009

op basis van de marktrente

op basis van de marktrente

(x 1 miljoen euro)
feitelijke
Totale lasten pensioenopbouw
Kostenopslag
Solvabiliteitsopslag
Totaal

1.623

gedempte
1.442

feitelijke
1.753

gedempte
1.398

33

33

33

33

346

307

323

257

2.002

1.782

2.109

1.688

De premie op basis van de feitelijke marktrente is bepaald op basis van de grond­
slagen en de rentetermijnstructuur primo 2010. De gedempte kostendekkende premie
gaat uit van de grondslagen primo 2010 met een rekenrente van 4,5 procent voor de
reguliere pensioenaanspraken en 4 procent voor de toegekende overgangsregelingen.
In de totale lasten pensioenopbouw zijn opgenomen de jaarinkoop, kosten
overgangs­­
regelingen en de risicopremies. De solvabiliteitsopslag zorgt ervoor dat
door de inkoop van nieuwe aanspraken de dekkingsgraad niet verwatert, maar op het
benodigde peil blijft. Deze solvabiliteitsopslag hangt af van het vereiste vermogen en
bedraagt voor pmt primo 2010 21,3 procent.
De post premiebaten 2010 inzake pensioenpremie voor deelnemers ad 1.910 miljoen
euro (2009: 1.813 miljoen euro) is hoger dan de kostendekkende premie 2010 op basis
van de gedempte marktrente ad 1.782 miljoen euro (2009: 1.688 miljoen euro).

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 103

(16) Beleggingsopbrengsten
De Beleggingsopbrengsten bestaan uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

Beleggingsresultaat risico pensioenfonds

2009

3.853

4.293

1

8

Beleggingsresultaat risico deelnemers
Totaal

3.854

4.301

Beleggingsresultaat risico pensioenfonds
De Beleggingsopbrengsten (op de fondsportefeuille) kunnen als volgt worden
­gespecificeerd:
2010

(x 1 miljoen euro)

Beleggings­
categorie

Direct Indirect
resultaat resultaat

2009

Kosten

Totaal
Direct Indirect
resultaat resultaat resultaat

Kosten

Totaal
resultaat

Vastrentende
waarden

799

614

- 27

1.386

788

1.708

- 13

2.483

Aandelen

124

1.616

- 25

1.715

94

2.010

- 22

2.082

Direct vastgoed­
beleggingen

109

166

-7

268

111

- 419

-7

- 315

Indirect
vastgoed­
beleggingen

55

187

-1

241

35

175

-1

209

Alternatieve
beleggingen

-

703

-6

697

-

301

-5

296

114

- 568

-

- 454

25

- 487

-

- 462

1.201

2.718

- 66

3.853

1.053

3.288

- 48

4.293

Derivaten
Totaal

pmt past een portefeuillebrede valuta-afdekking van de Amerikaanse dollar en
de Britse pond toe. De bijbehorende resultaten en het resultaat op andere valutaafdekkingen en andere derivaten zijn verantwoord onder de categorie ‘Derivaten’.
Dit geldt voor alle derivaten (ook als de positie negatief is).

104 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Relatie jaarrekening en beleggingsbeleid
In de jaarrekening zijn de beleggingen gerubriceerd naar de aard van de financiële
instrumenten. De beleggingsresultaten worden op overeenkomstige manier verant­
woord. In de kerncijfers en het bestuursverslag worden de beleggings­ ategorieën en
c
de resultaten daarop gepresenteerd conform de wijze waarop het (strategisch)
beleggingsbeleid wordt vormgegeven. Uit het volgende overzicht blijkt de aansluiting
tussen de jaarrekening enerzijds en het beleggings­ eleid anderzijds.
b
(x 1 miljoen euro)

Jaarrekening
Totaal

Beleggingsbeleid
Vast­rentende Aan­delen
waarden

Vastgoed- Alternatieve
beleggingen beleggingen

Vastrentende waarden

1.386

1.386

-

-

-

Aandelen

1.715

-

1.715

-

-

Direct vastgoedbeleggingen

268

-

-

268

-

Indirect vastgoedbeleggingen

241

-

-

241

-

Alternatieve beleggingen

697

-

-

-

697

Derivaten

- 454

325

- 475

- 228

- 76

Totaal

3.853

1.711

1.240

281

621

Rendement 2010

11,6%

9,6% 1

20,3%

10,1%

8%

Rendement 2009

15,1%

11,3%

39,3%

-2,0%

13,3%

) inclusief duration overlay

1

Beleggingsresultaat risico deelnemers
Het koersresultaat voor risico van deelnemers betreft volledig het product Pensioen­
beleggen. Het positieve resultaat van 1 miljoen euro (2009: 8 miljoen euro positief)
betreft de resultaten die zijn behaald op het aandelenfonds (10,2 procent rendement)
en het obligatiefonds (1,9 procent) waarin wordt belegd voor deelnemers die sparen
via de individuele leeftijdsafhankelijke mix van aandelen en obligaties. Het per
deelnemer daadwerkelijk gerealiseerde rendement is hierbij afhankelijk van de
leeftijdsafhankelijke mix waarin wordt belegd.
(17) Inkomende waardeoverdrachten
pmt heeft in heel 2010 geen nieuwe waardeoverdrachten in behandeling genomen
vanwege de te lage dekkingsgraad. Desondanks is er 20 miljoen euro aan inkomende
waardeoverdrachten gerealiseerd ten gunste van boekjaar 2010. Het betreft collectieve
waardeoverdrachten die reeds in behandeling waren genomen voor 1 november 2008
(de datum waarop de dekkingsgraad van pmt geen afhandeling van waarde­ verdacht
o
meer toeliet).

