Een werkgever kan vrijgesteld worden van pensioenopbouw bij PMT. Het ‘Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000’ geeft een viertal gronden waarop een werkgever vrijstelling verleend wordt. Deze gronden zijn:
1. vrijstelling in verband met bestaande pensioenvoorziening
2. vrijstelling in verband met concernvorming
3. vrijstelling in verband met eigen CAO
4. vrijstelling in verband met onvoldoende beleggingsrendement
Als de werkgever verzoekt om vrijstelling op één van de genoemde gronden, en zij voldoet aan de voorwaarden die het vrijstellingsbesluit hieraan verbindt, verleent PMT vrijstelling.
Onverplichte vrijstelling
Pensioenfonds Metaal en Techniek verleent in beginsel geen onverplichte vrijstelling. Dit beginsel laat echter onverlet dat elk verzoek tot onverplichte vrijstelling individueel getoetst zal worden. Deze toetsing vindt plaats op basis van de concrete situatie en de daarbij aangevoerde argumenten.
Procedure
Kijk in de Beleidsregels voor de procedure voor vrijstellingsverzoeken.
U kunt ook altijd contact opnemen met een van de werkgeversconsulenten.