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 105

(18) Overige baten
De post Overige baten bestaat uit:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Winstdeling herverzekering anw pensioen

11

19

Claims herverzekering anw pensioen

8

7

Interest

6

2

Opgelegde boete

4

12

Overige

-

3

Totaal

29

43

De winstdeling herverzekering anw pensioen van 11 miljoen euro bestaat uit
8 mil­ oen euro over het jaar 2010 en uit 3 miljoen euro inzake de eindafrekening
j
over de jaren 2004-2009. Zie ook de toelichting op de Overige vorderingen en over­
lopende activa (8).
Onder de interest is verantwoord de rente inzake inkomende waardeoverdrachten
en de rente die is ontvangen van werkgevers in verband met de premieheffing.
De opgelegde boete betreft de boetebedragen die pmt conform het incassobeleid
oplegt aan de werkgevers die de premienota niet tijdig voldoen.

106 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Lasten
(19) Uitkeringen
De post Uitkeringen is als volgt opgebouwd:
2010

(x 1 miljoen euro)

2009

Ouderdomspensioen

570

515

Vervroegd ouderdomspensioen

422

315

Partnerpensioen

161

153

67

175

Vroegpensioen
Wezenpensioen
anw pensioen
Subtotaal uitkeringen
Afkoopsommen
Totaal

3

3

11

10

1.234

1.171

18

18
1.252

1.189

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 107

(20) Mutatie voorziening pensioenverplichtingen
In 2010 is de voorziening pensioenverplichtingen met 5.760 miljoen euro toegenomen
(2009: 88 miljoen euro afgenomen). De twee onderdelen van de mutatie van de
voorziening met het grootste effect kunnen als volgt worden toegelicht:
Wijziging marktrente
De grootste invloed op de mutatie van de voorziening betreft de wijziging van de
marktrente. Het gaat hierbij om de omrekening van de rentetermijnstructuur primo
verslagjaar naar de rentetermijnstructuur ultimo verslagjaar. Voor wat betreft 2010
betreft het de omrekening van een benaderde rekenrente van 3,86 procent naar
3,44 procent ad 3.558 miljoen euro (last). In 2009 is dat de omrekening van
3,51 procent naar 3,86 procent ad 2.321 miljoen euro (baten).
Schattingswijziging
Vanaf eind 2010 zijn de overlevingskansen ontleend aan de pmt generatietafel: Dit is
een fondsspecifieke afleiding van de Prognosetafel 2010-2060 van het Actuarieel
Genootschap. Deze wijziging van de waarderingsgrondslag per einde 2010 heeft een
effect op de voorziening pensioenverplichtingen van 1.462 miljoen euro.
De voorziening wordt ultimo jaar in principe verhoogd met de toeslagen die primo het
volgende verslagjaar zijn toegekend. De toeslagen worden toegepast indien en voor
zover de middelen van het fonds dit naar het oordeel van het bestuur toelaten.
Jaarlijks neemt het bestuur hieromtrent een besluit. Gezien de financiële positie van
pmt zijn de pensioenen van enerzijds actieven en anderzijds slapers en pensioen­
gerechtigden ultimo 2010 niet verhoogd met de looninflatie respectievelijk de prijs­
inflatie.
In 2010 is er wel een effect op de voorziening van toeslagen van 2 miljoen euro
(2009: 5 miljoen euro). Dit betreft toeslagen voor actieven, slapers en pensioen­
gerechtigden voortvloeiend uit correcties op voorgaande jaren.
(21) Uitgaande waardeoverdrachten
Vanwege de lage dekkingsgraden bij pensioenfondsen zijn er in 2010 geen nieuwe
aanvragen tot uitgaande waardeoverdrachten afgehandeld. Desondanks is er in
boekjaar 2010 een kleine miljoen euro als gerealiseerde last verantwoord. Dit betreft
een klein aantal eerdere aanvragen die in 2010 zijn afgehandeld.

108 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

(22) Pensioenuitvoeringskosten
De kosten van de pensioenuitvoering ad 51 miljoen euro (2009: 55 miljoen euro) zijn
exclusief de beleggingskosten. De beleggingskosten worden direct ten laste gebracht
van het beleggingsresultaat (16). De uitvoering van het vermogensbeheer en de
pensioenregeling is net als voorgaande jaren uitbesteed.
De totale Pensioenuitvoeringskosten in 2010 zijn 4 miljoen euro lager dan in 2009.
Het betreft de vergoeding voor de uitvoering van het anw pensioen. Vanaf het jaar
2010 is een nieuw herverzekeringscontract voor anw pensioen gesloten. Hierbij geldt
dat de vergoeding voor de administratieve uitvoering vanaf 2010 is gebaseerd op het
herverzekeringscontract. Tot en met 2009 liep dat via de contractvergoeding. Om die
reden is de vergoeding voor uitvoering van het anw pensioen ad circa 4 miljoen euro
vanaf 2010 verantwoord als herverzekeringspremie anw pensioen in plaats van
pensioenuitvoeringskosten.
Het fonds heeft einde 2010 een eigen bezetting van 27 werknemers (2009: 22).
Onder de kosten zijn opgenomen de bezoldiging van bestuurders ad 228.102 euro
(2009: 224.068 euro) en de personeelskosten ad 2.417.910 euro (2009: 2.256.198 euro).
Tevens zijn onder de kosten opgenomen de vergoeding ad 98.273 euro (2009: 95.700
euro) die de externe accountant in rekening heeft gebracht. Het betreft volledig
honoraria voor werkzaamheden inzake de wettelijke controle van de jaarrekening.
Ook de kosten van de certificerend actuaris ad 53.363 euro (2009: 62.000) zijn in de
pensioenuitvoeringskosten opgenomen.
(23) Overige lasten
Onder de Overige lasten zijn opgenomen:
2010

(x 1 miljoen euro)

Herverzekeringspremie anw pensioen

2009

23

19

Mutatie van de voorziening voor oninbare vorderingen

1

11

Overige

1

-

Totaal

25

30

De herverzekeringspremie anw pensioen in 2010 is 4 miljoen euro hoger dan in 2009.
Het betreft het effect van een nieuw herverzekeringscontract vanaf 2010 waarbij de
vergoeding voor de administratieve uitvoering in de bruto herverzekeringspremie is
meegenomen. Tot en met 2009 betrof het een netto premie terwijl de vergoeding voor
de administratieve uitvoering onder de contractvergoeding van de uitvoerder viel.
Zie ook de toelichting op post 22.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 109

Actuariële analyse
De actuariële resultaten over het verslagjaar kunnen als volgt worden gespecificeerd:
2010

x 1 miljoen euro

Premies ten behoeve van pensioenopbouw
Pensioenopbouw
Toekenning overgangsregelingen

1.815

- 1.218

- 1.379

- 440

- 410

Resultaat op premie
Beleggingsopbrengsten
Rentetoevoeging

2009

1.912

254
3.860

4.303

- 432

Resultaat op beleggingen

26

- 1.176
3.428

3.127

Resultaat op toeslagen

-2

-5

Resultaat op sterfte en gezinssamenstelling

-6

5

Resultaat op arbeidsongeschiktheid

9

15

Resultaat op kosten

3

2

Werkelijke uitkeringen
Onttrekking voor uitkeringen
Resultaat op uitkeringen
Resultaat op waardeoverdrachten

- 1.252

- 1.189

1.265

1.199
13

10

- 10

-4

Wijziging marktrente

- 3.558

2.321

Schattingswijziging

- 1.462

- 422

80

-2

- 1.251

5.073

Overige resultaten
Saldo van baten en lasten

pmt heeft per 1 januari 2010 geen toeslagen verleend. In de actuariële analyse staat
echter wel een bedrag van 2 miljoen euro opgenomen als resultaat 2010 vanwege
toeslagen. Dit betreft het resultaateffect door toeslagen voor actieven, slapers en
pensioengerechtigden voortvloeiend uit correcties op voorgaande jaren.
Zie ook de toelichting op de mutatie voorziening pensioenverplichting (20).

110 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Niet in de balans opgenomen vorderingen
pmt heeft een krediet faciliteit van 12,5 miljoen euro verstrekt aan de deelneming
Mn Services n.v. De kredietfaciliteit heeft een looptijd tot en met 31 december 2020.
Er zijn geen beperkingen gesteld aan opnamen en aflossingen door Mn Services n.v.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 111

Niet in de balans opgenomen verplichtingen
Ultimo 2010 bedroegen de niet in de balans opgenomen beleggingsverplichtingen
inzake alternatieve beleggingen 1.002 miljoen euro (2009: 1.185 miljoen euro).
Deze verplichtingen zijn maximale bedragen die op basis van afgesloten contracten
kunnen worden gevraagd te storten. De uiteindelijk hieruit voortvloeiende beleggin­
gen zijn onzeker voor wat betreft werkelijke omvang en moment van opvragen. Voor
2011 geldt dat ten aanzien van de normportefeuille rekening is gehouden met de
verwachte opvragingen in 2010. Daarnaast staan ultimo 2010 voor 634 miljoen euro
aan toekomstige verplichtingen uit in verband met vastgoedbeleggingen (2009: 928
miljoen euro).
Ultimo 2010 heeft pmt bij ing Bank n.v. een kredietfaciliteit van 60 miljoen euro.
Hiervan wordt ultimo 2010 geen gebruik gemaakt.
De rechtspersoon maakt deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting en is
daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld van de fiscale eenheid als
geheel.

112 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek
Verklaring betreffende de jaarrekening
Wij hebben de jaarrekening 2010 van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek te
Rijswijk gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2010
en de staat van baten en lasten over 2010 met de toelichting, waarin zijn opgenomen
een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en
andere toelichtingen.
Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarreke­
ning die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het
opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in
Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (bw), met inachtneming van het bepaalde in
artikel 146 Pensioenwet. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige
interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening
mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude
of fouten.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op
basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met
Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden. Dit vereist dat
wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle
zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen
dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controleinformatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde
werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeels­
vorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een
afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheer­
sing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het
getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die
passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet
tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne
beheersing van de stichting. Een controle omvat tevens het evalueren van de
geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van
de redelijkheid van de door het bestuur van de stichting gemaakte schattingen,
alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 113

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende
en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Oordeel betreffende de jaarrekening
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samen­
stelling van het vermogen van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek per
31 december 2010 en van het resultaat over 2010 in overeenstemming met Titel 9
Boek 2 bw.
Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen
Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e en f bw vermelden wij dat ons geen tekort­
komingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor
zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 bw is opgesteld, en
of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h bw vereiste gegevens zijn toegevoegd.
Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen,
verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 bw.
Den Haag, 16 mei 2011
Ernst & Young Accountants llp
w.g. dr. N.G. de Jager ra

114 |  alans per 31 december | Staat van baten en lasten | Kasstroomoverzicht | Algemene toelichting | Risicoparagraaf
B
Toelichting op de balans per 31 december | Toelichting op de staat van baten en lasten | Actuariële analyse |
Niet in de balans opgenomen vorderingen | Niet in de balans opgenomen verplichtingen | Controleverklaring | Actuariële verklaring

Actuariële verklaring
Opdracht
Door Pensioenfonds Metaal en Techniek te Den Haag is aan Mercer Certificering b.v.
de opdracht verleend tot het afgeven van een actuariële verklaring als bedoeld in de
Pensioenwet over het boekjaar 2010.
Gegevens
De gegevens waarop mijn onderzoek is gebaseerd, zijn verstrekt door en tot stand
gekomen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds.
Voor de toetsing van de fondsmiddelen en voor de beoordeling van de vermogens­
positie heb ik mij gebaseerd op de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan
de jaarrekening.
In overeenstemming met de richtlijn “Samenwerking tussen accountant en actuaris
ter zake van de controle van verantwoordingen van verzekeringsinstellingen” heeft
de accountant van het pensioenfonds mij geïnformeerd over zijn bevindingen ten
aanzien van de betrouwbaarheid en de volledigheid van de administratieve basis­
gegevens en de overige uitgangspunten die voor mijn oordeelsvorming van belang
zijn.
Werkzaamheden
Ter uitvoering van de opdracht heb ik onderzocht of is voldaan aan de artikelen 126
tot en met 140 van de Pensioenwet.
De door het pensioenfonds verstrekte administratieve basisgegevens en de bevin­
dingen van de accountant ten aanzien hiervan zijn zodanig dat ik die gegevens als
uitgangspunt voor mijn beoordelingswerkzaamheden heb aanvaard.
Als onderdeel van de werkzaamheden voor de opdracht:
•  eb ik ondermeer onderzocht of de technische voorzieningen, het minimaal
h
vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen toereikend zijn vastgesteld,
en
•  eb ik mij een oordeel gevormd over de vermogenspositie van het pensioenfonds.
h
Mijn onderzoek heb ik zodanig uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid
wordt verkregen dat de resultaten geen onjuistheden van materieel belang bevatten.
Ik heb mij een oordeel gevormd over de waarschijnlijkheid waarmee het pensioen­
fonds de tot balansdatum aangegane verplichtingen kan nakomen, mede in aanmer­
king nemend het financieel beleid van het pensioenfonds.
De beschreven werkzaamheden en de uitvoering daarvan zijn in overeenstemming
met de binnen het Actuarieel Genootschap geldende normen en gebruiken, en
vormen naar mijn mening een deugdelijke grondslag voor mijn oordeel.

Jaarverslag 2010 | Jaarrekening | 115

Oordeel
De technische voorzieningen zijn, overeenkomstig de beschreven berekeningregels
en uitgangspunten, als geheel bezien, toereikend vastgesteld. Het eigen vermogen
van het pensioenfonds is op de balansdatum lager dan het wettelijk minimaal vereist
eigen vermogen. Gemeten naar de wettelijke maatstaf is ten aanzien van de ver­
plichtingen, aangegaan tot balansdatum, sprake van een dekkingstekort.
Met inachtneming van het voorafgaande heb ik mij ervan overtuigd dat is voldaan
aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet met uitzondering van de
artikelen 131, 132 en 133 waaraan niet wordt voldaan vanwege een dekkingstekort.
De vermogenspositie van Pensioenfonds Metaal en Techniek is naar mijn mening
slecht, vanwege een dekkingstekort.
Amstelveen, 16 mei 2011
Drs. W. Brugman aag
verbonden aan Mercer Certificering b.v.

Profiel


118 | Pensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Pensioenregeling in de metaal en techniek
pmt biedt deelnemers in de bedrijfstak Metaal en Techniek een ouderdomspensioen
en een partnerpensioen. Naast deze verplichte basisonderdelen, die gelden voor alle
deelnemers, kent pmt een aantal vrijwillige onderdelen: Pensioenbeleggen (in 2010
afgeschaft, eind 2011 worden de beleggingen definitief omgezet in aanspraken),
Pensioeninkoop, anw Pensioen en het herschikken van pensioen. Deelnemers
kunnen met één of meer van deze onderdelen zelf de pensioendatum en de hoogte
van het pensioeninkomen bepalen. Dit en meer staat omschreven in het pensioen­
reglement dat is ingegaan op 1 januari 2006.

Verplichte onderdelen
Ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen gaat in op 65-jarige leeftijd en is gebaseerd op het gemid­
delde verdiende salaris. De jaarlijkse opbouw van het ouderdomspensioen is
afhankelijk van de hoogte van het pensioengevend inkomen.
Tot het zogeheten grensbedrag (2010: € 75.486) onder aftrek van een franchise (2010:
€ 15.295) is de jaarlijkse opbouw gelijk aan 2,236%. Voor het deel van het pensioen­
gevend salaris boven het grensbedrag is de opbouw 1,75%. Voor de opbouw van het
ouderdomspensioen geldt geen maximumsalaris.
Partnerpensioen
In geval van overlijden van de (gewezen) deelnemer bestaat doorgaans recht op een
partnerpensioen. De hoogte van het partnerpensioen hangt af van het moment
waarop de deelnemer overlijdt. Indien hij overlijdt vóór pensioeningang, is het
partnerpensioen 50% van het ouderdomspensioen. Indien de deelnemer overlijdt ná
pensioeningang is het partnerpensioen in principe 70% van het ouderdomspensioen
vanaf 65 jaar, tenzij een andere verdeling van het pensioen met de partner is overeen­
gekomen.
Overgangsbepalingen
De pensioenregeling kent een tweetal overgangsbepalingen. Dit zijn de compensatie­
regeling en de overbruggingsregeling.
Compensatieregeling
Deelnemers die op 1 januari 1999 ouder dan 25 jaar waren, kunnen geen volledig
pensioen vanaf 62 jaar opbouwen, omdat tot die datum uitsluitend werd opgebouwd
voor een pensioen ingaande op 65 jaar. Om deze deelnemers toch een volledig
pensioen te kunnen bieden is de compensatieregeling in het leven geroepen.
De compensatieregeling vult het opgebouwde pensioen aan tot de tussen caopartijen afgesproken niveaus.

Jaarverslag 2010 | Profiel | 119

Overbruggingsregeling
De overbruggingsregeling zorgt ervoor dat oudere deelnemers al eerder dan op 62 jaar
met pensioen kunnen. Voor 2010 gold een uittreedleeftijd van 61 jaar. In 10 jaar loopt
de uittreedleeftijd op naar 62 jaar.
Voor zowel de compensatieregeling als de overbruggingsregeling geldt dat hier
slechts aanspraak op kan worden gemaakt indien:
•  en deelnemer voldoet aan de voorwaarden zoals deze in het reglement zijn
e
beschreven;
en
•  oor zover de middelen van het fonds dit naar het oordeel van het bestuur toe­
v
laten. Het bestuur besluit jaarlijks of de middelen toereikend zijn om de over­
gangsbepalingen voor het volgende jaar toe te kennen.

Vrijwillige elementen
Pensioenbeleggen
Met Pensioenbeleggen legt de deelnemer via zijn werkgever periodiek geld in voor
het verbeteren van zijn pensioen. De ingelegde bedragen worden belegd in een
beleggingsmix met een bepaalde verhouding aandelen en obligaties, afhankelijk van
de leeftijd van de deelnemer. Het opgebouwde saldo is niet vrij opneembaar, maar
wordt bij pensioeningang of bij tussentijds vertrek omgezet in pensioen.
De mogelijkheid om aan Pensioenbeleggen deel te nemen is inmiddels beëindigd:
•  anaf 1 januari 2010 werden geen nieuwe deelnemers meer toegelaten tot
V
Pensioenbeleggen
• Tot 1 juli 2010 konden toen bestaande deelnemers nog extra bedragen inleggen
•  ot en met 31 december 2011 kunnen bestaande deelnemers het saldo van hun
T
beleggingsrekening omzetten in pensioen. Indien deelnemers dit op deze datum
nog niet gedaan hebben, wordt hun saldo definitief omgezet in pensioen­
aanspraken.
Als alternatief voor Pensioenbeleggen is aan deelnemers de mogelijkheid geboden
om vrijwillig extra pensioen in te kopen.
Pensioeninkoop
Met Pensioeninkoop legt de deelnemer via zijn werkgever geld in voor een hoger
pensioen. In ruil voor het ingelegde geld krijgt de deelnemer direct een aanvulling op
zijn ouderdomspensioen en partnerpensioen. Voor de aanvulling gelden dezelfde
regels als voor het gewone pensioen.
ANW Pensioen
Het anw Pensioen is een vrijwillige overlijdensverzekering. Als de deelnemer komt te
overlijden is zijn/haar partner verzekerd van extra inkomen tot de partner 65 jaar
wordt en een aow-uitkering ontvangt.


120 | Pensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Herschikken
Het opgebouwde pensioen kan flexibel worden ingevuld. Het is mogelijk om een deel
van het ouderdomspensioen naar voren te halen. De deelnemer kan jaarlijks een
groter deel van zijn ouderdomspensioen eerder laten ingaan. Daarnaast kan (een
deel) van het partnerpensioen worden uitgeruild tegen een hoger of eerder ingaand
ouderdomspensioen. Hier dient de partner mee in te stemmen. Ook kan het pensioen
na de 65-jarige leeftijd in twee perioden gesplitst worden, waarbij de hoogte varieert
(in een verhouding van 100:75). Het eventuele saldo van Pensioenbeleggen wordt bij
herschikken meegenomen, indien voor 31 december 2010 met pensioen gegaan wordt
en het saldo nog niet is omgezet in definitieve pensioenaanspraken. Herschikken is
aan fiscale beperkingen gebonden.

Toeslagverlening
pmt streeft ernaar om de pensioenen waardevast te laten blijven. Daarom probeert
pmt de opgebouwde pensioenen jaarlijks met een bepaald percentage te verhogen.
Deze verhoging wordt ook wel ‘toeslag’ genoemd. Er is geen recht op de jaarlijkse
toeslag. Toeslagverlening vindt alleen plaats wanneer de financiële situatie van pmt
dit naar de mening van het bestuur toelaat. Toeslagverlening heeft betrekking op het
ouderdoms- en het nabestaandenpensioen (partner en wezenpensioen) en het anw
Pensioen.
Voor actieve deelnemers probeert het pensioenfonds ieder jaar het pensioen te
verhogen met de algemeen voor de Metaal en Techniek geldende loonontwikkelingen
volgens de betreffende cao’s, zoals opgegeven door de Vakraad Metaal en Techniek
(de loonindex), berekend over de periode januari van een jaar ten opzicht van januari
het jaar ervoor.
In de afgelopen drie jaar zijn de pensioenen van de actieve deelnemers met 0%
(2010), 0% (2009), respectievelijk 2,36% (2008) verhoogd. De verleende toeslag in
2008 was inclusief 1,36% inhaaltoeslag. In 2010 is geen toeslag verleend in verband
met de financiële positie van het pensioenfonds. De gemiste toeslag zal worden
ingehaald zodra de financiële positie van het pensioenfonds dat weer toelaat.
Voor gepensioneerden en niet-actieve deelnemers worden de pensioenen zo mogelijk
verhoogd met het Consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid) (de
prijsindex), berekend over de periode juli van een jaar ten opzichte van juli het jaar
ervoor.
De pensioenen van de niet-actieve deelnemers en de pensioenuitkeringen van de
gepensioneerden zijn in de afgelopen drie jaar met 0%, 0% (2009) respectievelijk
2,79% (2008) verhoogd. De toeslag in 2008 was inclusief 1,5% inhaaltoeslag. In 2010
is geen toeslag verleend in verband met de financiële positie van het pensioenfonds.
De gemiste toeslag zal worden ingehaald zodra de financiële positie van het
pensioenfonds dat weer toelaat.

Jaarverslag 2010 | Profiel | 121

Klanten
De klanten van Pensioenfonds Metaal en Techniek zijn de werkgevers en werknemers
die vallen onder de verplichtstellingsbeschikking.
De werkgevers worden vertegenwoordigd door de volgende brancheorganisaties:
• de Nederlandse vereniging van ondernemers in het carrosseriebedrijf (focwa)
• uneto-vni
•  e Nederlandse vereniging van ondernemingen op het gebied van de koude­
d
techniek en luchtbehandeling nvkl
• de Vereniging Edelmetaalindustrie
• de Vereniging Goud- en Zilversmeden
•  e Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Thermisch Isolatiebedrijf
d
(vib)
•  e Koninklijke Metaalunie, Nederlandse organisatie van ondernemers in het
d
midden- en kleinbedrijf in de metaal
• de Nederlandse vereniging van Modelmakerijen
• Vereniging van ondernemingen in de Galvano-technische industrie ngo-sgb
• de Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Graveerbedrijf
• de bovag
• Nederlandse Vereniging van Bergingsspecialisten
• Vereniging van Rolluiken-, Markiezen- en Zonweringbedrijven (RoMaZo)
• de Vereniging van werkgevers in de diamantindustrie
• Stichting Scheepsbenodigdhedenhandelaren, zeilmakers en scheepstuigers
• Nederlandse vereniging van Orthopedisten en bandagisten Orthobanda
Per branche zijn de werkgevers aangesloten bij werkgeversorganisaties, die weer zijn
verenigd in de Federatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek (fwm).
De werknemers worden vertegenwoordigd door de volgende vakorganisaties:
• fnv Bondgenoten
• cnv Vakmensen
• De Unie
De Vakraad Metaal en Techniek is de overkoepelende organisatie van werkgevers en
werknemers voor alle branches in de sector. Binnen de Vakraad wordt periodiek het
cao-overleg gevoerd.

122 |  ensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
P
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Organisatie van pmt
Pensioenfonds Metaal en Techniek heeft een bestuur, een deelnemersraad, een
verantwoordingsorgaan, een visitatiecommissie en een bestuursbureau. Het bestuur
bestaat uit tien leden, met een gelijk aantal vertegenwoordigers van werkgevers en
werknemers. Dit bestuur is verantwoordelijk voor beleidsbepaling en dagelijks
toezicht. Uit en door het bestuur zijn drie commissies gevormd: de commissie
beleggingen (cbl), de commissie pensioenen (cps) en de commissie uitbestedingen
(cub)5.
De deelnemers van pmt hebben een eigen stem in de vorm van een adviesorgaan: de
deelnemersraad. Deze raad telt veertien afgevaardigden, naar evenredigheid verdeeld
over actieve deelnemers en pensioengerechtigden. In 2010 is een nieuwe deelnemers­
raad geïnstalleerd.
Het verantwoordingsorgaan geeft een oordeel over het handelen van het bestuur,
over het door het bestuur gevoerde beleid en over beleidskeuzes voor de toekomst.
Het verantwoordingsorgaan telt twaalf afgevaardigden, die de werkgevers, de deel­
nemers en de gepensioneerden vertegenwoordigen. In 2009 is het Verantwoordings­
orgaan geïnstalleerd (toen nog bestaande uit 21 afgevaardigden). Vanaf 1 januari 2010
bestaat de samenstelling uit 12 afgevaardigden.
Het intern toezicht van pmt berust bij de visitatiecommissie. De visitatiecommissie
heeft tot taak het functioneren van het fonds kritisch te bezien en te beoordelen of het
bestuur zijn taak op de juiste wijze heeft vervuld. pmt heeft sinds 2008 een perma­
nente visitatiecommissie, die bestaat uit drie onafhankelijke personen.
Het bestuur wordt ondersteund door een bestuursbureau, dat bestaat uit deskun­
digen op de gebieden vermogensbeheer, risicomamagement, pensioenbeleid,
actuariaat, financiën en communicatie. Aan het bestuursbureau zijn tevens werk­
gevers- en werknemerspensioenconsulenten verbonden. De leiding van het bestuurs­
bureau ligt bij de directeur van het pensioenfonds, die tevens optreedt als dagelijkse
representant van het bestuur.
Opvolging in de directie
Op 1 juli 2010 heeft Bert van de Belt afscheid genomen als directeur van pmt.
Met ingang van die datum is hij met pensioen gegaan. De heer Van de Belt is vanaf
2003 directeur geweest van het bestuursbureau van pmt.
pmt heeft in de persoon van Guus Wouters een opvolger voor de functie van directeur
gevonden. De heer Wouters heeft een ruime bestuurlijke en inhoudelijke ervaring in
de pensioenwereld. Daarnaast is hij bekend met de wijze waarop sociale partners op
sociaal-economisch terrein met elkaar zaken doen.
In het licht van de veranderingen die het Nederlandse pensioenstelsel te wachten
staan, is het voor pmt belangrijk om over dergelijke ervaring en deskundigheid te
kunnen blijven beschikken.
5) Eind 2010 is besloten de CUB uit te breiden tot een Commissie Audit, Finance en Control.

Jaarverslag 2010 | Profiel | 123

De uitvoering van de pensioenregeling en het vermogensbeheer zijn volledig
uit­ esteed aan uitvoeringsorganisatie Mn Services n.v. Hoewel de uitvoering van
b
de pensioenregeling en het vermogensbeheer is uitbesteed, blijft het bestuur eind­
verantwoordelijk.

124 |  ensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
P
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
Bestuur
Leden van werkgeverszijde
F.S. von Balluseck Federatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek
H.J. Keijer  ederatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek
F
H.J. Van Luunen  ederatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek
F
Voorzitter namens werkgevers
J. Naborn Federatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek
Vacature Federatie Werkgeversorganisaties Metaal & Techniek
Leden van werknemerszijde
J. Berghuis fnv Bondgenoten Voorzitter namens werknemers
E.H.W. Bosman fnv Bondgenoten
J.P.M. Brocken fnv Bondgenoten
I. Slikkerveer De Unie
P. Swart cnv Vakmensen
Commissie Beleggingen
F.S. von Balluseck
J. Berghuis Voorzitter namens werknemers
E.H.W. Bosman
H.J. van Luunen
J. Naborn
P. Swart
Commissie Pensioenen
E.H.W. Bosman Voorzitter namens werknemers
H.J. Keijer Vicevoorzitter namens werkgevers
H.J. van Luunen
J. Naborn
I. Slikkerveer
P. Swart
Commissie Uitbesteding
J. Naborn Voorzitter namens werkgevers
P. Swart Vicevoorzitter namens werknemers
J. Berghuis
H.J. van Luunen
I. Slikkerveer
P. Swart

Jaarverslag 2010 | Profiel | 125

Deelnemersraad
P.D. Amels cnv Vakmensen (vicevoorzitter)
W.A. Beijer fnv Bondgenoten
W. Beljaars fnv Bondgenoten
H.F. van de Graaf fnv Bondgenoten (voorzitter)
C. de Kleine fnv Bondgenoten
G. Leebeek fnv Bondgenoten
P. de Jong De Unie (secretaris)
C. van Rijswijk cnv Vakmensen (plv. secretaris)
H.T.J. Seegers fnv Bondgenoten
J.P.T. Stappers fnv Bondgenoten
W.H. Tubben cnv Vakmensen
H.J. de Waal cso
H.C. Wienesen fnv Bondgenoten
A. Zantingh fnv Bondgenoten

Verantwoordingsorgaan
W. Beljaars fnv Bondgenoten
H.F. van de Graaf fnv Bondgenoten (voorzitter)
J.P.T. Stappers fnv Bondgenoten
W.H. Tubben cnv Vakmensen
R. Dries Focwa
P. de Jong De Unie (plv. secretaris)
E. Dons uneto-vni (secretaris)
P. Tolsma Koninklijke Metaalunie (plv. voorzitter)
H.J. de Waal cso
C. van Rijswijk cnv Vakmensen
A. Zantingh fnv Bondgenoten
J. van den Bos vib
Visitatiecommissie
J. de Boer namens werkgeverszijde
C. Korevaar namens werknemerszijde
C. van der Pol onafhankelijk voorzitter
Directie
A.H.M. Wouters
Uitvoerende organisatie
Mn Services N.V.
Accountant
N. de Jager





Ernst & Young

Certificerend actuaris
W. Brugman Mercer Certificering b.v.

126 |  ensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
P
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur
F.S. von Balluseck
leeftijd 69 in bestuur sinds 2010 beroep Gepensioneerd
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Vicevoorzitter Raad van Toezicht
Stichting Amaris, lid bestuur Stichting Ledencertificaten Rabobank
H.J. Keijer
leeftijd 60 in bestuur sinds 1993 beroep Directeur Koninklijke Metaalunie
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid van diverse rechtspersonen
gerelateerd aan de Metaalunie
H.J. van Luunen
leeftijd 62 in bestuur sinds 2002 beroep Secretaris Federatie Werkgeversorganisaties
Metaal & Techniek
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Werkgeversvoorzitter van de Vakraad
Metaal en Techniek, Eerste onderhandelaar cao-Metaal en Techniek, Bestuurslid van
de diverse sociale fondsen binnen de Metaal en Techniek
J. Naborn
leeftijd 72 in bestuur sinds 1995 beroep Lid dagelijks bestuur van de Stichting Jong
Ondernemen
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid cini (Stichting Commissie
Isolatie Nederlandse Industrie)

Jaarverslag 2010 | Profiel | 127

Werknemersvertegenwoordigers in het bestuur
J. Berghuis
leeftijd 59 in bestuur sinds 2002 beroep Landelijk Bestuurder fnv Bondgenoten voor
Metaal en Techniek en Metalektro
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Werknemersvoorzitter Vakraad Metaal
en Techniek, Bestuurslid pensioenfonds Metalektro (pme), Bestuurslid Stichting Raad
van Overleg voor de Metalektro (rom), Bestuurslid Kenteq, Bestuurslid Europese
Metaal Bond (emb), Bestuurslid Internationale Metaal Bond (imb)
E.H.W. Bosman actuaris
leeftijd 44 in bestuur sinds 2006 beroep Directeur Pensum b.v. Actuaris/adviseur
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid pensioensectie Actuarieel
Genootschap

J.P.M. Brocken
leeftijd 52 in bestuur sinds 2006 beroep Landelijk Bestuurder fnv Bondgenoten voor
Metaal en Techniek en Metalektro
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid Vakraad Metaal en
Techniek, Werknemersvoorzitter Raad van Overleg in de Metalektro (rom), Werk­
nemersvoorzitter Pensioenfonds Metalektro (pme), Bestuurslid Europese Metaal
Bond (emb)
I. Slikkerveer
leeftijd 47 in bestuur sinds 2008 beroep Stafmedewerker Pensioenen – De Unie
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid in een 6-tal pensioen­
fondsen, waaronder Pensioenfonds Nederlandse Groothandel
P. Swart
leeftijd 62 in bestuur sinds 1990 beroep Vakbondsbestuurder cnv Vakmensen
nevenfunctie(s) relevant voor bestuursfunctie Bestuurslid Pensioenfonds Metalektro
(pme), Pensioenfonds Beroepsvervoer over de Weg

128 |  ensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
P
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Begrippenlijst
Asset & Liability Management (alm)
Het op elkaar afstemmen van de beleggingen, de verplichtingen en het premie- en
toeslagbeleid. Een alm-studie wordt gebruikt om het meerjarig financieel beleid te
optimaliseren uitgaande van verschillende economische scenario’s.
anw Pensioen
Vrijwillige overlijdensverzekering (keuze uit drie vaste pensioenbedragen), onderdeel
van de pensioenregeling Metaal en Techniek.
Asset mix
Samenstelling van de beleggingsportefeuille; bijvoorbeeld aandelen, obligaties en
onroerend goed.
Benchmark
Een objectieve meetlat waarmee het beleggingsresultaat wordt vergeleken.
Commodities
Beleggingscategorie gericht op grondstoffen zoals graan, metalen en voedsel.
cso
De Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties.
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen (= beleggingen) en de
pensioenverplichtingen. Een dekkingsgraad van 100% wil zeggen dat het fonds
precies aan zijn pensioenverplichtingen van dat moment kan voldoen.
De Nederlandsche Bank (dnb)
dnb verzorgt het onafhankelijk (prudentieel) toezicht op pensioenfondsen.
Grensbedrag
Een op gehele euro’s naar boven afgerond bedrag dat jaarlijks door het Bestuur wordt
vastgesteld. Indien het pensioengevend salaris hoger is dan het grensbedrag geldt
een ander premiepercentage. Daarnaast bepaalt het grensbedrag de maximale
waarde waarvoor overgangsregelingen worden toegekend.
Franchise
Een op gehele euro’s naar boven afgerond bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld.
Pensioenopbouw vindt plaats over het loon bóven de franchise.
Financieel Toetsingskader (ftk)
Het financieel toetsingskader is onderdeel van de Pensioenwet en stelt voorschriften
aan premiehoogte en de omvang van de aan te houden reserves.

Jaarverslag 2010 | Profiel | 129

Hedge Funds
Beleggingscategorie waarbij gebruik wordt gemaakt van een brede selectie van
beleggingsstrategieën en -instrumenten om onder alle (markt-)omstandigheden
een positief rendement te halen.
Internal Rate of Return (irr)
De Internal Rate of Return, ofwel interne rentevoet, is een risicovrije aan de markt
ontleende ‘rentevoet’ voor de pensioenverplichtingen, die rekening houdt met de
verschillende aanvangsmomenten en verwachte looptijden van de uitkeringen.
Loonindex
Het peil van de lonen op 1 januari van enig jaar ten opzichte van 1 januari van het
daaraan voorafgaande jaar. Deze index wordt gebaseerd op de voor de Metaal en
Techniek geldende loonontwikkeling volgens de cao.
Partnerpensioen
Levenslange uitkering aan een nabestaande partner, vanaf het overlijden van de
deelnemer.
Pensioenbeleggen
Vrijwillig onderdeel van de pensioenregeling Metaal en Techniek. Met Pensioen­
beleggen kon worden gespaard voor extra of eerder ingaand pensioen. Dit is in 2010
afgeschaft voor nieuwe deelnemers.
Pensioengrondslag
Pensioengevend jaarsalaris minus franchise.
Pensioeninkoop
Vrijwillig onderdeel van de pensioenregeling Metaal en Techniek. Met Pensioen­
inkoop kan geld worden ingelegd voor extra pensioen. Het extra pensioen kan
eventueel gebruikt worden om eerder met pensioen te gaan.
Pensioenrichtdatum
De eerste dag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde
65 jaar wordt.
Pensioeningangsdatum
De eerste dag van de maand waarop een pensioenuitkering aan een (gewezen)
deelnemer van het Fonds ingaat.
Pension Fund Governance (pfg)
Pension Fund Governance ofwel goed pensioenfondsbestuur. pfg stelt pensioen­
fondsen eisen op het gebied van transparantie, verantwoording, intern toezicht en
zeggenschap.

130 |  ensioenregeling in de Metaal en Techniek | Klanten | Organisatie van pmt | Bestuur en functionarissen per 31 december 2010
P
Werkgeversvertegenwoordigers in het Bestuur | Werknemersvertegenwoordigers in het Bestuur | Begrippenlijst

Prijsindex
Het peil van de prijzen op 1 juli van enig jaar ten opzichte van 1 juli van het daaraan
voorafgaande jaar, blijkens de cbs-opgave van de consumenten prijsindex voor alle
huishoudens (afgeleid).
Private Equity
Beleggingscategorie waarbij wordt geïnvesteerd in aandelen van niet-beurs­
genoteerde bedrijven.
Principles for Responsible Investment (pri)
Deze Principes richten zich op Environmental, Social en Corporate Governance (esg)
factoren. Het gaat om globale richtlijnen (best-pratices), die ingevuld worden met
verschillende maatregelen.
sas70
Internationaal geaccepteerde auditing standaard van het American Institute of
Certified Public Accountants (aicpa). Met een sas70-verklaring wordt aangegeven
dat het interne beheersproces adequaat is vormgegeven (verklaring type I) en
functioneert (verklaring type II).
Service Level Agreement (sla)
In een Service Level Agreement worden afspraken gemaakt over het niveau van de
dienstverlening.
Z-score
Een maatstaf voor de mate waarin het werkelijk rendement van een pensioenfonds
afwijkt van het rendement van de door het bestuur vastgestelde normportefeuille.
Een positieve z-score geeft aan dat het rendement hoger was dan dat van de norm­
porfefeuille. De performance-toets betreft de cumulatieve Z-score over de laatste vijf
jaar.

Jaarverslag 2010 | Profiel | 131

Notities

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

132 |

Notities

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Jaarverslag 2010 | Profiel | 133

Notities

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Contact
Pensioenfonds Metaal en Techniek
Treubstraat 1B
2288 eg Rijswijk
Telefoon (070) 319 84 61
Fax
(070) 319 84 70
E-mail info@bpmt.nl
Internet www.bpmt.nl
Ontwerp
Proforma | visual identity, Rotterdam
(Joop Ridder, Kyra Strieder, Miriam Monster)
Fotografie
Studio Duko Stolwijk, Rotterdam
Realisatie
Bestuursbureau Pensioenfonds Metaal en Techniek
Tekst
Bestuursbureau Pensioenfonds Metaal en Techniek en Backscratch, Amsterdam
Druk
TDS Printmaildata, Schiedam
Oplage
1.200

Jaarverslag 2010

Jaarverslag 2010